Yvette van Boven
Link

Koken met Van Boven

Afgelopen dinsdag 15 december schakelde ik – helaas iets te laat – in voor Koken met Van Boven. En wat zag ik: een prachtig gebraad uit de oven, met kruiden, een mooie bruine korst en een garnering van citrusfruit. Het zag er feestelijk uit en het was: KNOLSELDERIJ! 

Knolselderij: gezond maar saai, een onooglijke knol die ik  alleen maar ken uit de erwtensoep.

Gebraad van knolselderij met saus van citrus
Gebraad van knolselderij met saus van citrus

Ik ben meteen de gemiste aflevering online gaan bekijken. En wat blijkt: het recept is ook nog eens doodsimpel. De knol schillen, inwrijven met boter en kruiden,  twee uur in de oven in folie en dan nog een poosje zonder folie voor het korstje.

Toen Yvette van Boven daarbij ook nog een voorgerecht maakte van koolrapen kon ze niet meer stuk.

Volgend jaar plant ik knollen in de tuin: koolrapen, knolselderij (aardperen heb ik al) en ook weer koolrabi.

Ik kan al bijna niet meer wachten met tuinplannen voor volgend jaar!

koolrabi_984px
Volgend jaar staan hier dus knollen
Advertenties
Anemone hybrida - herfstanemoon
Afbeelding

Anemone hybrida (Herfstanemoon of Japanse anemoon)

De  laatste blaadjes zijn van de bomen, maar de herfst blijft me verrassen. Eerst met zijn vele soorten paddenstoelen.
En nu dit: een wolk van witte pluizen. Dit zijn de zaden van de Japanse anemoon.

De foto is van Mieke Horjus.

Herfstbos

Herfstkleuren en paddenstoelen

In de herfst is er in de moestuin niet bar veel te doen. Natuurlijk, je oogst de laatste groenten en de dahliaknollen moeten uit de grond. Maar verder is er – op zandgrond – niet veel meer nodig.

Heb je zware kleigrond, dan is spitten in het najaar wel verstandig: de kluiten kunnen dan in de winter kapotvriezen waardoor de grond minder compact wordt.

Maar voor zandgrond is dat niet nuttig. Zandgrond spit je in het voorjaar. Om uitspoelen van de grond tijdens de winter te voorkomen houd je de grond bedekt. Dat kan door het afgestorven loof te laten liggen, door te mulchen of door in te zaaien met een groenbemester.

Herfstbos
Licht en schaduw in het herfstbos

Dus: alle tijd om er op uit te gaan! Want in de natuur is er nog heel veel te genieten:

  • prachtige herfstkleuren in het bos
  • bessen, noten en vruchten
  • en paddenstoelen!

Paddenstoelen

Paddenstoelen spreken elk jaar weer tot de verbeelding. Zo zijn ze er en zo zijn ze ook weer weg.

Er zijn zoveel soorten dat determineren eigenlijk onbegonnen werk is. Dus mocht mijn naamgeving niet kloppen dan houd ik me aanbevolen voor correcties.

Witte koraalzwam
Witte koraalzwam (Clavulina cristata)
Schubbige bundelzwam
Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa)
Vliegenzwam
Vliegenzwam (Amanita muscaria)
Gele hoorntjes
Gele hoorntjes (Calocera viscosa)
Fopelfenbankje
Fopelfenbankje (Lenzites betulina)

En weet je hoe deze twee naamloze paddenstoelen heten? Meld het alstublieft!

Paddenstoelen

Helianthus tuberosus (Aardpeer)

Aardperen: groeizaam, kleurrijk en voedzaam

De aardpeer (Helianthus tuberosus; in het Frans: topinambour) is een ‘vergeten groente’.

In de 16e eeuw kwam de aardpeer naar Europa vanuit Noord-Amerika (Quebec). Maar in de loop der eeuwen is hij verdreven door de aardappel. Een belangrijke reden daarvoor zal geweest zijn dat de aardappel beter te bewaren is.

De aardpeer is familie van de zonnebloem en dat zie je – behalve aan de naam – aan de bloeiwijze. Net als de zonnebloem kan hij wel drie meter hoog worden.

In de nazomer (september-oktober) verschijnen de kleine gele bloemetjes. Die zijn een leuke bijkomstigheid, dat is niet waar het om gaat. Bij de aardpeer gaat het om de knol. Elk knolletje vormt naast een bloemstengel een aantal nieuwe knollen. Deze knollen hebben een zoetige, nootachtige smaak. Ze zijn onregelmatig gevormd en niet zo mooi glad als de aardappel. Dat maakt ze lastig te schillen.

Helianthus tuberosus (Aardpeer)
De ‘zonnebloemen’ van de aardpeer en de knollen in de keuken

Toch is het de moeite waard om wat tijd aan ze te besteden. Je kunt ze geraspt eten als rauwkost, eventueel samen met wortels. Je kunt ze bakken en koken. Maar persoonlijk vind ik ze gekookt al snel ‘snotterig’ worden. Zelf maak ik er meestal soep van.

Mijn eerste aardperen kocht ik in de natuurvoedingswinkel. In plaats van ze op te eten stopte ik ze in de grond.

Daarna zijn ze elk jaar teruggekomen. Want ook al heb je nog zo goed geoogst, er blijft altijd wel iets in de grond achter en dat loopt weer overvloedig uit. In het voorjaar komen de lichtgroene scheuten overal boven de grond, ook op plaatsen waar je ze niet had verwacht.

Als ze de kans krijgen gaan ze dus aan de wandel. Zet ze daarom op een plek waar ze niet al te veel kanten op kunnen. Vanwege de hoogte kun je ze het best een plek achteraan geven. Tenzij je er een windscherm van wilt maken. Overigens, als ze te hoog worden kun je ze gewoon inkorten. Dan gaan ze wat meer in de breedte, maar de knollen lijden daar niet onder.

Boven de grond sterft de aardpeer weliswaar af, maar onder de grond zijn de knollen winterhard. Het beste is om niet meer te oogsten dan je in een keer kunt eten. Aardperen zijn niet heel erg makkelijk te bewaren, een dag of drie in de koelkast. Natuurlijk heb je dan even een probleempje als de grond bevroren is. Maar na de vorst kun je gewoon verder oogsten.

In het boek Een tuin om van te smullen staat beschreven hoe je die overbodige scheuten kunt uitputten zodat ze niet meer terugkomen. In het voorjaar plaats je een kartonnen doos bovenop de plek waar de aardperen hebben gestaan. Ze zullen dan uitlopen. En omdat het donker blijft in de doos groeien ze uit tot lange gebleekte scheuten.

Na enkele weken haal je die scheuten weg en zet je de doos weer op dezelfde plek neer, waarop het zich nog een keer herhaalt. De knollen raken hiervan uitgeput en zullen na de tweede keer niet alsnog uitlopen. Hoe dat zal gaan als het regent en de kartonnen doos geheel doorweekt raakt zegt het boek niet… Maar goed, als iemand dit wil uitproberen dan hoor ik graag het resultaat.

Overigens die gebleekte scheuten kun je ook weer gestoofd eten.

Aardperensoep

  • Schil de aardperen of schrap ze en leg ze tot gebruik in water met een beetje citroen.
  • Fruit een uitje en/of knoflook in olijfolie.
  • Voeg de in grove stukken gesneden aardperen toe en roerbak even mee.
  • Voeg dan water met een bouillonblokje toe en laat even doorkoken.
  • Pureer de soep, breng eventueel op smaak met wat peper.
  • Serveren met in elke soepkom een lepel kwark of zure room en eventueel bestrooid met de oranje blaadjes van de goudsbloem.

Variatie:

In plaats van met kwark of zure room opdienen met in stukjes gesneden en even gebakken shiitake. Voor een diepe aardse smaak kun je de shiitakes ook meebakken en met de soep meepureren.

Eet smakelijk!

Japanse tuin Clingendael

De harmonie en schoonheid van de Japanse tuin

Eigenlijk houd ik niet zo van heel erg nette tuinen, met alle plantjes keurig op kleur en precies overdacht op de juiste plek. Ik houd van een beetje ongeregeld, licht verwilderd. En ik ben dol op toevalsplanten, aanwaaiers en uitzaaiers.

Maar toch maak ik een uitzondering voor de Japanse tuin. Daarin is alles overdacht. Er is orde en er zijn vaste elementen met een eigen betekenis.

Dat wil niet zeggen dat de tuin symmetrisch is, of strak. De opzet is juist om de natuur zo dicht mogelijk te benaderen. Geen rechte paden, maar slingerpaadjes met stapstenen.

Vaste elementen van de Japanse tuin

  • Er is altijd water. Water staat voor leven. Water wordt ook wel gesymboliseerd met kiezelsteentjes.
  • Er is een stenen lantaarn.
  • Er zijn stenen die rust symboliseren.
  • Er is een bruggetje, meestal in een rode kleur. Rood staat voor vreugde, maar beschermt ook tegen boze geesten.
  • Er is veel groen in de vorm van mossen en varens.
  • De tuin is geheel omheind.
Mossen en varens Japanse tuin Clingendael
Mossen met ontluikende varens in het voorjaar

Naast deze vaste onderdelen kan er een theehuis of paviljoentje zijn. Meestal is hierin plaats gemaakt voor een boeddha. Soms is er een tempel.

Er zijn verschillende Japanse tuinen in Nederland. Een hele mooie waar ik graag kom is de ruim honderd jaar oude Japanse tuin op landgoed Clingendael, tussen Den Haag en Wassenaar.

Rust, groen en stenen

Er gaat een enorme rust uit van een Japanse tuin. Er is geen sprake van spectaculaire effecten, geen rijke borders of bijzondere blikvangers. Meestal overheerst de kleur groen: varens, mossen, bamboe. Een zorgvuldig geplante rode Japanse esdoorn zorgt het hele jaar door voor kleur.

Alleen in het voorjaar gaat de tuin even uit zijn dak: dan bloeien rododendron en azalea met prachtige kleuren. Het is een feest om dan door de tuin te lopen over de bemoste paden en de speciaal gelegde stapstenen.

Azalea Japanse tuin Clingendael
Oranje is een van de vele uitbundige kleuren van Rhododendron

Precies dit: de juiste verhoudingen tussen groen, stenen en beperkte kleur geven de Japanse tuin op Clingendael zijn bijzondere serene sfeer. Waar als vanzelfsprekend een plek in het groen is voor de boeddha. En je zittend op een bankje ontdekt dat er ongemerkt een uur verstreken is.

Wil je meer weten: er zijn enorm veel websites te vinden over Japanse tuinen. Met veel meer informatie dan ik hier bij elkaar heb kunnen zetten. Bijvoorbeeld over de verschillende stijlen of over hoe je zelf een Japanse tuin aanlegt.

De Japanse tuin van Clingendael

Vanwege de kwetsbaarheid is Clingendael alleen in voor- en najaar beperkt opengesteld. Onderga zelf de rust en harmonie van deze kleine tuin. Het kan dit jaar tussen 10 en 25 oktober.

Japanse tuin Clingendael
De Japanse tuin van landgoed Clingendael

Wil je na je bezoek nog eens nagenieten? Dat kan ook met een van deze twee romans met een bijrol voor de Japanse tuin:

  • De tuin van de avondnevel / Tan Twan Eng
  • De tuin van de Samoerai / Gail Tsukiyama

Ik hoop dat ik over heb kunnen brengen hoe een tuin je een bijzondere ervaring geeft die verder gaat dan je verwacht. Iets wat iedereen tenminste één keer in het leven zou moeten ervaren: rust, harmonie, schoonheid.

Dit is een gastblog van Stien den Braber. Foto’s en tekst zijn van haar hand. Dankjewel Stien!

Waterval op IJsland

IJsland, land van vuur en ijs

IJsland is een ‘jong’ land, nog altijd zestien tot zeventien miljard jaar oud, maar geologisch gezien is dat jong.

Het land was “woest en leeg” toen de Vikingen het ontdekten. En het is nog steeds behoorlijk ruig en leeg.

Een groot deel van het land is bedekt met gletsjers of lavavelden. Op verschillende plekken borrelt de aarde, door geisers of vulkanen. Denk aan de uitbarsting van de Eyjafjallajökull, die in 2010 het vliegverkeer in heel Europa stillegde.

De naam Eyjafjallajökull lijkt onbegrijpelijk maar is eigenlijk heel eenvoudig:

  • eyja = eiland
  • fjalla = berg
  • jökull = gletsjer

Veel IJslandse plaatsnamen zijn genoemd naar natuurverschijnselen: Reykjavik betekent rokende baai (vik = baai, rokend vanwege de geisers).

Lavaveld op IJsland
Lavaveld op IJsland

Wat heb je in IJsland te zoeken op vakantie? Zeker als je bedenkt dat de temperatuur er nogal wisselvallig is. Zelfs in juli is het maar 10-17 °C – en soms kouder.

IJsland is een uitdaging.
Soms loop je door een lavaveld dat eruitziet als een maanlandschap. Maar tussen de zwarte brokken komen alweer de eerste mossen, saxifraga’s en andere bloemetjes tevoorschijn.

Silene uniflora en Alchemilla alpina
Silene uniflora en Alchemilla alpina (Alpiene vrouwenmantel)

Als je dan na een tijd lopen uitkomt bij een donderende waterval, weet je niet wat je ziet. Eerst ben je onder de indruk van het geweld van het water. Daarna zie je hoe groen het er is en wat er allemaal bloeit: geranium sylvaticum, boterbloemen, lathyrus japonicus, Noordse nachtorchis.

Je moet wel goed kijken. Het zijn geen grote, uitbundige, niet-te-missen planten. Eerder bescheiden, nietige plantjes die zich er kunnen handhaven, en die je gemakkelijk over het hoofd ziet.

Platanthera hyperborea (Noordse nachtorchis) en Geranium sylvaticum
Platanthera hyperborea (Noordse nachtorchis) en Geranium sylvaticum

Op de gletsjers groeit niets. Daarvoor is de ijslaag te dik. Stukken gletsjerijs komen terecht in gletsjermeren of fjorden en drijven langzaam naar zee.

Een boottochtje tussen de ijsbergen is een indrukwekkende beleving. Soms hebben die ijsbergen een mooie blauwe kleur. Dat is een sprookjesachtig gezicht, maar het is niets meer dan de weerkaatsing van blauw licht. Door de grote druk is alle zuurstof uit het ijs geperst en wordt elke kleur uit het licht geabsorbeerd. Alleen het  blauw wordt weerkaatst.

IJsbergen
Blauwe ijsbergen

En overal vogels: langs de meren veel zangvogels en langs de kust krijsen de vele soorten meeuwen, stormvogels, jan-van-genten en de sterns.

De noordse sterns zijn berucht omdat ze mensen aanvallen die in de buurt van hun jongen komen. Ze vallen op het hoofd aan, het hoogste punt. IJslanders weten dit en houden een stok boven het hoofd, die vervolgens belaagd wordt door de sterns.

De meest ‘aaibare’ vogel is wel de papegaaiduiker. Waar meeuwen statig voorbij zeilen op de thermiek, lijkt de papegaaiduiker onbeholpen te fladderen. Maar vergis je niet: ze zijn ontzettend snel.

Papegaaiduikers en Salix lanata
Papegaaiduikers en Salix lanata (Grijze dwergwilg)

IJsland is een land met weinig bomen. Hier en daar zijn bomen aangeplant. Maar in het wild kunnen ze zich nauwelijks handhaven en worden ze niet groter dan een struik. Zo duurde het een paar dagen voor ik die lichtbladige plant met pluizen herkende als een wilgensoort, Salix lanata. Ook de Salix herbacea wordt niet groter dan een struikje.

Ik moet het echt ook nog over de geisers hebben: overal in het landschap zie je stoom uit de grond komen. Soms als heet water, soms als blubberende modderpoelen.

In de omgeving van Reykjavik wordt dit water gebruikt voor kassen. Bij een van de geisers konden we zelfs tomaten kopen. Zeker zo leuk: je kunt er ook een zwembad mee verwarmen. Zo zwom ik in een buitenbad van 40 °C.

En ik kan wel doorgaan: over de schapen, de IJslander paarden, de wilde zwanen, de grote groepen ganzen, de turfhuizen met grasdaken enzovoorts. Nog eentje dan: de lupinevelden.

Ooit uit Alaska gehaald om erosie tegen te gaan, neemt de blauwe lupinus nootkatensis langzaam het hele land over en worden ze nu weer bestreden. Van deze lupine heb ik dan ook zonder wroeging zaad mee naar huis genomen. Wie weet lukt me het in Nederland ook wel: lupinevelden….

Lupinus nootkatensis
Lupinus nootkatensis (Alaska lupine)

Ik hoop dat jullie een beetje geproefd hebben hoe bijzonder een vakantie in IJsland is.

Dit is een eerste gastblog van Stien den Braber. Stien woont in Amersfoort en is gek van (moes)tuinieren. In haar vrije tijd wandelt ze graag en schrijft ze gedichten.

Mocht je zelf iets te vertellen hebben over planten, de moestuin, een natuurreis of een duurzaam project in jouw omgeving: neem gerust contact op . Moesblog staat open voor gastbloggers, andere verhalen en nieuwe geluiden.