Zelf jam of confiture maken

Het basisrecept voor zelf jam maken is reuze simpel. De volgende recepten gaan steeds uit van 1 kilo fruit en 500 gram suiker. Je maakt dus een half zo zoete jam die na opening in de koelkast bewaard moet worden.

Het tovermiddel is pectine, wat zorgt voor voldoende stevigheid en een korte kooktijd. Ik gebruik hiervoor Marmello Jammaker Nr. 2 , dat tegenwoordig wat minder makkelijk te verkrijgen is. Je kunt ook geleisuiker speciaal gebruiken, maar dan heb je niet de vrije keuze om andere (of minder) suiker te gebruiken. Met los pectinepoeder kan dat wel.

Benodigdheden (3-4 potjes):

  • 1 kilogram schoongemaakt fruit
  • 400 tot 500 gram ruwe rietsuiker
  • 1 zakje Marmello Jammaker Nr. 2
  • 4 (jam)potjes (370 gram)
  • soda (fijn of grof)
  • theedoek

Algemene bereiding:

  1. Doe het fruit – volgens recept heel of in stukjes – met eventuele andere ingrediënten in een ruime pan.
  2. Meng de rietsuiker met de pectine of gebruik geleisuiker speciaal.
  3. Voeg de suiker toe aan het fruit en breng alles aan de kook.
  4. Strooi ondertussen een beetje soda in de potjes en deksels en vul ze met kokend water. Draai ze om en laat ze uitlekken op een schone theedoek. Herhaal dit met schoon kokend water, vlak voordat je de potten gaat vullen.
  5. Zodra de fruitmassa kookt en na roeren blijft koken: 1 minuut door laten koken.
  6. Verwijder eventueel de bovenste laag schuim van de fruitmassa.
  7. Doe de kokend hete massa met een pollepel over in de potjes. Vul tot helemaal bovenaan de rand.
  8. Sluit de potten direct af en laat ze, omgekeerd op de theedoek, afkoelen.
  9. De jam is het beste op smaak na een paar weken.

Lekkere en beproefde combinaties:

Aalbessenjam
1 kilo aalbessen

Aardbeienjam
1 kilo aardbeien + 1 uitgeperste citroen

Aardbeienrabarberjam
400-600 gram aardbeien + 600-400 gram (jonge) rabarber in stukjes

Abrikozenjam
1 kilo abrikozen, ontpit, gehalveerd en in stukjes + 1 uitgeperste citroen + 3 gekraakte pitten (in thee-ei)

Ananasjam
1 kilo ananas in kleine stukjes + 1 uitgeperste citroen

Bananenjam
1 kilo bananen in schijfjes + 3 uitgeperste sinaasappels + 1 opengesneden vanillestokje

Blauwe bessenjam met limoen
900 gram blauwe bessen + 3 schoon geboende limoenen (rasp en sap)

Mangojam
1 kilo mango in stukjes + 2 uitgeperste citroenen. De mangopitten meekoken.

Morellenjam
1 kilo ontpitte morellen + 2 uitgeperste citroenen. Een handvol pitten meekoken in een thee-ei of kaasdoek.

Perzikenjam met kruiden
1 kilo perziken (of nectarines) + 1 uitgeperste citroen + 1 kaneelstokje + 1 theelepel koek- of speculaaskruiden + 4 kruidnagels + enkele gekraakte pitten (in thee-ei)

Pruimenjam met kruiden
1 kilo ontpitte pruimen + 1/2 opengesneden vanillestokje + pijpje kaneel + 3 kruidnagels + 4 gekraakte pruimenpitten (in thee-ei). Laat alles met de suiker een nacht in de koelkast trekken, voordat je het opkookt.

Rabarberbananenjam
650 gram rabarber in stukjes + 350 gram bananen in schijfjes + rasp en sap van 1 citroen

Rabarberjam met gember
1 kilo rabarber in stukjes + 3 centimeter gember, geraspt + 115 gram stemgember op siroop, in stukjes + 50 ml sinaasappelsap

Vijgenjam met noten
800 gram vijgen in stukjes + 3 eetlepels gehakte walnoten + 2 eetlepels pijnboompitten + 1 theelepel sesamzaad + 1 theelepel anijszaad + 1 uitgeperste citroen. Rooster walnoten, pijnboompitten en sesamzaad in een droge koekenpan en voeg op het laatst het anijszaad toe. Laat alles met de suiker een nacht in de koelkast trekken, voordat je het opkookt.

Vlierbloesemjam
Zet 10 grote schermen gewassen vlierbloesem een nacht onder water. Snijd van 5 sinaasappels de partjes (zonder vliesjes) in stukjes en vul dit met het vlierbloesemwater aan tot 850 ml

Blauwe bessen ontbijtcake met citroen

Deze fruitige en frisse cake wordt gemaakt met blauwe bessen, citroen en karnemelk of kefir. Het is oorspronkelijk bedoeld als een cake voor bij het ontbijt. Dat lijkt wel erg Amerikaans, net als die dikke pancakes. En dat is het ook. Het recept is van Alexandra Stafford en mijn beduimelde printje van haar site staat inmiddels vol aantekeningen. Gelukkig is deze cake ook heerlijk op alle andere tijdstippen van de dag.

Benodigdheden (8 personen):

  • 110 gram boter
  • rasp van 1 citroen (2 theelepels of meer)
  • 140 gram suiker
  • 1 ei
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 200 gram blauwe bessen
  • 220 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 1 theelepel baksoda
  • 1 theelepel zout
  • 200 ml karnemelk of kefir

Zorg dat de benodigdheden op kamertemperatuur zijn. Vet een rechthoekige ovenschaal van circa 26 cm in met wat boter. Verwarm de oven voor op 250 graden.

De boter moet zacht zijn. Verwarm deze eventueel gedurende 30 seconden op 600 watt in de magnetron. Klop de zachte boter met de rasp van de citroen en – op 2 eetlepels na – de suiker tot een luchtige massa. Voeg het hele ei en de vanillesuiker toe en mix tot een egaal en romig mengsel.


Was en droog de blauwe bessen. Doe de bloem in een zeef en bestuif de bessen met wat van de bloem. Voeg bakpoeder, baksoda en zout toe aan de rest van de bloem. Zeef nu steeds afwisselend een deel van dit mengsel boven het beslag, meng en roer dan een deel van de karnemelk of kefir er doorheen. Het beslag blijft zeer stevig en valt in grote plakken van de spatel. Vouw tenslotte de blauwe bessen door het beslag en verdeel dit over de ovenschaal. Bestrooi de bovenkant met de achtergehouden suiker.

Bak de cake 35 minuten in de oven, die je nu op 200 graden zet. Controleer de gaarheid met een prikker of breinaald: die moet er schoon uitkomen. Het kan makkelijk zijn dat de cake nog 10 minuten langer in de oven moet blijven. Laat de cake minstens 15 minuten afkoelen voordat je hem serveert.

Geroosterde tomaten met halloumi

Halloumi is een stevige, zoute kaas die zich makkelijk laat grillen of bakken. Deze combinatie met couscous en frisse smaken van citroen, munt en tomaat is slank, vegetarisch en ook nog eens razendsnel op tafel.

Benodigdheden (1 persoon):

  • 125 gram kerstomaten
  • zout
  • peper
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 1/4 groentebouillonblokje
  • 75 gram couscous (liefst volkoren)
  • 1/4 citroen
  • 125 gram halloumi
  • 1 takje munt

Verwarm de oven voor op 250 graden. Halveer de kerstomaten en verdeel ze over een ovenschaal of bakplaat, met de binnenkant naar boven. Bestrooi ze met weinig zout (de halloumi is al zout) en een beetje peper. Besprenkel de tomaatjes met 1,5 eetlepel olijfolie en rooster ze 10 minuten in de hete oven.

Los het groentebouillonblokje op in kokend water en bereid de couscous volgens de gebruiksaanwijzing. Bij mij was kort opkoken met 100 ml water en daarna 5 minuten laten nagaren met het deksel op de pan voldoende. Boen de citroen schoon en rasp de schil. Roer de citroenrasp en de couscous samen los met een vork.


Verhit een contactgrill of grillpan. Snijd de halloumi in dikke plakken, besprenkel ze met de rest van de olijfolie en grill ze ongeveer 1 minuut, zodat de kaasplakjes mooie grillstrepen hebben. Snijd de muntblaadjes in reepjes.

Verdeel de couscous over het bord. Schik de tomaatjes met alle olie en vocht ernaast of er overheen. Leg de halloumi grillplakken erbij. Garneer met de munt en eventueel nog wat extra olijfolie.

Variatie:

  • Rooster een paar tenen knoflook mee met de tomaten. Geroosterde knoflook wordt lekker zacht en bijna zoet van smaak.

Abrikozenkoek met kokos

Dit is weer wat lekkers uit de overlevering. Mijn moeder zaliger kreeg dit recept van mijn lieve tante Annie, inmiddels ook zaliger. Het recept is easy as a pie, zogezegd. Maar ik maakte het minder zoet en voegde extra gedroogde abrikozen toe.

Met een dubbele hoeveelheid maak je een bakplaat vol en kun je er vierkanten van snijden, zodat je lekker uit kunt delen.

Benodigdheden:

  • 100 gram gedroogde abrikozen
  • 100 gram boter
  • 200 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram fijne suiker
  • snuf zout
  • 1/2 pot goede abrikozenjam
  • 2 eieren
  • 100 gram geraspte kokos

Snijd de gedroogde abrikozen in niet te kleine stukjes. Wel de abrikozen minimaal enkele uren in een laagje water, of de avond van tevoren. Laat ze daarna goed uitlekken.

Kneed snel een soepel deeg van de boter, het zelfrijzend bakmeel, 50 gram fijne suiker en een snuf zout. Als het te brokkelig blijft kun je een eetlepel water toevoegen. Laat het deeg als het kan even rusten, in plasticfolie gewikkeld, maar echt noodzakelijk is dit niet. Rol het deeg uit op een met bakmeel bestoven aanrecht. Ga uit van een ronde lap met een lage, opstaande rand. Het deeg kan wat onhandelbaar zijn, zodat het moeilijk in een keer over te brengen is naar de bakvorm. Doe het dan in kwarten en kneed die in de vorm weer aan elkaar.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Meng de abrikozenjam met de abrikozenstukjes en verdeel die over het deeg. Klop de eieren met de resterende 50 gram suiker gedurende 5 minuten tot een romig mengsel. Spatel hier voorzichtig de kokos doorheen en verdeel dit mengsel over het hele oppervlak van de koek.

Bak de koek in 25 tot 30 minuten gaar en goudbruin en laat hem daarna goed afkoelen. De koek is goed houdbaar en kan ook ingevroren worden.

Hartige taart met camembert en port

Dit kan op papier al niet mislukken. Wat kan er fout gaan met de klassieke combinatie van kaas, noten en uienconfituur? Zout en romig met een knapperig bittertje en wat kruidig zoet.

Het resultaat van deze vrij eenvoudige assemblage – meer is het niet – is een heerlijk hapje voor bij de borrel of een hartige taart voor vier. Serveer de taart lauwwarm met een groene salade met tomaatjes en een glaasje rode wijn of port.

Benodigdheden:

  • 1 rol quiche- en taartdeeg
  • 4 of 5 rode uien
  • 1 eetlepel boter
  • 2 eetlepels rietsuiker
  • 100 ml rode port
  • zout, peper
  • 1 camembert (250 gram)
  • 20 gram walnoten
  • 5 takjes tijm
  • lage taartvorm (doorsnee 30 cm.)

Haal de rol quiche- en taartdeeg uit de koeling. Snijd de rode uien in ringen. Fruit deze in de boter op middelhoge stand totdat ze lichtbruin beginnen te worden. Voeg de rode port en de rietsuiker toe en laat inkoken totdat het vocht is verdampt en de uien stroperig zijn. Breng op smaak met een beetje zout en wat meer peper. Laat afkoelen.


Verwarm de oven voor op 200 graden. Rol het taartdeeg met het bakpapier uit in een lage taartvorm. (Ik gebruikte een kromgetrokken crispplaat van de magnetron met de juiste diameter, dat werkte ook nog prima.) Knip het overhangende bakpapier rondom af. Prik de bodem hier en daar in met een vork. Verdeel de uien over de deegbodem. Snijd de camembert in plakken en leg die op de uien. Hak de walnoten grof en strooi die er overheen. Verdeel ook de tijm over de taart.

Bak de taart in 35 minuten gaar en goudbruin. Serveer bij voorkeur lauw. Een volledig afgekoelde taart wordt smakelijker als je hem heel even opwarmt in de oven.

Baskische pisto – nieuwe stijl!

Jaren en jaren geleden at ik Piperade in het gastvrije Franse Baskenland. Eenvoudig gemaakt van tomaten, paprika’s en eieren. Thuis kreeg ik zonder pimenton – gerookt paprikapoeder – de heerlijke smaak niet nagemaakt. Onlangs at ik Pisto in Spaans Baskenland. En daar had ik die smaak van jaren geleden weer terug.

Culinair historisch gezien is Pisto misschien meer een Spaanse versie van Ratatouille, omdat ook courgette wordt gebruikt. Het restaurant had het recept een nieuw jasje gegeven: de ingrediënten uiteen gehaald en anders samengevoegd. Een deconstructie van een traditioneel, bijna boers maaltje, dat zo als chic en licht hoofdgerecht niet misstaat.

Benodigdheden (2 personen):

  • 4 plakjes bladerdeeg
  • 3 eieren
  • 4 theelepels sesamzaad (wit en zwart)
  • olijfolie
  • 2 uien
  • 2 puntpaprika’s
  • 400 gram tomaten, ontveld
  • 1 kleine courgette
  • 3 tenen knoflook
  • 1/2 theelepel gerookt paprikapoeder (heet)
  • 1/2 theelepel gerookt paprikapoeder (zoet)
  • 1 theelepel suiker
  • 4 dunne plakjes Serranoham*

Begin met het bladerdeeg, omdat dat de langste bereiding nodig heeft. Laat de plakjes een beetje ontdooien. Verwarm de oven voor op 200 graden. Halveer de plakjes bladerdeeg en bestrijk ze met losgeklopt ei. Leg de ene helft op de andere (vier stapeltjes) en bestrooi er twee met het sesamzaad. Maal er een beetje zout overheen en bak ze op een licht geoliede ovenplaat in 25 minuten goudbruin.


Snipper de ui in blokjes van ongeveer 1,5 x 1,5 cm. Doe hetzelfde met de ontvelde tomaten en de courgette. Doe een stevige scheut olijfolie in een hapjespan en smoor de ui glazig op laag vuur. Voeg dan de paprika toe en zet het vuur middelhoog. Snipper de knoflook en voeg die toe. Roer niet teveel: een enkel bruin randje op de paprika of ui is juist lekker.

Verhit ondertussen een beetje olijfolie in een ruime koekenpan en bak de courgetteblokjes snel gaar op hoog vuur, zodat ze wat bruine randjes krijgen. Kruid het paprikamengsel met de twee soorten gerookt paprikapoeder (pas op met de hete versie: die is echt heet), zout en de suiker. Bak deze nog even mee en stoof dan de blokjes tomaat mee. Zodra dit mengsel meer een saus begint te worden, kunnen de courgetteblokjes erbij en mag het geheel op laag vuur nog even door stoven. Proef of er nog wat zout of suiker bij mag.

Bak van de overige twee eieren in een kleine koekenpan heel zachte spiegeleieren. De dooier moet heel en lopend blijven.

Zodra de bladerdeegplakjes klaar zijn kunnen de borden opgemaakt worden:

  • leg links op de borden de plakjes zonder sesamzaad
  • verdeel daarnaast de pisto
  • drapeer daar de plakjes Serranoham overheen*
  • leg de spiegeleieren er bovenop
  • dek af met de bladerdeegplakjes met sesamzaad

* laat de ham achterwege voor een vegetarische versie

American pancakes

Er zijn van die ochtenden dat het leven wel wat vrolijker mag. Met één ei, wat bloem en een scheutje melk kom je dan een heel eind. Luchtige Amerikaanse pannenkoekjes, bijna cakejes, die heerlijk smaken met poedersuiker, wat frisse jam of vers fruit. Daar kan geen kant-en-klaar plastic pak van de supermarkt tegenop.

Het oorspronkelijke recept is van John Waite Bakes, ook al een winnaar van The Great British Bake Off. Ik herinner mij dat hij lelijk in zijn vinger sneed tijdens een aflevering en daardoor bijna uitgeschakeld werd. Ik vond hem natuurlijk ook vreselijk leuk (en met mij vele andere Britse kijkers), dus in de volgende week mocht hij, na een wijs besluit van de jury, – bepleisterd en al – gewoon terugkomen.

Benodigdheden (6 pannenkoekjes):

  • 1 ei
  • snuf zout
  • 60 ml melk
  • 60 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • boter

Splits het ei: het eiwit in de kleinste kom. Voeg een snuf zout toe aan het eiwit en klop dit eerst met de mixer stijf tot pieken. Klop vervolgens met de mixer het eigeel met de melk los en schuimig. Zeef de bloem en het bakpoeder erboven en meng met een garde tot een egaal mengsel. Spatel er vervolgens het eiwit in twee of drie delen luchtig doorheen.


Smelt een klontje boter in een grote koekenpan. Leg met een juslepel drie hoopjes beslag in de pan. Als de dikte goed is loopt het beslag een klein beetje uit, maar blijft er een dikke laag staan. Houd het vuur middelhoog: je wilt dat de pannenkoekjes rustig aan een kant bruinen en bovenop wat uitdrogen. Dit duurt wel enkele minuten. Als ze goudbruin zijn aan de onderkant (dit wordt de ‘mooie kant’) kun je ze voorzichtig omdraaien met een spatel of kaasschaaf. Laat ook de andere kant goudbruin worden.

Stoofperen in rosé

Een grijze en regenachtige februaridag als deze, die eindigt met een bedeesd zonnetje en fluitende vogels, doet je verlangen naar de lente. Het lijkt niet het moment om aan stoofperen te denken, maar nu zijn ze er nog. En met mijn recept heb je de lente in een glas. Deze stoofperen met rosé, citrusfruit, steranijs en vanille smaken fris en zoet en zijn heerlijk als dessert.

Benodigdheden:

  • 1,5 kilo stoofperen (circa 15 stuks)
  • 1 fles droge rosé (750 cl.)
  • 2 kleine citroenen
  • 2 kleine sinaasappels
  • 225 gram suiker
  • 2 steranijs
  • 1 vanillestokje
  • een scheutje pernod (of ouzo of sambuca of andere anijsdrank)
  • 4-5 schroefpotten (met twist-off deksel)

Schil de stoofperen, verwijder het klokhuis en snijd ze in gelijke kwarten. Dit verkort de kooktijd en zorgt ervoor dat ze straks in de potjes passen. Doe de peertjes in een kookpan. Schenk de rosé erbij. Pers de citroenen en de sinaasappels uit en voeg het sap toe aan de peren, daarna de suiker en de steranijs. Snijd het vanillestokje over de lengte open en schraap met de botte kant van een mes de zaadjes eruit. Voeg zaadjes en opengesneden vanillestokje toe aan de pan.


Breng het mengsel, met het deksel op de pan, aan de kook. Na 45 tot 60 minuten zijn de peertjes voldoende gaar. Voeg kort voor het einde van de kooktijd nog een scheutje pernod of andere anijsdrank toe.

Gebruik de kooktijd om 4 of 5 potten met schroefdeksel schoon te spoelen met een beetje soda en kokend water. Spoel potten en deksels goed na met alleen kokend water en laat ze omgekeerd uitlekken op een schone theedoek. Zorg dat de potten nog heet zijn als je de stoofpeertjes erover verdeelt. Breng dan de siroop nog even vol aan de kook en vul hiermee de potten af tot aan de rand. Schroef de deksels erop en laat ze omgekeerd op de theedoek afkoelen.

Als het deksel na het afkoelen iets hol staat, dan is de pot goed vacuüm getrokken. Op deze manier ingemaakt blijven stoofpeertjes op rosé maanden tot wel een jaar lang goed. De siroop wordt wat troebel, maar dat komt door de vruchtensappen die je toevoegt.

Vind je deze stoofpeertjes lekker? Kijk dan ook eens naar mijn echte stoofpeertjes en de stoofperen in herfstbokbier.

Olijfolie-leugens

Olijfolie extra vergine is niet geschikt om in te bakken. Als redelijk culinair onderlegd persoon geloofde ik dat ook. Het is een van de vele leugens die de voedselindustrie verspreidt om ons kwalitatief mindere olijfolie (die te boek staat als mild, light of klassiek) voor meer geld te verkopen.

Olijfolie extra vergine maakt bij te hoge verhitting stofjes aan die kankerverwekkend zouden zijn. Misschien is dat bij frituren zo, maar wie frituurt er in zulke dure olie? Extra vergine of extra vierge zou vooral voor koude bereidingen zijn, zoals salades en sauzen. De voedselindustrie bedacht milde olijfolie, hoog geraffineerd en neutraal van smaak. Die zou wél geschikt zijn voor bakken en braden.

Waar had ik die wetenschap over olijfolie ook al weer vandaan? Waarschijnlijk uit een van die gratis receptenblaadjes van de supermarkt. Het doet je beseffen dat zo’n blaadje er toch vooral is om de supermarkt gelukkiger te maken: die verkoopt immers mindere waar voor meer geld. Milde olijfolie is vaak zelfs duurder dan extra vergine.

Wie deze aflevering van Keuringsdienst van Waarde bekijkt, is genezen. In de eerste plaats lachen Mediterrane koks om die domme Nederlanders die kleur- en smaakloze olijfolie prefereren boven de kwaliteit van een goede extra vergine.

In het programma zie je hoe een Spaanse olijvenboer de rotte en gevallen vruchten bijeenveegt met takjes, blaadjes en steengruis. Dat is nog goed om ‘lampenolie’ van te maken, brandstof. In een volgend shot zie je de raffinaderij waar deze lampenolie wordt geklaard. Een dikke en vieze prut wordt afgepompt. Wat er overblijft is een olie die weer geschikt is voor menselijke consumptie, maar nergens naar smaakt, en eigenlijk van alle gezonde eigenschappen ontdaan is. Ziedaar de geboorte van olijfolie mild of light!

Je zou er cynisch van worden, maar ik lees tegenwoordig nóg beter die kleine lettertjes op het etiket van de fles: extra vergine, eerste persing, niét geraffineerd!

Hummus met paprika

Paprikahummus is snel en makkelijk te maken en zoveel lekkerder dan de kant-en-klare smeersels uit de supermarkt. De E-nummers en de kunstmatige bindmiddelen ontbreken. En dat proef je! Het voordeel van zelf maken is ook dat je de hummus naar je eigen smaak kunt bijstellen. In deze hummus proef je het nootachtige van sesamzaad, het zoet van paprika, het zuur van citroen en het kruidige van komijn, knoflook en cayenne.

Benodigdheden:

  • 1/2 blik kikkererwten (120 gram uitgelekt)
  • 1 geroosterde paprika (pot)
  • 2 eetlepels tahin (sesampasta)
  • 1 eetlepel citroensap
  • 1/2 theelepel gemalen komijnzaad
  • 1/4 theelepel gerookt paprikapoeder (hot)
  • 1 teen knoflook
  • 1 theelepel zout
  • snufje cayennepeper
  • 1-2 eetlepels olijfolie
  • staafmixer of blender

Spoel de kikkererwten* af. Laat ze goed uitlekken. Knijp het vocht uit de geroosterde paprika en dep die goed droog met wat keukenpapier. Snijd hem in stukken.

Doe de kikkererwten in een blender of een hoge beker. Voeg de paprika, tahin**, citroensap, komijnzaad, gerookt paprikapoeder, gesnipperde knoflook, zout en cayennepeper toe. Pureer dit tot een net egale pasta. Voeg 1 eetlepel olijfolie toe en mix nog even. De hummus moet smeerbaar zijn, maar niet te dun.

Proef en voeg eventueel nog wat extra citroensap, cayennepeper of olijfolie toe. Serveer in een schaaltje met wat olijfolie er overheen en bestrooid met wat cayennepeper of paprikapoeder.

Deze hummus is heerlijk met een stukje flatbread of Turks brood, maar ook bij falafel of een couscoussalade.

* Kikkererwten uit blik kunnen nogal eens van smaak verschillen. Ik neem altijd die van een goed(koop) huismerk. De kikkererwten van een bekend A-merk vond ik in deze hummus helemaal niet lekker.
** Tahin gebruik je waarschijnlijk niet dagelijks. Als je de sesampasta met een schone lepel naar beneden drukt in het potje en er een klein scheutje olijfolie over giet, blijft het in de koelkast lang goed.