Sminkentuin 3

Moesblog in 2015 herzien

Moesblog is in april 2015 begonnen als hobbysite van Eric van Oevelen over moestuinieren en duurzaamheid. In de loop van het jaar is Stien den Braber ook regelmatig een bijdrage gaan leveren in de vorm van berichten en foto’s.

De onderwerpen mogen in 2016 wat vaker over de moestuin gaan. Daarvoor liggen er al diverse berichten op stapel, dus blijf ons volgen en reageren.

Krakende cijfers

In een San Francisco kabelbaan passen 60 mensen. Dit weblog werd in 2015 ongeveer 1.800 keer bekeken. Als het blog een kabelbaan zou zijn, zou die ongeveer 30 reizen nodig hebben voordat die zoveel mensen zou kunnen vervoeren.

Er zijn 68 foto’s gepubliceerd, met een totaal van 12 MB. Dat is ongeveer een foto per week.
De drukste dag van het jaar was 14 juni met 73 bezichtigingen. Het meest populaire bericht die dag was Sminkentuin houdt open dag.

Berichten

In 2015 waren er 45 nieuwe berichten, niet slecht voor het eerste jaar! De beste blogdag was vrijdag, met 9 berichten in totaal.

Attracties in 2015

Dit zijn de berichten die op Moesblog in 2015 het meest bekeken zijn:

  1. Sminkentuin houdt open dag (juni 2015)
  2. IJsland, land van vuur en ijs  (augustus 2015)
  3. Op tuinreis met Romke van de Kaa (juli 2015)
  4. Naaktbloeiers (september 2015)
  5. De harmonie en schoonheid van de Japanse tuin (oktober 2015)

Hoe hebben mensen dit blog gevonden?

De top verwijzende sites in 2015 waren:

  1. twitter.com
  2. facebook.com
  3. lnkd.in

Waar kwamen ze vandaan?

Uit in totaal 16 landen!
Toplanden zijn Nederland, België, en de Verenigde Staten.

Reacties

Het bericht met de meeste reacties in 2015 was Op tuinreis met Romke van de Kaa.

Yvette van Boven
Link

Koken met Van Boven

Afgelopen dinsdag 15 december schakelde ik – helaas iets te laat – in voor Koken met Van Boven. En wat zag ik: een prachtig gebraad uit de oven, met kruiden, een mooie bruine korst en een garnering van citrusfruit. Het zag er feestelijk uit en het was: KNOLSELDERIJ! 

Knolselderij: gezond maar saai, een onooglijke knol die ik  alleen maar ken uit de erwtensoep.

Gebraad van knolselderij met saus van citrus
Gebraad van knolselderij met saus van citrus

Ik ben meteen de gemiste aflevering online gaan bekijken. En wat blijkt: het recept is ook nog eens doodsimpel. De knol schillen, inwrijven met boter en kruiden,  twee uur in de oven in folie en dan nog een poosje zonder folie voor het korstje.

Toen Yvette van Boven daarbij ook nog een voorgerecht maakte van koolrapen kon ze niet meer stuk.

Volgend jaar plant ik knollen in de tuin: koolrapen, knolselderij (aardperen heb ik al) en ook weer koolrabi.

Ik kan al bijna niet meer wachten met tuinplannen voor volgend jaar!

koolrabi_984px
Volgend jaar staan hier dus knollen
Herfstbos

Herfstkleuren en paddenstoelen

In de herfst is er in de moestuin niet bar veel te doen. Natuurlijk, je oogst de laatste groenten en de dahliaknollen moeten uit de grond. Maar verder is er – op zandgrond – niet veel meer nodig.

Heb je zware kleigrond, dan is spitten in het najaar wel verstandig: de kluiten kunnen dan in de winter kapotvriezen waardoor de grond minder compact wordt.

Maar voor zandgrond is dat niet nuttig. Zandgrond spit je in het voorjaar. Om uitspoelen van de grond tijdens de winter te voorkomen houd je de grond bedekt. Dat kan door het afgestorven loof te laten liggen, door te mulchen of door in te zaaien met een groenbemester.

Herfstbos
Licht en schaduw in het herfstbos

Dus: alle tijd om er op uit te gaan! Want in de natuur is er nog heel veel te genieten:

  • prachtige herfstkleuren in het bos
  • bessen, noten en vruchten
  • en paddenstoelen!

Paddenstoelen

Paddenstoelen spreken elk jaar weer tot de verbeelding. Zo zijn ze er en zo zijn ze ook weer weg.

Er zijn zoveel soorten dat determineren eigenlijk onbegonnen werk is. Dus mocht mijn naamgeving niet kloppen dan houd ik me aanbevolen voor correcties.

Witte koraalzwam
Witte koraalzwam (Clavulina cristata)
Schubbige bundelzwam
Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa)
Vliegenzwam
Vliegenzwam (Amanita muscaria)
Gele hoorntjes
Gele hoorntjes (Calocera viscosa)
Fopelfenbankje
Fopelfenbankje (Lenzites betulina)

En weet je hoe deze twee naamloze paddenstoelen heten? Meld het alstublieft!

Paddenstoelen

Helianthus tuberosus (Aardpeer)

Aardperen: groeizaam, kleurrijk en voedzaam

De aardpeer (Helianthus tuberosus; in het Frans: topinambour) is een ‘vergeten groente’.

In de 16e eeuw kwam de aardpeer naar Europa vanuit Noord-Amerika (Quebec). Maar in de loop der eeuwen is hij verdreven door de aardappel. Een belangrijke reden daarvoor zal geweest zijn dat de aardappel beter te bewaren is.

De aardpeer is familie van de zonnebloem en dat zie je – behalve aan de naam – aan de bloeiwijze. Net als de zonnebloem kan hij wel drie meter hoog worden.

In de nazomer (september-oktober) verschijnen de kleine gele bloemetjes. Die zijn een leuke bijkomstigheid, dat is niet waar het om gaat. Bij de aardpeer gaat het om de knol. Elk knolletje vormt naast een bloemstengel een aantal nieuwe knollen. Deze knollen hebben een zoetige, nootachtige smaak. Ze zijn onregelmatig gevormd en niet zo mooi glad als de aardappel. Dat maakt ze lastig te schillen.

Helianthus tuberosus (Aardpeer)
De ‘zonnebloemen’ van de aardpeer en de knollen in de keuken

Toch is het de moeite waard om wat tijd aan ze te besteden. Je kunt ze geraspt eten als rauwkost, eventueel samen met wortels. Je kunt ze bakken en koken. Maar persoonlijk vind ik ze gekookt al snel ‘snotterig’ worden. Zelf maak ik er meestal soep van.

Mijn eerste aardperen kocht ik in de natuurvoedingswinkel. In plaats van ze op te eten stopte ik ze in de grond.

Daarna zijn ze elk jaar teruggekomen. Want ook al heb je nog zo goed geoogst, er blijft altijd wel iets in de grond achter en dat loopt weer overvloedig uit. In het voorjaar komen de lichtgroene scheuten overal boven de grond, ook op plaatsen waar je ze niet had verwacht.

Als ze de kans krijgen gaan ze dus aan de wandel. Zet ze daarom op een plek waar ze niet al te veel kanten op kunnen. Vanwege de hoogte kun je ze het best een plek achteraan geven. Tenzij je er een windscherm van wilt maken. Overigens, als ze te hoog worden kun je ze gewoon inkorten. Dan gaan ze wat meer in de breedte, maar de knollen lijden daar niet onder.

Boven de grond sterft de aardpeer weliswaar af, maar onder de grond zijn de knollen winterhard. Het beste is om niet meer te oogsten dan je in een keer kunt eten. Aardperen zijn niet heel erg makkelijk te bewaren, een dag of drie in de koelkast. Natuurlijk heb je dan even een probleempje als de grond bevroren is. Maar na de vorst kun je gewoon verder oogsten.

In het boek Een tuin om van te smullen staat beschreven hoe je die overbodige scheuten kunt uitputten zodat ze niet meer terugkomen. In het voorjaar plaats je een kartonnen doos bovenop de plek waar de aardperen hebben gestaan. Ze zullen dan uitlopen. En omdat het donker blijft in de doos groeien ze uit tot lange gebleekte scheuten.

Na enkele weken haal je die scheuten weg en zet je de doos weer op dezelfde plek neer, waarop het zich nog een keer herhaalt. De knollen raken hiervan uitgeput en zullen na de tweede keer niet alsnog uitlopen. Hoe dat zal gaan als het regent en de kartonnen doos geheel doorweekt raakt zegt het boek niet… Maar goed, als iemand dit wil uitproberen dan hoor ik graag het resultaat.

Overigens die gebleekte scheuten kun je ook weer gestoofd eten.

Aardperensoep

  • Schil de aardperen of schrap ze en leg ze tot gebruik in water met een beetje citroen.
  • Fruit een uitje en/of knoflook in olijfolie.
  • Voeg de in grove stukken gesneden aardperen toe en roerbak even mee.
  • Voeg dan water met een bouillonblokje toe en laat even doorkoken.
  • Pureer de soep, breng eventueel op smaak met wat peper.
  • Serveren met in elke soepkom een lepel kwark of zure room en eventueel bestrooid met de oranje blaadjes van de goudsbloem.

Variatie:

In plaats van met kwark of zure room opdienen met in stukjes gesneden en even gebakken shiitake. Voor een diepe aardse smaak kun je de shiitakes ook meebakken en met de soep meepureren.

Eet smakelijk!

Video

De herfstdag van Rainer Maria Rilke

Herbsttag

Herr, es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren lass die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten, voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin, und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

Rainer Maria Rilke, 1902

Een mooie bespreking van dit gedicht is te vinden op De Contrabas.

Poëziemiddag

De poëzie van Rilke staat centraal op De Nieuwe Liefde op 15 november 2015.
Acteur Roeland Fernhout draagt onder andere dit gedicht voor in een passende muzikale omlijsting van Joep Beving, te horen in de video hierboven.
Op de site van De Nieuwe Liefde staat ook een Nederlandse vertaling van Herbsttag.

Dahlia Waltzing Mathilde

De Dahlia-test

In deze nevelige tijd van het jaar is er een plant die zijn best blijft doen en vlamt tot de eerste echte nachtvorst: de dahlia. Vanaf begin augustus knip ik wekelijks een boeket uit mijn moestuin. Daar staan dahlia’s in een smalle strook, gecombineerd met enkele siergrassen, vaste planten en lage zonnebloemen.

Dit is het eerste jaar en de combinatie die ik gemaakt heb is een uitprobeersel. Er zijn al twee lessen die ik geleerd heb in algemene zin:

  • Dahlia’s houden van vruchtbare grond. Dus goed bemesten in het voorjaar loont. Ik gebruik daarvoor liefst wat oudere stalmest.
  • Geef dahlia’s een steuntje na de eerste groeispurt. In juli worden veel planten nogal hoog en de holle stelen dreigen te knakken na de eerste de beste regenbui of windstoot. Ik gebruik halfronde steunen in verschillende hoogtes van groen draadframe, die je om de plant heen zet en nauwelijks ziet. Deze steunen zijn helemaal niet duur en te koop bij elk goed gesorteerd plantencentrum.

Uitgangspunten

Voor de dahlia’s in mijn moestuin ben ik op zoek naar een combinatie van bloemvormen en kleuren, in zwartrood, rood, oranje en roze. De planten moeten er goed uit zien, groeikrachtig zijn en goed doorbloeien. De hoogte varieert van 80 tot 100 centimeter. Wat niet genoeg bevalt gaat er uit en wordt vervangen:

Burning Love is een semi-cactus dahlia. Rood, verkleurend naar donkerrood. Ik heb deze jaren geleden al bewonderd in het Vrijbroekpark in Mechelen (B.). De prestaties in mijn tuin waren nog niet overweldigend, maar de bloemen maken veel goed. Mag voorlopig blijven.

Dahlia Jescot Julie en Burning Love
Dahlia ‘Jescot Julie’ en ‘Burning Love’

Burlesca is een pompondahlia met een aparte lichtgele kleur en roze bloempunten. De totaalindruk van de bloem neigt naar oudroze of licht zalmroze. De plant is nogal grof gebouwd. De kleur is apart en in mijn bonte spectrum moeilijk te combineren. Deze gaat er uit.

Waltzing Mathilde (foto bovenaan) is lastig te classificeren: veel, open tot halfgevulde bloemen in een geel met rozerode kleur, eigenlijk dezelfde als de hieronder genoemde ‘Jescot Julie’ maar dan vrijelijk gemengd. Donkere bloemstelen en donker, niet te grof blad. Absoluut een blijver.

Dahlia Happy Halloween
Dahlia ‘Happy Halloween’

Happy Halloween is een decoratieve dahlia in pompoen-oranje. De plant is in alle delen grof (“bloemkooluhh!”) maar bloeit wezenloos goed. Een nadeel is dat de grote bloemen vaak te dicht op elkaar zitten en elkaar verdringen. Dat maakt het dan weer moeilijker om een mooie bloem voor de vaas te snijden. Deze gaat er uit.

Jescot Julie is een orchideevorm. Ook dit is een oude liefde uit het Vrijbroekpark. De bloemen zijn zeer sierlijk: geeloranje aan de bovenkant en pruimenrood aan de onderkant. Helaas doen ze het in mijn tuin veel minder. De bloemstelen lijken niet sterk genoeg om hun sierlijke last te kunnen dragen. Eruit!

Bishop of Llandaff. De knuffeldahlia uit menig tuinprogramma. En niet voor niets. ‘Gandalf’, zoals een tuinvriendin de naam verhaspelt, is echt rood en heeft fijn uitgesneden, bijna zwart blad. Deze pioenbloemige dahlia is goed te combineren in een gemengde beplanting. Een blijver.

Er is overigens een hele rits neven en nichten met andere bloemkleuren: ‘Bishop of Dover’ is bijna wit, ‘Bishop of Leicester’ lichtroze en ‘Bishop of Oxford’ koperoranje.

Dahlia Bishop of Llandaff en Nagano
Dahlia ‘Bishop of Llandaff’ en ‘Nagano’

Natal‘ is een leuke pompondahlia in zwartrood tot paarsroze, afhankelijk van de temperatuur. Een sterke plant. Goed bloeiend. Mooi in combinatie met de ‘Gandalf’. Mag blijven.

Chat Noir is weer een semi-cactus. Donkere, bijna zwartrode cactusbloemen. Sterk en zeer sierlijk in de tuin en op de vaas. Mag blijven.

Nagano is een decoratieve dahlia. Rood met witte toppen, zoals de bekende paddenstoel. Ik vind de plant nogal  woest en het rood-wit van de bloemen moeilijk te combineren. Deze gaat er uit.

Opruimen of laten zitten?

Na vandaag spit ik de wijkers er uit omdat het zonder bloemen moeilijk te zien is welke dahlia je verwijdert. De wijkers gaan op de composthoop.

De blijvers wacht een barre winter in de volle grond. Ik laat het groen zitten totdat het na de eerste nachtvorst zwart is geworden. Ik doe verder niet aan gepamper met opgraven, drogen en dan weer oppotten en uitplanten in het volgende jaar. Een beetje compost of turfmolm als afdeklaag lijkt mij voldoende. Wat de winter zo niet doorstaat heeft pech gehad.

Life sometimes sucks for a dahlia!

Japanse tuin Clingendael

De harmonie en schoonheid van de Japanse tuin

Eigenlijk houd ik niet zo van heel erg nette tuinen, met alle plantjes keurig op kleur en precies overdacht op de juiste plek. Ik houd van een beetje ongeregeld, licht verwilderd. En ik ben dol op toevalsplanten, aanwaaiers en uitzaaiers.

Maar toch maak ik een uitzondering voor de Japanse tuin. Daarin is alles overdacht. Er is orde en er zijn vaste elementen met een eigen betekenis.

Dat wil niet zeggen dat de tuin symmetrisch is, of strak. De opzet is juist om de natuur zo dicht mogelijk te benaderen. Geen rechte paden, maar slingerpaadjes met stapstenen.

Vaste elementen van de Japanse tuin

  • Er is altijd water. Water staat voor leven. Water wordt ook wel gesymboliseerd met kiezelsteentjes.
  • Er is een stenen lantaarn.
  • Er zijn stenen die rust symboliseren.
  • Er is een bruggetje, meestal in een rode kleur. Rood staat voor vreugde, maar beschermt ook tegen boze geesten.
  • Er is veel groen in de vorm van mossen en varens.
  • De tuin is geheel omheind.
Mossen en varens Japanse tuin Clingendael
Mossen met ontluikende varens in het voorjaar

Naast deze vaste onderdelen kan er een theehuis of paviljoentje zijn. Meestal is hierin plaats gemaakt voor een boeddha. Soms is er een tempel.

Er zijn verschillende Japanse tuinen in Nederland. Een hele mooie waar ik graag kom is de ruim honderd jaar oude Japanse tuin op landgoed Clingendael, tussen Den Haag en Wassenaar.

Rust, groen en stenen

Er gaat een enorme rust uit van een Japanse tuin. Er is geen sprake van spectaculaire effecten, geen rijke borders of bijzondere blikvangers. Meestal overheerst de kleur groen: varens, mossen, bamboe. Een zorgvuldig geplante rode Japanse esdoorn zorgt het hele jaar door voor kleur.

Alleen in het voorjaar gaat de tuin even uit zijn dak: dan bloeien rododendron en azalea met prachtige kleuren. Het is een feest om dan door de tuin te lopen over de bemoste paden en de speciaal gelegde stapstenen.

Azalea Japanse tuin Clingendael
Oranje is een van de vele uitbundige kleuren van Rhododendron

Precies dit: de juiste verhoudingen tussen groen, stenen en beperkte kleur geven de Japanse tuin op Clingendael zijn bijzondere serene sfeer. Waar als vanzelfsprekend een plek in het groen is voor de boeddha. En je zittend op een bankje ontdekt dat er ongemerkt een uur verstreken is.

Wil je meer weten: er zijn enorm veel websites te vinden over Japanse tuinen. Met veel meer informatie dan ik hier bij elkaar heb kunnen zetten. Bijvoorbeeld over de verschillende stijlen of over hoe je zelf een Japanse tuin aanlegt.

De Japanse tuin van Clingendael

Vanwege de kwetsbaarheid is Clingendael alleen in voor- en najaar beperkt opengesteld. Onderga zelf de rust en harmonie van deze kleine tuin. Het kan dit jaar tussen 10 en 25 oktober.

Japanse tuin Clingendael
De Japanse tuin van landgoed Clingendael

Wil je na je bezoek nog eens nagenieten? Dat kan ook met een van deze twee romans met een bijrol voor de Japanse tuin:

  • De tuin van de avondnevel / Tan Twan Eng
  • De tuin van de Samoerai / Gail Tsukiyama

Ik hoop dat ik over heb kunnen brengen hoe een tuin je een bijzondere ervaring geeft die verder gaat dan je verwacht. Iets wat iedereen tenminste één keer in het leven zou moeten ervaren: rust, harmonie, schoonheid.

Dit is een gastblog van Stien den Braber. Foto’s en tekst zijn van haar hand. Dankjewel Stien!

Colchicum x byzantinum (Herftsttijloos)

Naaktbloeiers

Je hebt de vroegbloeier en de laatbloeier. Dan kun je het over planten hebben, maar de laatbloeier is vaak een persoon die later dan vergelijkbare anderen bepaalde eigenschappen ontwikkelt.

De naaktbloeier is een plant, meestal een struik of boom, die bloeit voordat de bladeren verschijnen. Een knolgewas dat naakt bloeit is Colchicum autumnale, de herfsttijloos. Je kunt betwisten of dit knolletje dat lijkt op een crocus maar het niet is, een vroegbloeier of een laatbloeier is. Dat is een beetje kip of ei, afhankelijk waar je de knip legt voor de tijd waarin de meeste knol- en bolgewassen bloeien.

We zijn er nog niet: er bestaat ook een droogbloeier, een kruising van de inheemse herfsttijloos. De knollen van deze Colchicum x byzantinum komen in een warme kamer tot bloei, met soms wel twintig grote bloemen.

Na deze bloei kunnen de knollen alsnog de grond in voor de eerste vorst. In de lente ontwikkelen zich de grote bladeren (tot 30 centimeter), die pas aan het begin van de zomer afsterven. In een aangeharkt tuintje kan dat rommelig ogen, maar op een wilder plekje of ergens achteraf deert dat niet.

Voor de volgende herfst sta je dan voor de keuze: opnieuw als droogbloeier in huis halen, of toch als naaktbloeier in de tuin laten staan, waar de bloemen – bij gebrek aan bladsteun – in de herfst vaker liggen dan staan.

De foto is van Stien den Braber