Phlomis russeliana (Brandkruid)
Afbeelding

Phlomis russeliana (Brandkruid)

Phlomis russeliana is al interessant vóór de bloei, als de stevige, grijsbehaarde bladrozetten zich ontwikkelen.

Advertenties

Opnieuw beginnen

Het is bijzonder dat er een soort van catharsis nodig is om mij na jaren weer aan het schrijven te krijgen voor mijn eigen weblog. De ‘Waltzing Mathilda’ dahlia van 9 augustus 2016 was de laatste foto die ik met de wereld deelde.

Ik ben ziek – ik heb waarschijnlijk gewoon een late griep – en besef ineens hoe belangrijk het is dat iets je smaakt. De afgelopen dagen is de wijn te zuur, de koffie te bitter, de kaas te zout. Als je dan een aardbei proeft – van een ouderwetse groenteboer – waar geen korreltje suiker op hoeft dan besef je hoe belangrijk smaak is.

Mijn stem klinkt twee octaven lager door het vele hoesten. Barry White, maar dan buiten adem en zonder sensuele warmte. Gewoon weer kunnen ademhalen en praten,  dat zou leuk zijn.

De afgelopen negentien maanden heb ik niet stil gezeten. Mijn leven was goed gevuld. Mijn tuin is nog steeds een project. Ik heb zo nu en dan foto’s gemaakt van mijn vorderingen en meer of minder geslaagde plantcombinaties. Ik had toen ik stil viel nog stukjes in de wacht staan. Maar de prioriteiten lagen blijkbaar elders. Niets afgemaakt, niets meer de wereld ingestuurd.

Ondertussen ging mijn voormalige gastblogster Stien den Braber als een speer (sorry voor deze modieuze, wat versleten uitdrukking). Haar fotografie en schrijven over tuinen, wandelen en literatuur heeft zich echt ontwikkeld tot een bijna wekelijkse prestatie.

In mijn achtertuin stonden op de erfgrens vier sparren verstrengeld. Begin vorig jaar heb ik er drie weg laten zagen. De boom die overbleef heb ik opgekroond omdat de onderste takken onregelmatig en kaal waren. Vervolgens heb ik er drie Cornus alba siberica ‘Variegata’ onder geplant. Mijn tuinvriendin roept steeds dat ze het niet weet met die boom. Maar ik heb iets met die hangende takken en dat altijd groene aan de einder. Waarschijnlijk hoop ik dat ik nog eens een eekhoorn tegen de boomstam omhoog zie klimmen. Vandaag keek ik eens goed en zag hoe op zijn mooist de paarsroze bloemknoppen van de spar nu zijn. Als je er tegen aan loopt zie je het stuifmeel er vanaf komen.

Er zijn van die momenten in je leven dat het voelt alsof er aan je stoelpoten wordt gezaagd. Waar je altijd met enthousiasme en de beste bedoelingen aan bijdroeg vindt men ineens niet zinvol meer. In zo’n moment zit ik nu.

Dingen zien en vastleggen – al is het maar voor jezelf – is een zinvolle bezigheid. Dat is het waarderen van wat je signaleert. En tegelijkertijd schep je iets. Je hebt er anderen niet voor nodig.

Het klinkt prozaïsch, maar meer is het in beginsel niet. Want ik heb niet de pretentie dat ik met mijn foto’s en schrijfsels veel mensen ga bereiken. Tijdens mijn leven zal er geen bloemlezing van verschijnen. En na mijn dood ook niet.

Met digitale fotografie, internet, alle selfies, vlogs en social media wordt het leven soms vluchtiger en nietiger dan ooit. De zin is de waardering, het zien, de reflectie en het scheppen dat soms goed lukt en soms minder.

Tropaeolum majus (Oost-Indische kers)

Oost-Indische kers (Tropaeolum majus)

De Oost-Indische kers is een rankende, soms klimmende, eenjarige. De vrolijke, helder gekleurde bloemen en het mooie ronde blad zorgen moeiteloos voor kleur in de tuin. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, komt de plant uit Midden-Amerika. Waarschijnlijk is ‘kers’ afgeleid van de Engelse naam Cress of het Duitse Kresse.

Er zijn verschillende soorten,  allemaal met dezelfde helder oranje of gele bloemen. De Oost-Indische kers stelt weinig eisen aan de grond en doet het goed in zon en schaduw.
Hoewel eenjarig, hoef je toch maar één keer te zaaien. De plantjes overleven de eerste nachtvorst niet, de zaden wel. Elk voorjaar sta ik weer handenvol Oost-Indische kersjes uit te trekken, die dan lekker in een omelet of in een groen voorjaarssoepje kunnen.

Tropaeolum majus (Oost-Indische kers)

 

Nuttig in de moestuin

Je kunt Oost-Indische kers gewoon voor de sier in de tuin zaaien. Maar het plantje heeft meer kwaliteiten. Tussen de koolplanten zorgt ze door geur en kleur voor verwarring bij het koolwitje: “Staat hier nou kool of niet?” Voor alle zekerheid legt ze dan haar eitjes maar op de blaadjes van de Oost-Indische kers.

rmajus (Oost-Indische kers)
Verschillende kleuren Oost-Indische kers

Oost-Indische kers houdt luis weg bij planten in de buurt. Draai eens een blaadje om en soms zie je dan de luizen rond het steeltje zitten. Toch lijkt het plantje daar zelf niet erg onder te lijden.

Alles is eetbaar

De blaadjes: de eerste jonge blaadjes kunnen in de soep of in een omelet. Fijngesneden grote bladeren geven een salade een pittige, peperige smaak. Let wel even op eventuele luizen op de achterkant van het blad.

Ik vermoed dat je van de bladeren ook pesto kunt maken. Dat ga ik dit jaar eens proberen. Als het zover is, laat ik weten hoe dat smaakt.

Salade met viooltjes, blad van rode melde en Oost-Indische kers
Salade met viooltjes, blad van rode melde en Oost-Indische kers

De bloemen: een handjevol gestrooid over de salade of de pasta maken je gerecht af.

De zaden: de zaden van de Oost-Indische kers zijn mooi rond en kunnen worden ingelegd als kappertjes. Neem hiervoor zaden die nog lichtgroen en zacht zijn. Was ze en zet ze een nacht in koud water met zout. Leg daarna de zaden in azijn, gekruid met dragon, zwarte peperkorrels, kruidnagels en laurierblad en breng het geheel even aan de kook. Als de zaden dan nog erg hard zijn laat je ze wat langer koken. Breng ze met de kruidenazijn over in potjes en laat tenminste drie maanden staan voordat je ze gebruikt.

Tot slot: als alles uit de moestuin wel zo’n beetje is geoogst, dan laat ik de Oost-Indische kers de tuin overnemen. Tot de eerste nachtvorst heb ik dan een tapijt van groene blaadjes en oranje bloemetjes.

Gaspeldoorn in Gorges du Verdon

De flora van de Gorges du Verdon

Begin juni wandelde ik een week om en in de grootste kloof van Europa, de Gorges du Verdon in de Provence. De Fransozen klaagden over het natte en koude voorjaar, maar ik kreeg onderweg geen druppel. Wel druppelde het elke dag volgens het Buienalarm op mijn mobiel in Nederland (waar de zomer dit jaar meer op een moesson lijkt, maar dat terzijde).

Panorama Gorges du Verdon vanaf Point Sublime
De Gorges du Verdon vanaf Point Sublime

De ‘Grand Canyon du Verdon’ is een berggebied waarin de woeste rivier in eeuwen en eeuwen een enorm ravijn heeft uitgesleten. Tijdens het wandelen werd ik getrakteerd op rotsfaçades, vergezichten en alpenweides. Toch genoot ik vooral van de grote natuurtuin om me heen. In mijn hoofd benoemde ik de plantensoorten die ik herkende. Het zijn er veel die ook in de siertuin overeind blijven, zoals wolfsmelk (Euphorbia characias en Euphorbia spinosa), Helleborus foetidus en Campanula persicifolia.

Bomen

In deze warme en droge streek zijn er enkele planten die sterk domineren. Voor de bomen zijn dat de op lager gelegen gebied de eik (Quercus pubescens) en op hoger gelegen gebied de grove den (Pinus sylvestris), de zwarte den (Pinus nigra) en de Aleppoden (Pinus halepensis). Ik was verbaasd dat de maretak of mistletoe (Viscum album) hier ook op dennen zijn borstels maakt. Ik dacht altijd dat deze halfparasiet alleen op loofbomen groeide.

Struiken

Voor de struiken domineren de Pruikenboom (Cotinus coggygria, de gewone groene soort met rozige pluimen) en… buxus (Buxus sempervirens). Vooral die laatste tiert alsof er geen belagende schimmels of mijten bestaan.

Planten uit de Gorges du Verdon
Ook gezien: Orchis purpurea, Linum suffruticosum en Lathyrys tuberosus

Hoger in de bergen was de lucht vaak zwanger van de bloeiende Gaspeldoorn (Ulex parviflorus), terwijl het op zonnige vlaktes ineens sterk naar tijm (Thymus vulgaris) kon ruiken.

Kruiden

Daarmee kom ik op de laagste divisie, naast tijm: lavendel (Lavandula angustifolia) en bonenkruid (Satureja montana). Een trio dat alleen daarom al niet in de Herbes de Provence mag ontbreken.

Kalk

Wat ik me door het zien van de natuurlijke groeiplaats vooral realiseerde is dat al deze soorten houden van (veel) kalk in de grond.

Denk daar nog eens aan en geef je strak in het keurslijf gesnoeide buxus zo nu en dan eens wat korrelkalk te eten.

Picus viridis (Groene specht)

Kleinbehuisd geluk

Ieder die een tuin heeft weet: je haalt niet alleen planten binnen je bereik, maar schept ook een biotoop voor kleine en grote beestjes. Die onverwachtse ontmoetingen maken de tuin verrassend. En steeds realiseer ik me dan hoe weinig ik eigenlijk weet van het dierenleven om mij heen.

Plagen?

Ik heb het nu eens niet over invasies van slakken of luizen, of ravages veroorzaakt door buurtkatten of postduiven. Soms lijkt het alsof we dieren in de tuin altijd moeten bestrijden, in plaats van er mee samenleven.

De ‘torretjes’ met rood met zwarte schildjes in mijn tuin leken dit voorjaar bijna een plaag. Het zijn vuurwantsen, onschadelijke insecten, die net zo gemakkelijk verdwijnen als ze komen. Het pantser van deze beestjes lijkt op een Afrikaans schild, waardoor je gemakkelijk denkt dat ze echt gevaarlijk zijn.

Nestelen

Toen ik twee jaar geleden mijn intrek nam in mijn prachtig gelegen tuin met huis nam ik me voor om elk jaar een nestkast op te hangen. Er hangen er nu dus inmiddels – je snapt het – twee: een kast voor een pimpelmees en een kast voor een holenbroeder, zoals een winterkoning. Beiden zijn soorten die minder voorkomen in mijn tuin.

De holenbroederkast bleef onaangeroerd. De pimpelmezenkast werd dit voorjaar druk bezocht door een koolmees. Er werd een nest begonnen, maar de koolmees werd ondertussen te dik. Dat leverde een slapstick op van een vogel die minutenlang probeerde om door een te klein gaatje te kruipen. Die nestkast werd dus ook geen succes.

Turdus merulus (Merel)

 

Achter mijn schuurtje was al regelmatig een merel weggevlogen als ik daar wat spullen pakte. Tot mijn verbazing trof ik daar een merelnest, onder het afdak, bovenop mijn houtstapel. Vijf blauwgrijze eieren, die inmiddels zijn omgetoverd tot vijf donzige portemonneebekjes. Ik mijd de achterzijde van mijn schuur zoveel mogelijk. Tot nu toe gaat alles goed…

Eten

Vorige week tegen schemertijd stond ik oog in oog met een egel. Een volwassen, lichtbruin beestje met slaperige oogjes. Een welkome gast in mijn moestuin, want een egel eet onder andere slakken. We bleven elkaar minutenlang roerloos aankijken. Evenzogoed was het beestje verdwenen toen ik wat later terugkwam.

Picus viridis (Groene specht)

 

En voor het raam van mijn woonkamer posteert een groene specht. Zolang hij me niet in de gaten heeft pikt hij behendig tussen de bestrating naar mieren en miereneitjes. Een grote, opvallend gekleurde vogel. Ook al op zoek naar klein geluk.

Als je het leuk vindt om te delen: laat eens weten wat jouw positieve ervaringen zijn met dieren in de tuin.

Equisetum arvense (Heermoes of Akkerpaardenstaart)

Heermoes (Equisetum arvense)

Het is nu echt lente. Dat zie je niet alleen in de tuin. Ook in de berm kun je heel wat in bloei zien staan: hondsdraf, dovenetel, paardenbloem, fluitekruid, groot hoefblad.

Een paar weken geleden zag ik in de berm de bijzondere bloei van akkerpaardenstaart of heermoes. Eerst komen de kale stengels tevoorschijn die sporen bevatten (zie foto boven).

Na een paar weken zijn deze verdwenen en veranderd in fijnvertakte groene stengels (zie foto hieronder).

Levend fossiel

Wat echt bijzonder is: net zoals varens is dit een oerplant die zich als ‘levend fossiel’ nog steeds handhaaft. Alleen daarom al wilde ik er een stukje aan wijden.

Driehonderd miljoen jaar geleden, in het Carboon, groeiden ze uit tot twintig meter hoogte. Later, zo’n honderdveertig miljoen jaar geleden, waren ze een belangrijke voedselbron voor dinosaurussen.

Ik kan me bij deze jaartallen helemaal niets voorstellen, behalve dat het heel erg lang geleden is.

Equisetum arvense (Heermoes of Akkerpaardenstaart)

 

Giftig

De akkerpaardenstaart is dus een overlever. Hij groeit op vochtige, voedselarme en zure gronden.

Op vervuilde bodem blijft hij  het langste staan of is hij een van de eerste planten die weer verschijnt. Heermoes is zó goed bestand tegen zware metalen dat het deze zelfs opslaat in het eigen weefsel.

In de tuin wil je deze plant liever niet. Het kan een plaag worden door de ondergrondse wortelstokken. In het weiland is hij ook ongewenst: voor dieren en vooral paarden is hij giftig.

In de homeopathie worden aan de plant geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. Gezien die zware metalen zou ik er niet zomaar een aftreksel of thee van maken, maar het schijnt te kunnen.