Colchicum x byzantinum (Herftsttijloos)

Naaktbloeiers

Je hebt de vroegbloeier en de laatbloeier. Dan kun je het over planten hebben, maar de laatbloeier is vaak een persoon die later dan vergelijkbare anderen bepaalde eigenschappen ontwikkelt.

De naaktbloeier is een plant, meestal een struik of boom, die bloeit voordat de bladeren verschijnen. Een knolgewas dat naakt bloeit is Colchicum autumnale, de herfsttijloos. Je kunt betwisten of dit knolletje dat lijkt op een crocus maar het niet is, een vroegbloeier of een laatbloeier is. Dat is een beetje kip of ei, afhankelijk waar je de knip legt voor de tijd waarin de meeste knol- en bolgewassen bloeien.

We zijn er nog niet: er bestaat ook een droogbloeier, een kruising van de inheemse herfsttijloos. De knollen van deze Colchicum x byzantinum komen in een warme kamer tot bloei, met soms wel twintig grote bloemen.

Na deze bloei kunnen de knollen alsnog de grond in voor de eerste vorst. In de lente ontwikkelen zich de grote bladeren (tot 30 centimeter), die pas aan het begin van de zomer afsterven. In een aangeharkt tuintje kan dat rommelig ogen, maar op een wilder plekje of ergens achteraf deert dat niet.

Voor de volgende herfst sta je dan voor de keuze: opnieuw als droogbloeier in huis halen, of toch als naaktbloeier in de tuin laten staan, waar de bloemen – bij gebrek aan bladsteun – in de herfst vaker liggen dan staan.

De foto is van Stien den Braber

Advertenties

De stelende tuinschrijver

Sinds een half jaar heeft Gerbrand Bakker een wekelijkse column in Trouw. Gerbrand Bakker is de schrijver van de bekroonde roman Boven is het stil. Daar kwam ik pas achter toen ik de man van de foto in Trouw matrassen zag slepen in de verfilming van zijn boek. Een figurantenrol als handtekening. Zoals Hitchcock altijd even opdook in de door hem geregisseerde films.

In het begin dacht ik dat er in Gerbrand Bakker een opvolger van tuinboekenschrijvers zoals Christopher Lloyd of Romke van de Kaa zou opstaan. Ik verwachtte dus geestige verhandelingen over botanische wetenswaardigheden. Maar Bakker is Bakker en schrijft veel meer over het buitenleven in de Eifel, zijn Duitse buren en de Duitse gebruiken.

Nu het lente is in de Eifel verandert dat en lees ik hoe hij – net als ik – tut in zijn tuin en grotere ingrepen doet. Zo maakt hij er ons deelgenoot van hoe hij nogal heimelijk een gat snoeit in de openbare beplanting aan de overkant van zijn tuin, zodat hij een mooie zichtlijn krijgt naar het landschap daarachter. Borrowed landscape, maar ook wel een beetje gestolen Gerbrand! 😉

Wat is het toch dat tuinieren voor ons gevoel strikt ophoudt bij de grenzen van ons perceel? Het zaaien of planten in openbaar groen voelt als een illegale daad. We hebben het niet voor niets over guerilla gardening. Andersom is het uitsteken van een mooie plant in de berm bijna diefstal.

Is het omdat we hiermee de buren het genot van die plant ontnemen? Het is maar de vraag of anderen die plant opmerken zoals jij dat doet. Een nuchtere buur redeneert waarschijnlijk dat er nog genoeg van over is. Maar toch…

Afgelopen maanden ‘stal’ ik zo een paar sneeuwklokjes en judaspenningen. Steeds ging ik op een rustig moment van de dag met de hond op pad, met een tuinschepje in een ondoorzichtige plastic tas. Nu mijn hond dood is wordt dat wandelen op de plaats delict helemaal verdacht.

Of ik berouw heb? Nee. En het schuldgevoel ebt ook weg. De sneeuwklokjes hebben de verplanting in volle bloei prima overleefd. De judaspenningen hebben een uitzonderlijk donkere roodpaarse kleur die mooi combineert met het rode blad van de Cotinus (Pruikenboom). Ik heb stille hoop dat het donker roodpaars blijft, omdat het gebruikelijke magentapaars van de judaspenning vaak een nogal verwassen indruk krijgt.

In mijn fantasie is deze judaspenning een variëteit die nog niet bestaat. Die kweek ik dan verder en breng ik met mijn naam in de handel. Zodat een daad van ‘diefstal’ een aanwinst wordt voor het plantenassortiment. Zoals het ooit met veel variëteiten is gegaan die we nu in het tuincentrum vinden.

P.S. Voor wie meer wil weten over Gerbrand Bakker: hij heeft ook een eigen weblog.

Vroege en late narcissen

Half april fietste ik op een ochtend langs een tuin en dacht “Hé, een vroege tulp!”. Met een uitroepteken. Alsof het heel bijzonder was.

Misschien klopt het dat er meer vroege narcissen bestaan dan vroege tulpen. Of lijkt dat zo omdat bij mij in Oosterhout de narcissen in april dicht opeengepakt bloeien in de bermen? Een narcis gedijt in grasland. Een tulp overleeft waarschijnlijk een vroege maaibeurt in mei niet, omdat het blad de tijd moet krijgen om af te sterven.

Net zoals vroege en late tulpen heb je vroege en late narcissen. Dat weet ik sinds ik een proef doe met drie verschillende narcissen. In het plan van mijn nieuwe tuin komt een strook grasland. En daarin wil ik een luchtige mix van drie hoge narcissen, in geel, zachtgeel en wit. Niet zo’n dicht pak als in de bermen, maar hier en daar een vlinder boven het gras.

Narcissus Peeping Tom

De test bestaat eruit dat ik half november drie soorten heb opgepot, de goudgele Narcissus ‘Peeping Tom’, de lichtgele ‘Tahiti’ en witte fazantenoogjes (Narcissus poeticus ‘recurvus’). Daar bovenop plantte ik wat kleine viooltjes in paars, lichtblauw en wit.

Ik had gehoopt dat de drie soorten narcissen een overlap in bloeitijd zouden hebben, zodat het in het toekomstige grasland wekenlang een veranderend kleurenspel zou opleveren. Het laat zich raden: dat is niet gelukt.

Narcissus Tahiti

De ‘Peeping Tom’ staat nu brutaal geel te bloeien. Alle tien de bollen zijn uitgekomen. ‘Tahiti’ heeft het lastiger en laat maar drie knoppen zien. Wat is er met de overige zeven gebeurd? De fazantenoogjes tenslotte geven nog geen enkel teken van leven. Maar dat is een echte late die pas bloeit in mei. Tot zover mijn narcissenexperiment.

‘Peeping Tom’ is overigens van het soort goudgeel waar ik het even moeilijk mee heb. Zoals de harde goudgele proppen van forsythia die je nu ook overal in de tuinen ziet. Niets tegen forsythia, maar dan luchtig tussen ander groen. Waar ik echt een hekel aan heb is het typerende roze van een hyacint.

Er is wel eens tegen mij gezegd dat ik moeite heb met geel. Dat is onzin. Ik vind de combinatie van geel en roze namelijk machtig interessant, waar veel mensen dit machtig vinden vloeken. Lekker consequent.