Dahlia 'Waltzing Mathilda'
Afbeelding

Dahlia ‘Waltzing Mathilda’

Deze Dahlia is een blijvertje. Mooi, donker blad en een oneindige reeks bloemen vanaf juli tot de eerste vorst. Lees ook de Dahlia-test…

Advertenties
Gaspeldoorn in Gorges du Verdon

De flora van de Gorges du Verdon

Begin juni wandelde ik een week om en in de grootste kloof van Europa, de Gorges du Verdon in de Provence. De Fransozen klaagden over het natte en koude voorjaar, maar ik kreeg onderweg geen druppel. Wel druppelde het elke dag volgens het Buienalarm op mijn mobiel in Nederland (waar de zomer dit jaar meer op een moesson lijkt, maar dat terzijde).

Panorama Gorges du Verdon vanaf Point Sublime
De Gorges du Verdon vanaf Point Sublime

De ‘Grand Canyon du Verdon’ is een berggebied waarin de woeste rivier in eeuwen en eeuwen een enorm ravijn heeft uitgesleten. Tijdens het wandelen werd ik getrakteerd op rotsfaçades, vergezichten en alpenweides. Toch genoot ik vooral van de grote natuurtuin om me heen. In mijn hoofd benoemde ik de plantensoorten die ik herkende. Het zijn er veel die ook in de siertuin overeind blijven, zoals wolfsmelk (Euphorbia characias en Euphorbia spinosa), Helleborus foetidus en Campanula persicifolia.

Bomen

In deze warme en droge streek zijn er enkele planten die sterk domineren. Voor de bomen zijn dat de op lager gelegen gebied de eik (Quercus pubescens) en op hoger gelegen gebied de grove den (Pinus sylvestris), de zwarte den (Pinus nigra) en de Aleppoden (Pinus halepensis). Ik was verbaasd dat de maretak of mistletoe (Viscum album) hier ook op dennen zijn borstels maakt. Ik dacht altijd dat deze halfparasiet alleen op loofbomen groeide.

Struiken

Voor de struiken domineren de Pruikenboom (Cotinus coggygria, de gewone groene soort met rozige pluimen) en… buxus (Buxus sempervirens). Vooral die laatste tiert alsof er geen belagende schimmels of mijten bestaan.

Planten uit de Gorges du Verdon
Ook gezien: Orchis purpurea, Linum suffruticosum en Lathyrys tuberosus

Hoger in de bergen was de lucht vaak zwanger van de bloeiende Gaspeldoorn (Ulex parviflorus), terwijl het op zonnige vlaktes ineens sterk naar tijm (Thymus vulgaris) kon ruiken.

Kruiden

Daarmee kom ik op de laagste divisie, naast tijm: lavendel (Lavandula angustifolia) en bonenkruid (Satureja montana). Een trio dat alleen daarom al niet in de Herbes de Provence mag ontbreken.

Kalk

Wat ik me door het zien van de natuurlijke groeiplaats vooral realiseerde is dat al deze soorten houden van (veel) kalk in de grond.

Denk daar nog eens aan en geef je strak in het keurslijf gesnoeide buxus zo nu en dan eens wat korrelkalk te eten.

Picus viridis (Groene specht)

Kleinbehuisd geluk

Ieder die een tuin heeft weet: je haalt niet alleen planten binnen je bereik, maar schept ook een biotoop voor kleine en grote beestjes. Die onverwachtse ontmoetingen maken de tuin verrassend. En steeds realiseer ik me dan hoe weinig ik eigenlijk weet van het dierenleven om mij heen.

Plagen?

Ik heb het nu eens niet over invasies van slakken of luizen, of ravages veroorzaakt door buurtkatten of postduiven. Soms lijkt het alsof we dieren in de tuin altijd moeten bestrijden, in plaats van er mee samenleven.

De ‘torretjes’ met rood met zwarte schildjes in mijn tuin leken dit voorjaar bijna een plaag. Het zijn vuurwantsen, onschadelijke insecten, die net zo gemakkelijk verdwijnen als ze komen. Het pantser van deze beestjes lijkt op een Afrikaans schild, waardoor je gemakkelijk denkt dat ze echt gevaarlijk zijn.

Nestelen

Toen ik twee jaar geleden mijn intrek nam in mijn prachtig gelegen tuin met huis nam ik me voor om elk jaar een nestkast op te hangen. Er hangen er nu dus inmiddels – je snapt het – twee: een kast voor een pimpelmees en een kast voor een holenbroeder, zoals een winterkoning. Beiden zijn soorten die minder voorkomen in mijn tuin.

De holenbroederkast bleef onaangeroerd. De pimpelmezenkast werd dit voorjaar druk bezocht door een koolmees. Er werd een nest begonnen, maar de koolmees werd ondertussen te dik. Dat leverde een slapstick op van een vogel die minutenlang probeerde om door een te klein gaatje te kruipen. Die nestkast werd dus ook geen succes.

Turdus merulus (Merel)

 

Achter mijn schuurtje was al regelmatig een merel weggevlogen als ik daar wat spullen pakte. Tot mijn verbazing trof ik daar een merelnest, onder het afdak, bovenop mijn houtstapel. Vijf blauwgrijze eieren, die inmiddels zijn omgetoverd tot vijf donzige portemonneebekjes. Ik mijd de achterzijde van mijn schuur zoveel mogelijk. Tot nu toe gaat alles goed…

Eten

Vorige week tegen schemertijd stond ik oog in oog met een egel. Een volwassen, lichtbruin beestje met slaperige oogjes. Een welkome gast in mijn moestuin, want een egel eet onder andere slakken. We bleven elkaar minutenlang roerloos aankijken. Evenzogoed was het beestje verdwenen toen ik wat later terugkwam.

Picus viridis (Groene specht)

 

En voor het raam van mijn woonkamer posteert een groene specht. Zolang hij me niet in de gaten heeft pikt hij behendig tussen de bestrating naar mieren en miereneitjes. Een grote, opvallend gekleurde vogel. Ook al op zoek naar klein geluk.

Als je het leuk vindt om te delen: laat eens weten wat jouw positieve ervaringen zijn met dieren in de tuin.

Neus boven de grond

Zaaien in de volle grond in maart: ja, het kan. Of het zin heeft om altijd zo vroeg te beginnen, dat vraag ik me af.

Begin maart zaaide ik in de eerste droge dagen na een hoop nattigheid radijs, wortel, pastinaak, ui, sla en sugarsnaps. Keurig op regels met naambordjes. Vervolgens bleef het bijna een maand nogal droog en koud. Na één week kon ik niks verwachten, dat wist ik. Week 2 was ook nog te optimistisch. Bij week 3 begon het te kriebelen en keek ik zo nu en dan of er al iets groens te bespeuren viel. Tegen week 4 keek ik elke ochtend en avond, maar nee.

“Zuster Anna, ziet gij al iets komen?” dacht ik met enig dramatisch gevoel van zelfspot. Dit moestuinbed wordt niets, nada. De redders te paard uit het sprookje Blauwbaard komen eerder opdagen dan het eerste groen in mijn keurige regels. De enige neus boven de grond was die van mij.

Je kunt veel onzin op 1 april verkondigen, maar dit jaar was het wel mooi de eerste lentedag. Of de eerste dag die als lente voelde. En ziedaar: een miniscuul blaadje radijs. En dat sprietje zou wel eens het kwetsbare begin van een wortel kunnen zijn. Twee dagen later zag ik de eerste spruiten van de sugarsnaps.

Misschien dat ik volgend jaar beter let op de temperatuur. Zo bespaar ik mezelf onnodige onrust in tijden waarin je toch al het groen het liefst de grond uitkijkt.

Solanum melongena (Aubergine)

Het moestuinplan: terugkijken

Het afgelopen jaar was voor mij de eerste keer dat ik me aan een moestuin waagde. Pas halverwege mei had ik de aanleg van de bedden klaar en die late start was niet direct de garantie voor succes. Wel had ik veel planten op de vensterbank voorgekweekt of buiten opgepot. Maar de grond was relatief arm en de zomer langdurig droog. Ik heb met heel wat gieters af en aan gelopen, en desondanks werd het niet de groene weelde die ik verwacht had.

Plussen en minnen

Nul of praktisch nul opbrengst had ik bij:

  • rode kool ‘Roodkop 2’
  • knolvenkel ‘Perfection’
  • pompoen ‘Uchiki Kuri’
  • aardbeien (drie stuks)
  • pastinaak ‘Gladiator’ (die er uit kwamen als Parijse worteltjes)

Iets beter deden het de:

  • pronkbonen ‘Pickwick’ en kievitsbonen
  • peulen ‘Norli’
  • wortelen ‘Nantaise 2’ (zaailint van de Lidl)
  • suikermais ‘Zoet Jan’ (drie kolfjes)
  • radijs ‘Flamboyant 3’ (alleen de vroegste zaai)
  • broccoli (van de Albert Heijn moestuintjes)
  • boerenkool ‘Blue Type’
  • snijbiet ‘Rhubarb Chard’

Succesvol waren de:

  • pittige snijsla-mengsel ‘Saladini’
  • tomaten (verschillende soorten, waaronder die van de moestuintjes)
  • aardperen (klein, maar veel)
  • courgette ‘Striato d’Italia’
  • eikenbladsla ‘Salad Bowl’
  • aubergine (van de Albert Heijn moestuintjes)
  • augurken

Lessen geleerd

Met name de augurken leverden gigantisch op. De vier plantjes die ik van een collega had gekregen waren voldoende om tientallen potten in te maken: zuur en zoetzuur, met dille, tijm of basilicum.

Solanum melongena (Aubergine)
Solanum melongena (Aubergine) van de AH moestuintjes in een zak potgrond

Ook de drie aubergines die ik oogstte van een paar planten in een zak potgrond vond ik een klein wonder. Reden voor mij om dit jaar aubergines in de volle grond te proberen.

In de lijstjes ben ik de overjarige broccoli ‘Sprouting Early Purple’ vergeten. Daarvan oogst ik misschien de komende maanden. Ik vind het onhandelbare planten die in de winter een gekwelde aanblik leveren. Ze zijn de speelbal van wind en regen. Ik plant en oogst liever broccoli in hetzelfde jaar.

Nog een les: de omrandingen van elk moestuinbed met kruiden zoals koriander, selderij, dille, bieslook en peterselie. Afhankelijk van de oriëntatie kwam het zaad ongelijkmatig of niet op. Dat droeg dus niet bij aan een fraai totaalbeeld. Komend jaar zaai ik dus gewoon in rijtjes, tussen de groenten in.

Nog even wachten

Vorige week heb ik het heikele probleem van de wisselteelt al besproken. In maart wordt de druk om in de volle grond te zaaien voor de moestuinder erg groot. Maar februari en maart zijn tot nu toe kletsnat en koud. En ik wacht liever een paar dagen totdat de grond normaal te bewerken is.

Groentebedden

Wisselteelt met vier bedden

Wisselteelt of vruchtwisseling is belangrijk om ziektes en plagen in de moestuin te voorkomen. Verschillende planten stellen verschillende eisen aan de bodem, en als ze jaren achtereen op dezelfde grond worden gekweekt kan er bodemmoeheid optreden.

Vorig jaar maakte ik mijn allereerste moestuin en toen al viel me op dat het vinden van een juiste indeling geen gemakkelijke opgave is. Dit komt omdat er meerdere methoden bestaan. Bovendien spreken boeken, websites en moestuinfora elkaar hevig tegen.

Als er iemand de ultieme indeling weet voor wisselteelt met vier bedden: laat het weten en reageer op dit blog!

Misschien is de gemakkelijkste indeling die waarbij de plantensoorten losjes door elkaar gezet worden en jaarlijks van plek veranderen. In Engeland zouden ze het higgledy piggledy noemen, als een relatief rommeltje.

Hoeveel moestuinbedden?

Zodra je met rijen of vakken van dezelfde groenten start pas je eigenlijk al een vorm van intensieve teelt in je tuin toe. Bij het aantal vakken ontstaat de eerste twijfel: neem je drie, vier, vijf of zes moestuinbedden en ga je uit van drie-, vier-, vijf- of zesjarige vruchtwisseling?

Welke indeling in plantensoorten?

Een veelgebruikte ordening is die naar het deel van de plant dat door de mens gebruikt wordt:

  • koolgewassen
  • bladgroenten
  • vruchtgroenten
  • wortel- en knolgroenten
  • peulgewassen

Een tweede indeling gaat uit van plantfamilies die ongeveer dezelfde eisen aan de grond stellen:

  • kruisbloemigen (o.a. kolen en radijs)
  • vlinderbloemigen (o.a. erwten en bonen)
  • nachtschaden (o.a. aardappels en tomaten)
  • overigen (o.a. wortels, ui, prei, sla en mais)

Tenslotte bestaat er ook nog een indeling in drieën die uitgaat van waterbehoefte:

  • veel water (o.a. tomaten, pompoenen, courgettes en kolen)
  • minder water (o.a. wortels en sla)
  • weinig water (o.a. erwten, bonen en uien)

Bij de meeste schema’s wordt gerekend met een apart vak voor de aardappels, omdat die veel ruimte innemen en specifieke teelteisen stellen.

Vaste gewassen, zoals aardbeien, rabarber en asperges krijgen een apart vak en vallen uiteraard buiten de teeltwisseling.

Conclusie

Ik heb gekozen voor vierjarige wisselteelt op basis van plantfamilies. De beplanting schuift elk jaar een vak op: dus kruisbloemigen volgen op vlinderbloemigen, vlinderbloemigen op nachtschades enzovoorts.

Compost en bemesting

Goed om te weten is dat elke plantfamilie andere eisen aan de voorbereiding van de grond stelt. Met name kruisbloemigen stellen een ruime mestgift en compost op prijs. Nachtschaden willen een beetje mest en veel compost. De grond voor de vlinderbloemigen krijgt vooral wat extra kalk in het voorjaar. En de grond voor de overigen (wortels e.d.) heeft eigenlijk geen extra mest nodig omdat die nog meelift op de ruime mestgift van de kruisbloemigen uit het vorige jaar.

Behalve bij jonge zaailingen mag een laag compost altijd: als de bodemstructuur verrijkt moet worden of als mulchlaag voor het beter vasthouden van vocht.

Ik heb vorige week mijn moestuinbedden bekalkt en voorzien van organische mest. En geloof me: de bodem ziet er direct een stuk gezonder en smakelijker uit. Of is dat de tuinier in mij die zich teveel vereenzelvigt met zijn planten? 😉