Gaspeldoorn in Gorges du Verdon

De flora van de Gorges du Verdon

Begin juni wandelde ik een week om en in de grootste kloof van Europa, de Gorges du Verdon in de Provence. De Fransozen klaagden over het natte en koude voorjaar, maar ik kreeg onderweg geen druppel. Wel druppelde het elke dag volgens het Buienalarm op mijn mobiel in Nederland (waar de zomer dit jaar meer op een moesson lijkt, maar dat terzijde).

Panorama Gorges du Verdon vanaf Point Sublime
De Gorges du Verdon vanaf Point Sublime

De ‘Grand Canyon du Verdon’ is een berggebied waarin de woeste rivier in eeuwen en eeuwen een enorm ravijn heeft uitgesleten. Tijdens het wandelen werd ik getrakteerd op rotsfaçades, vergezichten en alpenweides. Toch genoot ik vooral van de grote natuurtuin om me heen. In mijn hoofd benoemde ik de plantensoorten die ik herkende. Het zijn er veel die ook in de siertuin overeind blijven, zoals wolfsmelk (Euphorbia characias en Euphorbia spinosa), Helleborus foetidus en Campanula persicifolia.

Bomen

In deze warme en droge streek zijn er enkele planten die sterk domineren. Voor de bomen zijn dat de op lager gelegen gebied de eik (Quercus pubescens) en op hoger gelegen gebied de grove den (Pinus sylvestris), de zwarte den (Pinus nigra) en de Aleppoden (Pinus halepensis). Ik was verbaasd dat de maretak of mistletoe (Viscum album) hier ook op dennen zijn borstels maakt. Ik dacht altijd dat deze halfparasiet alleen op loofbomen groeide.

Struiken

Voor de struiken domineren de Pruikenboom (Cotinus coggygria, de gewone groene soort met rozige pluimen) en… buxus (Buxus sempervirens). Vooral die laatste tiert alsof er geen belagende schimmels of mijten bestaan.

Planten uit de Gorges du Verdon
Ook gezien: Orchis purpurea, Linum suffruticosum en Lathyrys tuberosus

Hoger in de bergen was de lucht vaak zwanger van de bloeiende Gaspeldoorn (Ulex parviflorus), terwijl het op zonnige vlaktes ineens sterk naar tijm (Thymus vulgaris) kon ruiken.

Kruiden

Daarmee kom ik op de laagste divisie, naast tijm: lavendel (Lavandula angustifolia) en bonenkruid (Satureja montana). Een trio dat alleen daarom al niet in de Herbes de Provence mag ontbreken.

Kalk

Wat ik me door het zien van de natuurlijke groeiplaats vooral realiseerde is dat al deze soorten houden van (veel) kalk in de grond.

Denk daar nog eens aan en geef je strak in het keurslijf gesnoeide buxus zo nu en dan eens wat korrelkalk te eten.

Advertenties
Yvette van Boven
Link

Koken met Van Boven

Afgelopen dinsdag 15 december schakelde ik – helaas iets te laat – in voor Koken met Van Boven. En wat zag ik: een prachtig gebraad uit de oven, met kruiden, een mooie bruine korst en een garnering van citrusfruit. Het zag er feestelijk uit en het was: KNOLSELDERIJ! 

Knolselderij: gezond maar saai, een onooglijke knol die ik  alleen maar ken uit de erwtensoep.

Gebraad van knolselderij met saus van citrus
Gebraad van knolselderij met saus van citrus

Ik ben meteen de gemiste aflevering online gaan bekijken. En wat blijkt: het recept is ook nog eens doodsimpel. De knol schillen, inwrijven met boter en kruiden,  twee uur in de oven in folie en dan nog een poosje zonder folie voor het korstje.

Toen Yvette van Boven daarbij ook nog een voorgerecht maakte van koolrapen kon ze niet meer stuk.

Volgend jaar plant ik knollen in de tuin: koolrapen, knolselderij (aardperen heb ik al) en ook weer koolrabi.

Ik kan al bijna niet meer wachten met tuinplannen voor volgend jaar!

koolrabi_984px
Volgend jaar staan hier dus knollen
Japanse tuin Clingendael

De harmonie en schoonheid van de Japanse tuin

Eigenlijk houd ik niet zo van heel erg nette tuinen, met alle plantjes keurig op kleur en precies overdacht op de juiste plek. Ik houd van een beetje ongeregeld, licht verwilderd. En ik ben dol op toevalsplanten, aanwaaiers en uitzaaiers.

Maar toch maak ik een uitzondering voor de Japanse tuin. Daarin is alles overdacht. Er is orde en er zijn vaste elementen met een eigen betekenis.

Dat wil niet zeggen dat de tuin symmetrisch is, of strak. De opzet is juist om de natuur zo dicht mogelijk te benaderen. Geen rechte paden, maar slingerpaadjes met stapstenen.

Vaste elementen van de Japanse tuin

  • Er is altijd water. Water staat voor leven. Water wordt ook wel gesymboliseerd met kiezelsteentjes.
  • Er is een stenen lantaarn.
  • Er zijn stenen die rust symboliseren.
  • Er is een bruggetje, meestal in een rode kleur. Rood staat voor vreugde, maar beschermt ook tegen boze geesten.
  • Er is veel groen in de vorm van mossen en varens.
  • De tuin is geheel omheind.
Mossen en varens Japanse tuin Clingendael
Mossen met ontluikende varens in het voorjaar

Naast deze vaste onderdelen kan er een theehuis of paviljoentje zijn. Meestal is hierin plaats gemaakt voor een boeddha. Soms is er een tempel.

Er zijn verschillende Japanse tuinen in Nederland. Een hele mooie waar ik graag kom is de ruim honderd jaar oude Japanse tuin op landgoed Clingendael, tussen Den Haag en Wassenaar.

Rust, groen en stenen

Er gaat een enorme rust uit van een Japanse tuin. Er is geen sprake van spectaculaire effecten, geen rijke borders of bijzondere blikvangers. Meestal overheerst de kleur groen: varens, mossen, bamboe. Een zorgvuldig geplante rode Japanse esdoorn zorgt het hele jaar door voor kleur.

Alleen in het voorjaar gaat de tuin even uit zijn dak: dan bloeien rododendron en azalea met prachtige kleuren. Het is een feest om dan door de tuin te lopen over de bemoste paden en de speciaal gelegde stapstenen.

Azalea Japanse tuin Clingendael
Oranje is een van de vele uitbundige kleuren van Rhododendron

Precies dit: de juiste verhoudingen tussen groen, stenen en beperkte kleur geven de Japanse tuin op Clingendael zijn bijzondere serene sfeer. Waar als vanzelfsprekend een plek in het groen is voor de boeddha. En je zittend op een bankje ontdekt dat er ongemerkt een uur verstreken is.

Wil je meer weten: er zijn enorm veel websites te vinden over Japanse tuinen. Met veel meer informatie dan ik hier bij elkaar heb kunnen zetten. Bijvoorbeeld over de verschillende stijlen of over hoe je zelf een Japanse tuin aanlegt.

De Japanse tuin van Clingendael

Vanwege de kwetsbaarheid is Clingendael alleen in voor- en najaar beperkt opengesteld. Onderga zelf de rust en harmonie van deze kleine tuin. Het kan dit jaar tussen 10 en 25 oktober.

Japanse tuin Clingendael
De Japanse tuin van landgoed Clingendael

Wil je na je bezoek nog eens nagenieten? Dat kan ook met een van deze twee romans met een bijrol voor de Japanse tuin:

  • De tuin van de avondnevel / Tan Twan Eng
  • De tuin van de Samoerai / Gail Tsukiyama

Ik hoop dat ik over heb kunnen brengen hoe een tuin je een bijzondere ervaring geeft die verder gaat dan je verwacht. Iets wat iedereen tenminste één keer in het leven zou moeten ervaren: rust, harmonie, schoonheid.

Dit is een gastblog van Stien den Braber. Foto’s en tekst zijn van haar hand. Dankjewel Stien!

Waterval op IJsland

IJsland, land van vuur en ijs

IJsland is een ‘jong’ land, nog altijd zestien tot zeventien miljard jaar oud, maar geologisch gezien is dat jong.

Het land was “woest en leeg” toen de Vikingen het ontdekten. En het is nog steeds behoorlijk ruig en leeg.

Een groot deel van het land is bedekt met gletsjers of lavavelden. Op verschillende plekken borrelt de aarde, door geisers of vulkanen. Denk aan de uitbarsting van de Eyjafjallajökull, die in 2010 het vliegverkeer in heel Europa stillegde.

De naam Eyjafjallajökull lijkt onbegrijpelijk maar is eigenlijk heel eenvoudig:

  • eyja = eiland
  • fjalla = berg
  • jökull = gletsjer

Veel IJslandse plaatsnamen zijn genoemd naar natuurverschijnselen: Reykjavik betekent rokende baai (vik = baai, rokend vanwege de geisers).

Lavaveld op IJsland
Lavaveld op IJsland

Wat heb je in IJsland te zoeken op vakantie? Zeker als je bedenkt dat de temperatuur er nogal wisselvallig is. Zelfs in juli is het maar 10-17 °C – en soms kouder.

IJsland is een uitdaging.
Soms loop je door een lavaveld dat eruitziet als een maanlandschap. Maar tussen de zwarte brokken komen alweer de eerste mossen, saxifraga’s en andere bloemetjes tevoorschijn.

Silene uniflora en Alchemilla alpina
Silene uniflora en Alchemilla alpina (Alpiene vrouwenmantel)

Als je dan na een tijd lopen uitkomt bij een donderende waterval, weet je niet wat je ziet. Eerst ben je onder de indruk van het geweld van het water. Daarna zie je hoe groen het er is en wat er allemaal bloeit: geranium sylvaticum, boterbloemen, lathyrus japonicus, Noordse nachtorchis.

Je moet wel goed kijken. Het zijn geen grote, uitbundige, niet-te-missen planten. Eerder bescheiden, nietige plantjes die zich er kunnen handhaven, en die je gemakkelijk over het hoofd ziet.

Platanthera hyperborea (Noordse nachtorchis) en Geranium sylvaticum
Platanthera hyperborea (Noordse nachtorchis) en Geranium sylvaticum

Op de gletsjers groeit niets. Daarvoor is de ijslaag te dik. Stukken gletsjerijs komen terecht in gletsjermeren of fjorden en drijven langzaam naar zee.

Een boottochtje tussen de ijsbergen is een indrukwekkende beleving. Soms hebben die ijsbergen een mooie blauwe kleur. Dat is een sprookjesachtig gezicht, maar het is niets meer dan de weerkaatsing van blauw licht. Door de grote druk is alle zuurstof uit het ijs geperst en wordt elke kleur uit het licht geabsorbeerd. Alleen het  blauw wordt weerkaatst.

IJsbergen
Blauwe ijsbergen

En overal vogels: langs de meren veel zangvogels en langs de kust krijsen de vele soorten meeuwen, stormvogels, jan-van-genten en de sterns.

De noordse sterns zijn berucht omdat ze mensen aanvallen die in de buurt van hun jongen komen. Ze vallen op het hoofd aan, het hoogste punt. IJslanders weten dit en houden een stok boven het hoofd, die vervolgens belaagd wordt door de sterns.

De meest ‘aaibare’ vogel is wel de papegaaiduiker. Waar meeuwen statig voorbij zeilen op de thermiek, lijkt de papegaaiduiker onbeholpen te fladderen. Maar vergis je niet: ze zijn ontzettend snel.

Papegaaiduikers en Salix lanata
Papegaaiduikers en Salix lanata (Grijze dwergwilg)

IJsland is een land met weinig bomen. Hier en daar zijn bomen aangeplant. Maar in het wild kunnen ze zich nauwelijks handhaven en worden ze niet groter dan een struik. Zo duurde het een paar dagen voor ik die lichtbladige plant met pluizen herkende als een wilgensoort, Salix lanata. Ook de Salix herbacea wordt niet groter dan een struikje.

Ik moet het echt ook nog over de geisers hebben: overal in het landschap zie je stoom uit de grond komen. Soms als heet water, soms als blubberende modderpoelen.

In de omgeving van Reykjavik wordt dit water gebruikt voor kassen. Bij een van de geisers konden we zelfs tomaten kopen. Zeker zo leuk: je kunt er ook een zwembad mee verwarmen. Zo zwom ik in een buitenbad van 40 °C.

En ik kan wel doorgaan: over de schapen, de IJslander paarden, de wilde zwanen, de grote groepen ganzen, de turfhuizen met grasdaken enzovoorts. Nog eentje dan: de lupinevelden.

Ooit uit Alaska gehaald om erosie tegen te gaan, neemt de blauwe lupinus nootkatensis langzaam het hele land over en worden ze nu weer bestreden. Van deze lupine heb ik dan ook zonder wroeging zaad mee naar huis genomen. Wie weet lukt me het in Nederland ook wel: lupinevelden….

Lupinus nootkatensis
Lupinus nootkatensis (Alaska lupine)

Ik hoop dat jullie een beetje geproefd hebben hoe bijzonder een vakantie in IJsland is.

Dit is een eerste gastblog van Stien den Braber. Stien woont in Amersfoort en is gek van (moes)tuinieren. In haar vrije tijd wandelt ze graag en schrijft ze gedichten.

Mocht je zelf iets te vertellen hebben over planten, de moestuin, een natuurreis of een duurzaam project in jouw omgeving: neem gerust contact op . Moesblog staat open voor gastbloggers, andere verhalen en nieuwe geluiden.

Godinton House & Gardens

Op tuinreis met Romke van de Kaa

Ik reis al tientallen jaren met Garden Tours. Garden Tours is een kleine organisatie die zich specialiseert in tuinreizen. Bij mij gaan die reizen bijna altijd naar Engeland, het land waar tuinieren prime time tv is en tot hoge kunst wordt verheven.

Hoe is dat nu, zo’n tuinreis? Ik beschouw het als een schoolreisje voor 50-plus. Zodra ik in de touringbus zit bekruipt mij het schoolreisjesgevoel. Samen met de vriendelijke medereizigers kijk ik in mijn busstoel licht gespannen uit naar wat er komen gaat: een paar dagen andere cultuur, veel mooie tuinen, de luxe van een bijzonder hotel en lekker eten waar je niks voor hoeft te doen.

Over dat 50-plus valt wat op te merken. Blijkbaar hoort het genieten van tuinen op deze veilige manier – een ander zegt misschien: gezapige manier – bij de rijpere leeftijd. Bij een eerdere reis ging er wel eens een dame van dik in de tachtig mee, die slecht ter been was. Dat was geen succes. Door een tuin moet je kunnen wandelen, soms over smalle of steile paadjes. En kleine privétuinen hebben vaak geen aangepaste voorzieningen.

Een tuinreis is niet goedkoop. Ik reken soms uit wat het kost per dag of per tuin en die getallen moeten dan rationeel ondersteunen wat ik onbewust al lang beslist heb. Bovenop de reissom komt de ‘dagprijs’ van de entreegelden en de extra lunches, die je in de bus afrekent.

Tegenover die hoge kosten staan de speciale hotels die Garden Tours meestal uitzoekt. In een klassiek, ietwat ‘vergane-glorie-hotel’ in Bournemouth had ik ooit een soort diensterkamertje op de bovenste etage. Het was een veilig kraaiennest met krakerige vloeren en een coffee and tea maker. Door de openstaande ramen hoorde ik de branding en rook ik de zeelucht.

Afgelopen week was ik in Buxted Park, een 4-sterrenhotel met een rijke geschiedenis, statig gesitueerd in een park bovenaan een dal, met vele wandelmogelijkheden. Vier dagen Country Houses & Gardens in Sussex.

Romke van de Kaa en Eric van Oevelen
Met Romke in de eetzaal van Godinton House

Bij Garden Tours is de deskundige reisbegeleiding ook altijd een pluspunt. De grote trekker dit keer was Romke van de Kaa. Voor wie hem niet kent: Romke schrijft al jaren een column voor de regionale kranten in Nederland, publiceert in vele tuinvakbladen (bijvoorbeeld in Onze Eigen Tuin) en is auteur van vijf, meestal niet-geïllustreerde (!) boeken over de lusten en lasten van tuinplanten en de zin en onzin van tuinieren. Met Paul Geurts stelt hij elk jaar de tuinscheurkalender samen, vol wetenswaardigheden, gedichten en recepten.

Romke van de Kaa is het vlaggenschip van de Nederlandse tuinboekschrijverij. Gewapend met de nieuwste druk van Verwilderen in mijn rugzak, verwachtte ik dus veel van hem. Als gids praat Romke met veel eh’s die hij nodig heeft om zijn woorden zorgvuldig af te serveren. Laat je die eh’s weg dan heb je al bijna de volzinnen, anekdotes en kwinkslagen die zijn boeken zo kenmerken.

Romke’s botanische kennis is groot en de accenten liggen daarbij op de tuinplanten die hem van oudsher interesseren. In de jaren tachtig werkte hij samen met Piet Oudolf, nu een vermaard tuinarchitect. De twee gingen met ruzie uit elkaar. Van de Kaa begon een kwekerij in Dieren, die hij van de hand deed toen de schrijverij meer tijd ging vragen. De beste man is inmiddels zeventig en nog lang niet uitverteld.

Great Dixter plantencombinaties
Een plantencombinatie op Great Dixter

Het hoogtepunt van de reis was het bezoek met Romke aan de tuin van die andere geestige tuinboekenschrijver, Christopher Lloyd. Great Dixter staat bekend om zijn heftige kleurencombinaties. Lloyd – in 2006 overleden – hield van experimenten en deinsde er niet voor terug om zijn publiek te choqueren met een schikking in hardroze, knaloranje en felgeel.

De huidige head gardener Fergus Garrett zet de tuinen in de geest van Christopher Lloyd voort. Een interessant detail is dat Romke van de Kaa in zijn jonge jaren zelf een aantal jaren head gardener is geweest op Great Dixter. Hij heeft dus de nukken van Lloyd, die niet altijd zo beminnelijk was als in interviews mocht blijken, van nabij meegemaakt.

Een tuin als Great Dixter leidt tot heftige discussies over wat geoorloofd en smaakvol is in de tuinkunst. De een raakt in vervoering, de ander wordt er ongemakkelijk van of vindt het helemaal niets. Duidelijk mag zijn in welk kamp ik verkeer. Ik zal er nog eens een aparte blogpost aan wijden.

Great Dixter plantencombinaties
Een andere krachtige kleurstelling in de tuinen van Great Dixter

Op tuinreis babbel ik met iedereen over plantjes en het leuke van tuinieren. Ongeveer zoals ik dat hier doe op Moesblog. Maar dan in de longplay versie en de shuffle en repeat stand. Een tuinreis kan zo ontaarden in een dagenlange vergelijking van voorkeuren, opvattingen en ervaringen.

Dat kon bij eerdere reizen wel eens erg vermoeiend zijn. Een mens wil ook wel eens gewoon kunnen zeggen: “Ik wil dik boter op mijn witbrood, en verder niets”. Bij een tuinreis komen de medereizigers als het ware met allerlei smeerbare alternatieven, voorstellen voor beleg en onrustbarende feiten over de schadelijkheid van botervet en geraffineerd tarwemeel.

Na drie, vier dagen praten is zo mijn tuinemmertje meestal helemaal leeg. En dat van anderen ook. We kunnen verzadigd en welgemoed naar huis en zien er voorlopig geen been in dat partner thuis niets met tuinieren heeft.

Dat was dit keer overigens anders. Het reisgezelschap bevatte opvallend veel tuinarchitecten, groenontwerpers, kruidendeskundigen en stinzenplantenkenners. Behalve Romke van de Kaa’s plantkunde was er dus heel veel kennis aanwezig. Zo hoorde ik bijvoorbeeld over onderzoek van prof. dr. Marcel Dicke, hoogleraar entomologie in Wageningen, die onderzoek doet naar het samenspel tussen planten en insecten. Daarbij schijnen feromonen, geuren die planten uitscheiden, een grote rol te spelen.

En een tuinarchitecte doceerde mij haast over de belangrijke rol van Reginald Blomfield in 1902 voor het grondplan van Godinton House Gardens zoals het vandaag de dag is, na vier eeuwen van veranderlijke tuinmodes. Hoe strak opeengepakte oosterse tapijt-achtige bedding planting plaats maakte voor een losse en natuurlijk ogende border vol wuivende grashalmen.

In plaats van dat het leeg is zit mijn tuinemmertje dus boordevol nieuwsgierigheid en nieuwe inspiratie. En aangezien ik geen partner heb, laat staan een ongeïnteresseerde partner, giet ik dat emmertje mettertijd gewoon hier leeg, op Moesblog.

Meer over Romke van de Kaa:

Sminkentuin 1

Sminkentuin houdt open dag

Als je het aan Gerda Smink vraagt wat haar tuin typeert krijg je dat in doordachte volzinnen te horen. Dan verraadt zich de onderwijzeres in haar. De prachtig aangelegde privétuin van Gerda op Venneweg nummer 8 is zondag 14 juni eenmalig geopend voor publiek, tijdens Rijen Ruikt.

Toen Gerda en haar man Leo een halve eeuw geleden de oude boerenwoning langs het spoor in Rijen betrokken was er nog weinig te zien van de huidige aanleg. De boerenwoning is gerenoveerd en uitgebouwd, waarbij de landelijke stijl is behouden. De tuin van nu was er misschien deels in oppervlakte – er is in de jaren negentig een stuk bijgekocht – maar zeker niet met deze uitstraling. Alleen de groentetuin voor de deur van het oude huis bestond vroeger ook al.

Sminkentuin 3

“Ronde lijnen” is het eerste dat Gerda te binnen schiet als ze begint te vertellen. De tuin is opgebouwd uit gebogen lijnen en cirkels. Als ik dat vergelijk met mijn eigen stijl neig ik juist naar hoekig. Dat interpreteren als typisch vrouwelijk en mannelijk – die neiging heb ik even – is te gemakkelijk. Want binnen de ronde vormen van Gerda’s tuin mag het soms best verwilderen. In combinatie met de strakke, gebogen snoeivormen van bijvoorbeeld buxus en taxus ontstaat zo een spanning tussen “ruig en netjes”, die zeker niet vrouwelijk romantisch aandoet.

Gerda werkt met grote vlakken van planten, waarbij de bloemkleur ondergeschikt is aan de uitstraling van blad en plant als geheel. Ook met herhaling van planten creëert ze zo samenhang en rust. Als tegenhanger wekt ze spanning door paden weg te laten lopen, zodat je niet alles in een keer kunt overzien. Lichtval en stevige kleurcontrasten – bijvoorbeeld tussen het geelgroene blad van Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’ en het bruinrode van Prunus niger – doen de rest.

Sminkentuin 2

Door de zichtlijnen kijk je waar Gerda wil dat je kijkt: naar de vele beelden van Ine Bollen die in de perken staan. Of naar de “grapjes” in de tuin: een gesnoeide zetel waarin je niet kunt zitten, de locomotief van buxus bij de ingang of de staaldraden duiker in de vijver.

In de Sminkentuin – door Gerda bewust vernoemd naar haar in 2009 overleden man Leo – is voor de echte liefhebber veel te zien. Bij de zoveelste rondgang viel mij op dat je dit levenswerk van Gerda steeds weer als nieuw kunt beleven.

Moestuinmentaliteit

Een interessant interview vandaag met filosoof Harry Kunneman in Trouw. Hij bedacht het ‘Dikke Ik’, een uitdrukking voor de alsmaar meer consumerende mens, die zichzelf beter voordoet dan de ander en zich weinig aantrekt van andermans ellende. Het Dikke Ik is kortom een morele tunnelvisie met drie kenmerken: steeds dikker worden, jezelf dik maken en een dikke huid hebben.

Nu is een tuinblog niet de meest voor de hand liggende plek voor filosofie en politiek. Maar ik moest denken aan staatssecretaris Jetta Klijnsma die door de politiek genadeloos geframed werd door de term moestuinsocialisme. Dat kwam omdat zij in juni 2014 het idee opperde dat ouderen hun AOW konden aanvullen door bijvoorbeeld een moestuin te beginnen. Haar suggestie gaf overigens voeding aan nog andere woordspelingen zoals ‘Aalmoestuin’ en de ‘Partij van de Aardbei’.

Zelf heb ik wel iets met die zelfredzaamheid waarop Jetta Klijnsma doelde. Een moestuin biedt beweging, ontspanning, contact met mens, dier, plant en aarde. De moestuin maakt ons bewust dat ons eten er niet ‘zomaar’ is. Het haalt op een kleine, menselijke schaal het Dikke Ik uit ons.

Dit jaar ben ik mijn moestuin begonnen. En ik heb al veel geleerd. Zaai bijvoorbeeld altijd meer voor dan je nodig hebt. Dan heb je een plant achter de hand wanneer er later een in de volle grond sneuvelt. De ‘extra’s’ die je niet nodig blijkt te hebben deel je uit.

De moestuinder weekt ook voor. Met name harde, grote zaden die buiten lastig kunnen ontkiemen, zoals bonen en maïs. Het was in Brabant droog en relatief koud. Dus na een maand in de volle grond heb ik de maïszaden weer eruit gepeuterd, binnen voorgeweekt en na het eerste kiemverschijnsel apart opgepot. Hopelijk wordt het nog wat met die maïs.

Op mijn werk is een levendige handel ontstaan in zaden en kiemplantjes. De goede adviezen gaan over en weer. We proeven van elkaars oogst. Er is zelfs een collega die natte bonen in een geseald zakje op haar borst draagt. En dat doet ze dan om mij nog kievitsboonplantjes te bezorgen.

De echte moestuinder kortom spaart, maar deelt ook rijkelijk uit. Hij beweegt mee met de tijd van het jaar en het weer van de dag. Hij weet dat niets vanzelfsprekend is maar dat er toch dagelijks veel te genieten valt.

Ik pleit dus voor het nieuwe begrip moestuinmentaliteit. Als tegenhanger van het Dikke Ik.