Appeltaart is het nummer 1-gebak in Nederland. Deze versie is snel, super makkelijk en smaakt naar banketbakkerskwaliteit. Het resultaat is een kleine taart, die je in een stil weekend ook lekker alleen voor jezelf kunt maken.
Benodigdheden:
Voor het beslag:
75 gram bloem
25 gram amandelmeel
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel baksoda (baking soda)
1 theelepel koek- en speculaaskruiden
1/2 theelepel zout
100 gram rietsuiker
100 gram zacht gesmolten boter
2 eieren
Voor de topping:
2 appels
1 eetlepel rozijnen
2 bolletjes stemgember
25 gram amandelstiften of amandelschaafsel
2 theelepels maizena (of custardpoeder)
2 eetlepels rietsuiker
Verwarm de oven voor op 180 graden. Smelt de boter op lage warmte in een pannetje.
Zeef alle ingrediënten behalve de rietsuiker boven een grote kom. Meng de rietsuiker er door. Voeg vervolgens de gesmolten boter en de eieren toe en mix enkele minuten goed door elkaar tot een mooi beslag. Doe dit in de ingevette springvorm (doorsnede 17 cm.*).
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in schijfjes en vervolgens dwars in ministukjes. Voeg de rozijnen toe, de gember (fijngehakt of door de knoflookpers), amandelen, maizena en 1 eetlepel rietsuiker. Verdeel dit mengsel losjes over het beslag en bestrooi de bovenkant met de tweede eetlepel rietsuiker.
Bak in 40 minuten gaar en goudbruin.
* Bij een iets grotere bakvorm (bijvoorbeeld 20 cm.) wordt de baktijd korter, ongeveer 30 minuten.
Variatie:
Neem in plaats van (een deel van de) amandelstiften of -schaafsel kleine stukjes amandelspijs.
Courgettesoep roept bij mij een wat laffe smaakassociatie op. Dat geldt dan weer niet voor deze supersimpele, vegetarische versie. Maak de soep eens, serveer zonder toelichting en vraag het proefpanel wat er in zit. Grote kans dat de courgette niet genoemd wordt!
Benodigdheden (3-4 personen):
3 tenen knoflook
1 eetlepel olie
1 courgette, grof geraspt
1 groentebouillonblokje
1 pakje of blikje kokosmelk (200 ml.)
snufje chilivlokken
staafmixer of blender
Pel en snipper de knoflook. Verhit de olie in de kookpan en bak de knoflook 1 minuut mee, maar laat die niet bruin worden. Roer de geraspte courgette er doorheen en bak deze nog even mee, een paar minuten. Voeg dan het groentebouillonblokje toe en de kokosmelk. Vul het pakje of blikje van de kokosmelk met heet water en voeg dit ook toe aan het mengsel. Een klein snufje chilivlokken geeft een pepertje aan het geheel, maar overdrijf niet.
Breng het mengsel aan de kook en laat 10 minuten zachtjes doorkoken. Pureer het daarna met een staafmixer of een blender. Als de soep te dik is kan die nog extra verdund worden met water.
Lekkere smaakvariaties:
kook de blaadjes van een takje verse dragon mee
of rooster 2 eetlepels amandelschaafsel in een droge koekenpan en strooi die vlak voor het serveren over de soep.
Dit vegetarische recept is zo kinderlijk eenvoudig. De combinatie van smaken is desondanks ge(s)laagd: een zoete en romige puree met een licht bittertje van de spinazie en een vleugje knoflook.
Benodigdheden per persoon:
1 grote of 2 kleinere zoete aardappels
aluminiumfolie
2 eetlepels crème fraîche
1 eetlepel olie (bijvoorbeeld arachideolie)
2 teentjes knoflook
150 gram spinazie of wilde spinazie (gewassen)
zout, peper
Verwarm de oven voor op 180 graden. Pak de zoete aardappel(s) in met aluminiumfolie en leg ze in de oven totdat ze gaar zijn. Dit duurt 30 tot 45 minuten. Je kunt de aardappel ook poffen zonder aluminiumfolie. De schil kan dan wel openbarsten en er kan wat vocht uitlopen. Zet er dus een bakplaat of ovenschaal onder.
Laat de gare aardappel iets afkoelen. Verwijder de schil en prak het vruchtvlees in een kom met de crème fraîche en breng op smaak met een beetje zout en iets meer peper. Schep de puree op een serveerbord en zet deze terug in de nog warme oven.
Snij de knoflook in dunne plakjes. Verhit de olie in een wok of grote koekenpan en bak de knoflook 1 minuut mee. Voeg vervolgens de spinazie handje voor handje toe en schep om totdat de spinazie net geslonken is. Strooi er een beetje zout en peper overheen.
Verdeel de spinazie over de zoete-aardappelpuree, serveer en geniet. Verbazingwekkend lekker, toch?
De Oost-Indische kers is een rankende, soms klimmende, eenjarige. De vrolijke, helder gekleurde bloemen en het mooie ronde blad zorgen moeiteloos voor kleur in de tuin. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, komt de plant uit Midden-Amerika. Waarschijnlijk is ‘kers’ afgeleid van de Engelse naam Cress of het Duitse Kresse.
Er zijn verschillende soorten, allemaal met dezelfde helder oranje of gele bloemen. De Oost-Indische kers stelt weinig eisen aan de grond en doet het goed in zon en schaduw.
Hoewel eenjarig, hoef je toch maar één keer te zaaien. De plantjes overleven de eerste nachtvorst niet, de zaden wel. Elk voorjaar sta ik weer handenvol Oost-Indische kersjes uit te trekken, die dan lekker in een omelet of in een groen voorjaarssoepje kunnen.
Nuttig in de moestuin
Je kunt Oost-Indische kers gewoon voor de sier in de tuin zaaien. Maar het plantje heeft meer kwaliteiten. Tussen de koolplanten zorgt ze door geur en kleur voor verwarring bij het koolwitje: “Staat hier nou kool of niet?” Voor alle zekerheid legt ze dan haar eitjes maar op de blaadjes van de Oost-Indische kers.
Verschillende kleuren Oost-Indische kers
Oost-Indische kers houdt luis weg bij planten in de buurt. Draai eens een blaadje om en soms zie je dan de luizen rond het steeltje zitten. Toch lijkt het plantje daar zelf niet erg onder te lijden.
Alles is eetbaar
De blaadjes: de eerste jonge blaadjes kunnen in de soep of in een omelet. Fijngesneden grote bladeren geven een salade een pittige, peperige smaak. Let wel even op eventuele luizen op de achterkant van het blad.
Ik vermoed dat je van de bladeren ook pesto kunt maken. Dat ga ik dit jaar eens proberen. Als het zover is, laat ik weten hoe dat smaakt.
Salade met viooltjes, blad van rode melde en Oost-Indische kers
De bloemen: een handjevol gestrooid over de salade of de pasta maken je gerecht af.
De zaden: de zaden van de Oost-Indische kers zijn mooi rond en kunnen worden ingelegd als kappertjes. Neem hiervoor zaden die nog lichtgroen en zacht zijn. Was ze en zet ze een nacht in koud water met zout. Leg daarna de zaden in azijn, gekruid met dragon, zwarte peperkorrels, kruidnagels en laurierblad en breng het geheel even aan de kook. Als de zaden dan nog erg hard zijn laat je ze wat langer koken. Breng ze met de kruidenazijn over in potjes en laat tenminste drie maanden staan voordat je ze gebruikt.
Tot slot: als alles uit de moestuin wel zo’n beetje is geoogst, dan laat ik de Oost-Indische kers de tuin overnemen. Tot de eerste nachtvorst heb ik dan een tapijt van groene blaadjes en oranje bloemetjes.
Afgelopen dinsdag 15 december schakelde ik – helaas iets te laat – in voor Koken met Van Boven. En wat zag ik: een prachtig gebraad uit de oven, met kruiden, een mooie bruine korst en een garnering van citrusfruit. Het zag er feestelijk uit en het was: KNOLSELDERIJ!
Knolselderij: gezond maar saai, een onooglijke knol die ik alleen maar ken uit de erwtensoep.
Gebraad van knolselderij met saus van citrus
Ik ben meteen de gemiste aflevering online gaan bekijken. En wat blijkt: het recept is ook nog eens doodsimpel. De knol schillen, inwrijven met boter en kruiden, twee uur in de oven in folie en dan nog een poosje zonder folie voor het korstje.
Toen Yvette van Boven daarbij ook nog een voorgerecht maakte van koolrapen kon ze niet meer stuk.
Volgend jaar plant ik knollen in de tuin: koolrapen, knolselderij (aardperen heb ik al) en ook weer koolrabi.
Ik kan al bijna niet meer wachten met tuinplannen voor volgend jaar!
De aardpeer (Helianthus tuberosus; in het Frans: topinambour) is een ‘vergeten groente’.
In de 16e eeuw kwam de aardpeer naar Europa vanuit Noord-Amerika (Quebec). Maar in de loop der eeuwen is hij verdreven door de aardappel. Een belangrijke reden daarvoor zal geweest zijn dat de aardappel beter te bewaren is.
De aardpeer is familie van de zonnebloem en dat zie je – behalve aan de naam – aan de bloeiwijze. Net als de zonnebloem kan hij wel drie meter hoog worden.
In de nazomer (september-oktober) verschijnen de kleine gele bloemetjes. Die zijn een leuke bijkomstigheid, dat is niet waar het om gaat. Bij de aardpeer gaat het om de knol. Elk knolletje vormt naast een bloemstengel een aantal nieuwe knollen. Deze knollen hebben een zoetige, nootachtige smaak. Ze zijn onregelmatig gevormd en niet zo mooi glad als de aardappel. Dat maakt ze lastig te schillen.
De ‘zonnebloemen’ van de aardpeer en de knollen in de keuken
Toch is het de moeite waard om wat tijd aan ze te besteden. Je kunt ze geraspt eten als rauwkost, eventueel samen met wortels. Je kunt ze bakken en koken. Maar persoonlijk vind ik ze gekookt al snel ‘snotterig’ worden. Zelf maak ik er meestal soep van.
Mijn eerste aardperen kocht ik in de natuurvoedingswinkel. In plaats van ze op te eten stopte ik ze in de grond.
Daarna zijn ze elk jaar teruggekomen. Want ook al heb je nog zo goed geoogst, er blijft altijd wel iets in de grond achter en dat loopt weer overvloedig uit. In het voorjaar komen de lichtgroene scheuten overal boven de grond, ook op plaatsen waar je ze niet had verwacht.
Als ze de kans krijgen gaan ze dus aan de wandel. Zet ze daarom op een plek waar ze niet al te veel kanten op kunnen. Vanwege de hoogte kun je ze het best een plek achteraan geven. Tenzij je er een windscherm van wilt maken. Overigens, als ze te hoog worden kun je ze gewoon inkorten. Dan gaan ze wat meer in de breedte, maar de knollen lijden daar niet onder.
Boven de grond sterft de aardpeer weliswaar af, maar onder de grond zijn de knollen winterhard. Het beste is om niet meer te oogsten dan je in een keer kunt eten. Aardperen zijn niet heel erg makkelijk te bewaren, een dag of drie in de koelkast. Natuurlijk heb je dan even een probleempje als de grond bevroren is. Maar na de vorst kun je gewoon verder oogsten.
In het boek Een tuin om van te smullen staat beschreven hoe je die overbodige scheuten kunt uitputten zodat ze niet meer terugkomen. In het voorjaar plaats je een kartonnen doos bovenop de plek waar de aardperen hebben gestaan. Ze zullen dan uitlopen. En omdat het donker blijft in de doos groeien ze uit tot lange gebleekte scheuten.
Na enkele weken haal je die scheuten weg en zet je de doos weer op dezelfde plek neer, waarop het zich nog een keer herhaalt. De knollen raken hiervan uitgeput en zullen na de tweede keer niet alsnog uitlopen. Hoe dat zal gaan als het regent en de kartonnen doos geheel doorweekt raakt zegt het boek niet… Maar goed, als iemand dit wil uitproberen dan hoor ik graag het resultaat.
Overigens die gebleekte scheuten kun je ook weer gestoofd eten.
Aardperensoep
Schil de aardperen of schrap ze en leg ze tot gebruik in water met een beetje citroen.
Fruit een uitje en/of knoflook in olijfolie.
Voeg de in grove stukken gesneden aardperen toe en roerbak even mee.
Voeg dan water met een bouillonblokje toe en laat even doorkoken.
Pureer de soep, breng eventueel op smaak met wat peper.
Serveren met in elke soepkom een lepel kwark of zure room en eventueel bestrooid met de oranje blaadjes van de goudsbloem.
Variatie:
In plaats van met kwark of zure room opdienen met in stukjes gesneden en even gebakken shiitake. Voor een diepe aardse smaak kun je de shiitakes ook meebakken en met de soep meepureren.
Spaghetti con zucchine e buccia di limone. Een echte Italiaanse pasta voor als er een overschot aan courgettes dreigt. De smaak is ondanks de eenvoudige ingrediënten verfijnd en gevarieerd.
Deze hoeveelheid is voldoende voor 1 persoon als lichte, maar voedzame maaltijd of voor 2 personen als voor- of bijgerecht.
Ingrediënten:
1 courgette
2 eetlepels pijnboompitten
120 gram spaghetti
zout
3 eetlepels olijfolie
1/2 citroen
2 snufjes gedroogde chilipepers
2 eetlepels Parmezaanse kaas
Verder nodig:
rasp
vergiet
schone theedoek
Ingrediënten voor pasta met courgette en citroenschil
Bereiding (15 minuten):
Rasp de courgette grof boven een vergiet. Strooi er wat zout over en laat uitlekken.
Rooster de pijnboompitten goudbruin in een droge koekenpan.
Begin alvast met het koken van de spaghetti in ruim kokend water met een halve eetlepel zout.
Doe de courgette in een schone theedoek en knijp zoveel mogelijk van het vocht er uit. Verhit in de koekenpan de olijfolie en bak de courgette 5 minuten op halfhoog vuur. Schep zo nu en dan om.
Bereiding Pasta met courgette en citroenschil
Rasp de schil van de citroen. Voeg de citroenrasp en de chilivlokken naar smaak toe aan de courgette en bak nog 3 minuten. Rasp ondertussen de Parmezaanse kaas.
Giet de pasta af wanneer deze beetgaar is. Houd wat van het kookwater achter. Meng het courgettemengsel door de spaghetti. Warm nog 30 seconden en giet er eventueel wat kookwater bij om het smeuïger te maken. Dien dan direct op, bestrooid met Parmezaanse kaas en de pijnboompitten.
Augurken, wie maakt ze nog zelf in? Van een collega kreeg ik vier augurkenplanten (Cucumis sativus) voor mijn nieuwe moestuin. Nu zou je denken dat dit lid uit de komkommerfamilie het moeilijk heeft buiten de kas, maar dat blijkt niet zo te zijn.
Ik herinner me mijn vreugdekreet toen ik in juni de eerste gele bloemen ontdekte. De planten vertonen nogal wat veroveringsdrift. Inmiddels heb ik al meer dan een dozijn potten ingemaakt.
Augurken in het zuur (Echte zure bommen)
Ingrediënten per pot:
1/3 zakje inmaakkruiden (Verstegen)
300 ml. natuurazijn of inmaakazijn
koffielepel zout
Verder nodig:
pot met schroefdeksel
borstel (bijvoorbeeld nagelborsteltje van Sorbo)
keukenpapier
vergiet (of diep bord)
soda
schone theedoek
Bereiding:
Was de augurken onder koud stromend water en borstel het vuil en de harde stekels eraf.
Dep de augurken droog met keukenpapier en leg ze in een vergiet of op een diep bord.
Bestrooi de augurken royaal met zout en laat dit minstens twee uur intrekken. Een hele nacht mag ook.
Steriliseer ondertussen de pot en het deksel met een beetje soda en kokend water. Eén keer naspoelen met kokend water en omgekeerd op een schone theedoek laten uitdruppen.
Dep de augurken weer droog met keukenpapier en doe ze in de lege pot
Breng de azijn even aan de kook met de kruiden en giet dit direct op de augurken totdat de pot volledig gevuld is.
Draai de deksel stevig op de pot en zet de pot op zijn kop.
Variaties
Dit basisrecept levert echt pittige, zure augurken op. Varieer door het toevoegen van verse kruiden, zoals: dille(bloemen), koriander (blad, bloemen en zaden), dragon of tijm. Was deze kruiden en laat ze even uitlekken op keukenpapier, voordat je ze tussen de augurken steekt.
Voor zoetzure augurken los je 60 gram suiker op in de azijn met kruiden. Hele grote augurken snijd ik na het inzouten in plakken en maak ik bij voorkeur zoetzuur in.
Met dank aan Mirjam Heinsbroek die mij opnieuw aan de zure augurk bracht. De bereidingswijze hierboven is een bewerking van haar beproefde familierecept.