Neus boven de grond

Zaaien in de volle grond in maart: ja, het kan. Of het zin heeft om altijd zo vroeg te beginnen, dat vraag ik me af.

Begin maart zaaide ik in de eerste droge dagen na een hoop nattigheid radijs, wortel, pastinaak, ui, sla en sugarsnaps. Keurig op regels met naambordjes. Vervolgens bleef het bijna een maand nogal droog en koud. Na één week kon ik niks verwachten, dat wist ik. Week 2 was ook nog te optimistisch. Bij week 3 begon het te kriebelen en keek ik zo nu en dan of er al iets groens te bespeuren viel. Tegen week 4 keek ik elke ochtend en avond, maar nee.

“Zuster Anna, ziet gij al iets komen?” dacht ik met enig dramatisch gevoel van zelfspot. Dit moestuinbed wordt niets, nada. De redders te paard uit het sprookje Blauwbaard komen eerder opdagen dan het eerste groen in mijn keurige regels. De enige neus boven de grond was die van mij.

Je kunt veel onzin op 1 april verkondigen, maar dit jaar was het wel mooi de eerste lentedag. Of de eerste dag die als lente voelde. En ziedaar: een miniscuul blaadje radijs. En dat sprietje zou wel eens het kwetsbare begin van een wortel kunnen zijn. Twee dagen later zag ik de eerste spruiten van de sugarsnaps.

Misschien dat ik volgend jaar beter let op de temperatuur. Zo bespaar ik mezelf onnodige onrust in tijden waarin je toch al het groen het liefst de grond uitkijkt.

Advertenties
Solanum melongena (Aubergine)

Het moestuinplan: terugkijken

Het afgelopen jaar was voor mij de eerste keer dat ik me aan een moestuin waagde. Pas halverwege mei had ik de aanleg van de bedden klaar en die late start was niet direct de garantie voor succes. Wel had ik veel planten op de vensterbank voorgekweekt of buiten opgepot. Maar de grond was relatief arm en de zomer langdurig droog. Ik heb met heel wat gieters af en aan gelopen, en desondanks werd het niet de groene weelde die ik verwacht had.

Plussen en minnen

Nul of praktisch nul opbrengst had ik bij:

  • rode kool ‘Roodkop 2’
  • knolvenkel ‘Perfection’
  • pompoen ‘Uchiki Kuri’
  • aardbeien (drie stuks)
  • pastinaak ‘Gladiator’ (die er uit kwamen als Parijse worteltjes)

Iets beter deden het de:

  • pronkbonen ‘Pickwick’ en kievitsbonen
  • peulen ‘Norli’
  • wortelen ‘Nantaise 2’ (zaailint van de Lidl)
  • suikermais ‘Zoet Jan’ (drie kolfjes)
  • radijs ‘Flamboyant 3’ (alleen de vroegste zaai)
  • broccoli (van de Albert Heijn moestuintjes)
  • boerenkool ‘Blue Type’
  • snijbiet ‘Rhubarb Chard’

Succesvol waren de:

  • pittige snijsla-mengsel ‘Saladini’
  • tomaten (verschillende soorten, waaronder die van de moestuintjes)
  • aardperen (klein, maar veel)
  • courgette ‘Striato d’Italia’
  • eikenbladsla ‘Salad Bowl’
  • aubergine (van de Albert Heijn moestuintjes)
  • augurken

Lessen geleerd

Met name de augurken leverden gigantisch op. De vier plantjes die ik van een collega had gekregen waren voldoende om tientallen potten in te maken: zuur en zoetzuur, met dille, tijm of basilicum.

Solanum melongena (Aubergine)
Solanum melongena (Aubergine) van de AH moestuintjes in een zak potgrond

Ook de drie aubergines die ik oogstte van een paar planten in een zak potgrond vond ik een klein wonder. Reden voor mij om dit jaar aubergines in de volle grond te proberen.

In de lijstjes ben ik de overjarige broccoli ‘Sprouting Early Purple’ vergeten. Daarvan oogst ik misschien de komende maanden. Ik vind het onhandelbare planten die in de winter een gekwelde aanblik leveren. Ze zijn de speelbal van wind en regen. Ik plant en oogst liever broccoli in hetzelfde jaar.

Nog een les: de omrandingen van elk moestuinbed met kruiden zoals koriander, selderij, dille, bieslook en peterselie. Afhankelijk van de oriëntatie kwam het zaad ongelijkmatig of niet op. Dat droeg dus niet bij aan een fraai totaalbeeld. Komend jaar zaai ik dus gewoon in rijtjes, tussen de groenten in.

Nog even wachten

Vorige week heb ik het heikele probleem van de wisselteelt al besproken. In maart wordt de druk om in de volle grond te zaaien voor de moestuinder erg groot. Maar februari en maart zijn tot nu toe kletsnat en koud. En ik wacht liever een paar dagen totdat de grond normaal te bewerken is.

Groentebedden

Wisselteelt met vier bedden

Wisselteelt of vruchtwisseling is belangrijk om ziektes en plagen in de moestuin te voorkomen. Verschillende planten stellen verschillende eisen aan de bodem, en als ze jaren achtereen op dezelfde grond worden gekweekt kan er bodemmoeheid optreden.

Vorig jaar maakte ik mijn allereerste moestuin en toen al viel me op dat het vinden van een juiste indeling geen gemakkelijke opgave is. Dit komt omdat er meerdere methoden bestaan. Bovendien spreken boeken, websites en moestuinfora elkaar hevig tegen.

Als er iemand de ultieme indeling weet voor wisselteelt met vier bedden: laat het weten en reageer op dit blog!

Misschien is de gemakkelijkste indeling die waarbij de plantensoorten losjes door elkaar gezet worden en jaarlijks van plek veranderen. In Engeland zouden ze het higgledy piggledy noemen, als een relatief rommeltje.

Hoeveel moestuinbedden?

Zodra je met rijen of vakken van dezelfde groenten start pas je eigenlijk al een vorm van intensieve teelt in je tuin toe. Bij het aantal vakken ontstaat de eerste twijfel: neem je drie, vier, vijf of zes moestuinbedden en ga je uit van drie-, vier-, vijf- of zesjarige vruchtwisseling?

Welke indeling in plantensoorten?

Een veelgebruikte ordening is die naar het deel van de plant dat door de mens gebruikt wordt:

  • koolgewassen
  • bladgroenten
  • vruchtgroenten
  • wortel- en knolgroenten
  • peulgewassen

Een tweede indeling gaat uit van plantfamilies die ongeveer dezelfde eisen aan de grond stellen:

  • kruisbloemigen (o.a. kolen en radijs)
  • vlinderbloemigen (o.a. erwten en bonen)
  • nachtschaden (o.a. aardappels en tomaten)
  • overigen (o.a. wortels, ui, prei, sla en mais)

Tenslotte bestaat er ook nog een indeling in drieën die uitgaat van waterbehoefte:

  • veel water (o.a. tomaten, pompoenen, courgettes en kolen)
  • minder water (o.a. wortels en sla)
  • weinig water (o.a. erwten, bonen en uien)

Bij de meeste schema’s wordt gerekend met een apart vak voor de aardappels, omdat die veel ruimte innemen en specifieke teelteisen stellen.

Vaste gewassen, zoals aardbeien, rabarber en asperges krijgen een apart vak en vallen uiteraard buiten de teeltwisseling.

Conclusie

Ik heb gekozen voor vierjarige wisselteelt op basis van plantfamilies. De beplanting schuift elk jaar een vak op: dus kruisbloemigen volgen op vlinderbloemigen, vlinderbloemigen op nachtschades enzovoorts.

Compost en bemesting

Goed om te weten is dat elke plantfamilie andere eisen aan de voorbereiding van de grond stelt. Met name kruisbloemigen stellen een ruime mestgift en compost op prijs. Nachtschaden willen een beetje mest en veel compost. De grond voor de vlinderbloemigen krijgt vooral wat extra kalk in het voorjaar. En de grond voor de overigen (wortels e.d.) heeft eigenlijk geen extra mest nodig omdat die nog meelift op de ruime mestgift van de kruisbloemigen uit het vorige jaar.

Behalve bij jonge zaailingen mag een laag compost altijd: als de bodemstructuur verrijkt moet worden of als mulchlaag voor het beter vasthouden van vocht.

Ik heb vorige week mijn moestuinbedden bekalkt en voorzien van organische mest. En geloof me: de bodem ziet er direct een stuk gezonder en smakelijker uit. Of is dat de tuinier in mij die zich teveel vereenzelvigt met zijn planten? 😉

Paaltjes maken voor verhoogde bedden

De moestuin in februari

In februari is er nog niet zoveel te doen in de moestuin. De grond is nog te koud en te nat om te zaaien. Een uitzondering is misschien de aardpeer, waarvan de knollen nu al de grond in kunnen. Ze zijn vorstbestendig en hebben baat bij een lang groeiseizoen.

Sommige groenten laten zich binnen op de vensterbank al voorzaaien, maar ook daarmee kun je beter even wachten: de lichtintensiteit is nog gering. De kans is groot dat je daardoor in april met spichtige, onhandelbare zaailingen zit.

Grondbewerking

Februari is wel een goede tijd  om de grond voor te bereiden. Maak de bedden schoon en vrij van blad en onkruid. Ik geloof niet zo in omspitten, maar tuinier wel op zandgrond. Op kleigrond ligt dat mogelijk anders.

Ik lees steeds vaker dat (diep) omspitten het natuurlijke bodemevenwicht verstoort. Misschien waait de wijsheid over een paar jaar weer anders, maar het enige dat ik doe is de bovenlaag loswerken met een drietand. En dan moet de grond niet kletsnat zijn, wat in deze maand nogal eens het geval is.

Ik verdeel organische mest over de stukken waar straks de groenten komen die veel van de grond vragen, zoals kolen. De bodemstructuur kan verbeterd worden door compost in de bovenlaag te werken. Maar eigenlijk doe ik dat het hele jaar door, door steeds dunne laagjes toe te voegen. Bijvoorbeeld bij het planten, of als mulch in de zomer.

Ook is dit de tijd om korrelkalk te strooien. Bonen en erwten houden daar bijvoorbeeld van. Uiteraard geen kalk en mest tegelijk. Het advies is om minstens zes weken te wachten met mesten na het strooien van korrelkalk.

Klussen waar je warm van wordt

Hoewel het voor sommigen nog te koud en te nat is, zijn er al dagen die geknipt lijken om te gaan timmeren buiten. Denk bijvoorbeeld aan het maken van kweekbakken of verhoogde bedden. Ook kunnen houten steunpalen en draadconstructies gezet worden voor fruitbomen en leifruit zoals frambozen en bramen.

Februari is ook een geschikte maand om de composthoop met een riek te keren. De lucht die je daarmee in de massa brengt is goed voor het verteringsproces.

Zaad en plantgoed bestellen

Als je in januari nog geen plan hebt gemaakt voor wat je het komende jaar wilt zetten dan wordt het daarvoor nu de hoogste tijd. Bestel op tijd wat je nog niet in huis hebt. Februari lijkt een luwe maand, maar voor een breed gesorteerde zaadwinkel zoals bijvoorbeeld Vreeken in Dordrecht zijn dit toptijden.

Iedereen moestuiniert op zijn eigen manier, maar ik probeer ziektes en plagen te voorkomen door teeltwisseling en combinatieteelt toe te passen. Teeltwisseling (of wisselteelt) lijkt niet gemakkelijk omdat er zoveel verschillende manieren zijn die worden toegepast en verkondigd. Ik kom daar binnenkort in een apart blog op terug.

Herfstbos

Herfstkleuren en paddenstoelen

In de herfst is er in de moestuin niet bar veel te doen. Natuurlijk, je oogst de laatste groenten en de dahliaknollen moeten uit de grond. Maar verder is er – op zandgrond – niet veel meer nodig.

Heb je zware kleigrond, dan is spitten in het najaar wel verstandig: de kluiten kunnen dan in de winter kapotvriezen waardoor de grond minder compact wordt.

Maar voor zandgrond is dat niet nuttig. Zandgrond spit je in het voorjaar. Om uitspoelen van de grond tijdens de winter te voorkomen houd je de grond bedekt. Dat kan door het afgestorven loof te laten liggen, door te mulchen of door in te zaaien met een groenbemester.

Herfstbos
Licht en schaduw in het herfstbos

Dus: alle tijd om er op uit te gaan! Want in de natuur is er nog heel veel te genieten:

  • prachtige herfstkleuren in het bos
  • bessen, noten en vruchten
  • en paddenstoelen!

Paddenstoelen

Paddenstoelen spreken elk jaar weer tot de verbeelding. Zo zijn ze er en zo zijn ze ook weer weg.

Er zijn zoveel soorten dat determineren eigenlijk onbegonnen werk is. Dus mocht mijn naamgeving niet kloppen dan houd ik me aanbevolen voor correcties.

Witte koraalzwam
Witte koraalzwam (Clavulina cristata)
Schubbige bundelzwam
Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa)
Vliegenzwam
Vliegenzwam (Amanita muscaria)
Gele hoorntjes
Gele hoorntjes (Calocera viscosa)
Fopelfenbankje
Fopelfenbankje (Lenzites betulina)

En weet je hoe deze twee naamloze paddenstoelen heten? Meld het alstublieft!

Paddenstoelen

Help! Hoe pak ik het ontwerp van een bestaande tuin aan? (4/4, slot)

Stap 4: Vooral doorgaan! (á la Barry Stevens)

Een tuin is nooit af en dat is voor de liefhebber juist het leuke er aan. Maar jij hebt nu een grondige basis voor jouw eigen droomtuin, zonder dat je onverstandig bent omgesprongen met wat er al was.

Verfijning en verbetering hoort bij het vervolg van het proces. Goed kijken, durven veranderen, plannen en genieten hangen daar nauw mee samen.

Misschien ben ik achteraf voor sommigen wat al te luchtig door het herontwerpproces gegaan. Ik vind echter dat er vaak te moeilijk wordt gedaan over het maken van een mooie tuin. Een goed en praktisch basisplan helpt, maar van gezondheid blakende planten op de juiste plaats doen ook veel.

Nog een paar tips:

Kapvergunning nodig?

De regels voor bomenkap in Nederland zijn zeer ondoorzichtig. Waar je in de ene gemeente verplicht een vergunning aan moet vragen heb je in de andere geen toestemming nodig.

In veel gevallen wordt de boomomtrek op borsthoogte (130 cm.) gemeten en moet vanaf een bepaalde omtrek een vergunning worden aangevraagd. Bij sommige gemeenten moet dat vanaf 10 centimeter omtrek, bij anderen pas vanaf 40 centimeter.

Soms is er ook een herplantplicht. Informeer dus bij je gemeente. Die heeft het meestal (lekker vakjargon) over een velvergunning of omgevingsvergunning. Een aanvraag wordt doorgaans binnen zes weken beantwoord.

Plantenlijstjes maken met Pinterest

Vroeger maakte ik lijstjes, op papier, in een Word-document of Excel-lijst. Tegenwoordig cluster ik mijn tuinwensen in Pinterest.

Ik zoek op internet naar plaatjes die voor mij het beste het karakter van de plant weergeven. Meestal is dit geen close-up van een bloem, maar een medium shot: dus bloemen, bladeren en iets van de groeiwijze.

Met Pinterest hevel ik die foto’s over naar een verzamelpagina. Ik knip en plak er ook beschrijvingen van internet bij. Op die manier creëer ik een speels overzicht, een moodboard voor mijn toekomstige tuin. Zie mijn voorbeelden.

Help! Hoe pak ik het ontwerp van een bestaande tuin aan? (3/4)

Stap 1 ging over het eerste, noodzakelijke onderhoud. Na Stap 2 weet je wat je wilt houden, ook in de harde elementen, zoals paden en muren. In het ontwerp geef je alle andere stukken een functie, vul je in, bepaal je de planten. Nu wordt het echt leuk en spannend:

Stap 3: Voer je ontwerp uit

Voor het ontwerp heb je de tijd genomen en je hebt nu een goed uitgewerkte tekening, liefst op schaal.

Als je zelf niet erg handig bent besteed je het grove werk zoals grondbewerking en bestrating uit. Ook de beplanting kun je door een hovenier laten doen, maar dat is juist de meest bevredigende klus.

Werk van groot naar klein, zegt Beth Chatto, zoals je een kamer inricht. Dus eerst de grote meubelstukken: de bomen.

Kijk op afstand, de punten van waaruit je veel de tuin inkijkt, zoals het woonkamerraam, of het begin van een pad. Schuif met de bomen voordat je ze definitief plant. Daarna volgen de struiken, daarna de kleinere planten.

Misschien heb je de neiging om vanaf vooraan alles van laag naar hoog te planten. Dat kan, maar de beplanting wordt spannender als je daar zo nu en dan bewust van afwijkt en een hogere plant vooraan zet.

Het is meestal verstandig om wat geld te besteden aan grondverbetering, bijvoorbeeld met compost of potgrond die je door de aarde in het plantgat mengt.

Geef direct na het planten water en vergeet de eerste tijd niet om dit te herhalen als het langdurig droog is. Hoe groter de plant, hoe belangrijker dit is. Een nieuw geplante boom kan op deze manier tot een half jaar extra zorg en aandacht nodig hebben.

En plant niet te dicht. In tuinprogramma’s op tv worden planten veel te dicht op elkaar gezet voor een instant resultaat. Goed voor het tuincentrum maar slecht voor je portemonnee.

Volgende aflevering: Stap 4: Doorgaan en een paar praktische tips