Lychnis coronaria (Prikneus)
Afbeelding

Lychnis coronaria (Prikneus)

Deze magentakleurige prikneuzen vind ik het mooist. Ze geven elke border een boost. Maar er bestaan dus ook witte prikneuzen, en witte met een beetje roze. Prikneuzen zijn nu bijna weer uitgebloeid in de tuin. Ik trek ze met bossen uit, zodat de zaailingen die nu al zichtbaar zijn de ruimte krijgen.

Advertenties
Varens

De lente op z’n mooist

Ik heb al eens geschreven dat de lente mijn favoriete seizoen is. Ja, beste lezer, wat koop je daar nu voor, voor zo’n mening? Dit keer maak ik het nog bonter en specifieker want ik heb ontdekt dat de laatste twee weken van april mijn favoriete weken van het tuinjaar zijn.

Het is de tijd dat de bekende voorjaarsbollen praktisch voorbij zijn. Het groen van de krokussen is al bijna verdwenen, de sneeuwklokjes zetten zaad, de narcissen zijn uitgebloeid. Hier en daar wil een late tulp de show nog stelen.

Ik heb eens gelezen dat judaspenning (Lunaria annua) zo’n bruikbare plant is omdat deze een gat overbrugt op een moment dat er weinig anders bloeit. Het kan aan het verwarde klimaat liggen van tegenwoordig, maar ik merk niet veel van een gat. Integendeel.

In de laatste twee weken vult mijn border zich met blad, zo ongeveer als een heleboel in serie geplaatste airbags zich vullen met lucht. Poef! Poef! Het is een ongekende frisse weelde die verschijnt, in verschillende vormen en kleuren. Het blad is nog smetteloos. Elke dag verschijnt er iets nieuws.

Dit is de tijd waarin de rabarber zijn eerste, rijke oogst geeft, de asperges de kop opsteken en de paardenkastanje nog majestueus bloeit, zonder een spoor van de bladvlekkenziekte.

Na de boomerangvorst van februari en maart was ik bang dat er veel kapotgevroren zou zijn. Maar nee, de vijg loopt dapper uit, de dahlia’s maken nieuwe scheuten en ook de weinig winterharde Salvia microphylla ‘Royal Bumble’ vormt een groene heuvel, voordat straks de lakrode bloemen verschijnen.

Als ik zo keurend rondkijk en de balans opmaak stemt dat tot tevredenheid. Niet te lang, want als ik even met mijn ogen knipper staan er ook weer onkruiden, of zaailingen van iets te enthousiaste eenjarigen, zoals slaapmutsjes (Escholzia californica), papavers en rode melde (Atriplex hortensis rubra).

Dat betekent de regie houden, orkestreren. En groenten zaaien in de volle grond, want daar is het nu de juiste tijd voor.

Gaspeldoorn in Gorges du Verdon

De flora van de Gorges du Verdon

Begin juni wandelde ik een week om en in de grootste kloof van Europa, de Gorges du Verdon in de Provence. De Fransozen klaagden over het natte en koude voorjaar, maar ik kreeg onderweg geen druppel. Wel druppelde het elke dag volgens het Buienalarm op mijn mobiel in Nederland (waar de zomer dit jaar meer op een moesson lijkt, maar dat terzijde).

Panorama Gorges du Verdon vanaf Point Sublime
De Gorges du Verdon vanaf Point Sublime

De ‘Grand Canyon du Verdon’ is een berggebied waarin de woeste rivier in eeuwen en eeuwen een enorm ravijn heeft uitgesleten. Tijdens het wandelen werd ik getrakteerd op rotsfaçades, vergezichten en alpenweides. Toch genoot ik vooral van de grote natuurtuin om me heen. In mijn hoofd benoemde ik de plantensoorten die ik herkende. Het zijn er veel die ook in de siertuin overeind blijven, zoals wolfsmelk (Euphorbia characias en Euphorbia spinosa), Helleborus foetidus en Campanula persicifolia.

Bomen

In deze warme en droge streek zijn er enkele planten die sterk domineren. Voor de bomen zijn dat de op lager gelegen gebied de eik (Quercus pubescens) en op hoger gelegen gebied de grove den (Pinus sylvestris), de zwarte den (Pinus nigra) en de Aleppoden (Pinus halepensis). Ik was verbaasd dat de maretak of mistletoe (Viscum album) hier ook op dennen zijn borstels maakt. Ik dacht altijd dat deze halfparasiet alleen op loofbomen groeide.

Struiken

Voor de struiken domineren de Pruikenboom (Cotinus coggygria, de gewone groene soort met rozige pluimen) en… buxus (Buxus sempervirens). Vooral die laatste tiert alsof er geen belagende schimmels of mijten bestaan.

Planten uit de Gorges du Verdon
Ook gezien: Orchis purpurea, Linum suffruticosum en Lathyrys tuberosus

Hoger in de bergen was de lucht vaak zwanger van de bloeiende Gaspeldoorn (Ulex parviflorus), terwijl het op zonnige vlaktes ineens sterk naar tijm (Thymus vulgaris) kon ruiken.

Kruiden

Daarmee kom ik op de laagste divisie, naast tijm: lavendel (Lavandula angustifolia) en bonenkruid (Satureja montana). Een trio dat alleen daarom al niet in de Herbes de Provence mag ontbreken.

Kalk

Wat ik me door het zien van de natuurlijke groeiplaats vooral realiseerde is dat al deze soorten houden van (veel) kalk in de grond.

Denk daar nog eens aan en geef je strak in het keurslijf gesnoeide buxus zo nu en dan eens wat korrelkalk te eten.