Je hebt de vroegbloeier en de laatbloeier. Dan kun je het over planten hebben, maar de laatbloeier is vaak een persoon die later dan vergelijkbare anderen bepaalde eigenschappen ontwikkelt.
De naaktbloeier is een plant, meestal een struik of boom, die bloeit voordat de bladeren verschijnen. Een knolgewas dat naakt bloeit is Colchicum autumnale, de herfsttijloos. Je kunt betwisten of dit knolletje dat lijkt op een crocus maar het niet is, een vroegbloeier of een laatbloeier is. Dat is een beetje kip of ei, afhankelijk waar je de knip legt voor de tijd waarin de meeste knol- en bolgewassen bloeien.
We zijn er nog niet: er bestaat ook een droogbloeier, een kruising van de inheemse herfsttijloos. De knollen van deze Colchicum x byzantinum komen in een warme kamer tot bloei, met soms wel twintig grote bloemen.
Na deze bloei kunnen de knollen alsnog de grond in voor de eerste vorst. In de lente ontwikkelen zich de grote bladeren (tot 30 centimeter), die pas aan het begin van de zomer afsterven. In een aangeharkt tuintje kan dat rommelig ogen, maar op een wilder plekje of ergens achteraf deert dat niet.
Voor de volgende herfst sta je dan voor de keuze: opnieuw als droogbloeier in huis halen, of toch als naaktbloeier in de tuin laten staan, waar de bloemen – bij gebrek aan bladsteun – in de herfst vaker liggen dan staan.
Er zijn veel variëteiten van de zonnehoed, in purper, roze, oranje, geel en wit. De witte Echinacea’s lijken sterk op elkaar. Door de stevige stelen en de groene rand in het hart denk ik dat dit ‘Green Edge’ is. Wie beter weet mag het zeggen.
Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
Rutger Kopland (1934-2012)
Een mooie bespreking van dit gedicht is te vinden op Info.nu.nl
Spaghetti con zucchine e buccia di limone. Een echte Italiaanse pasta voor als er een overschot aan courgettes dreigt. De smaak is ondanks de eenvoudige ingrediënten verfijnd en gevarieerd.
Deze hoeveelheid is voldoende voor 1 persoon als lichte, maar voedzame maaltijd of voor 2 personen als voor- of bijgerecht.
Ingrediënten:
1 courgette
2 eetlepels pijnboompitten
120 gram spaghetti
zout
3 eetlepels olijfolie
1/2 citroen
2 snufjes gedroogde chilipepers
2 eetlepels Parmezaanse kaas
Verder nodig:
rasp
vergiet
schone theedoek
Ingrediënten voor pasta met courgette en citroenschil
Bereiding (15 minuten):
Rasp de courgette grof boven een vergiet. Strooi er wat zout over en laat uitlekken.
Rooster de pijnboompitten goudbruin in een droge koekenpan.
Begin alvast met het koken van de spaghetti in ruim kokend water met een halve eetlepel zout.
Doe de courgette in een schone theedoek en knijp zoveel mogelijk van het vocht er uit. Verhit in de koekenpan de olijfolie en bak de courgette 5 minuten op halfhoog vuur. Schep zo nu en dan om.
Bereiding Pasta met courgette en citroenschil
Rasp de schil van de citroen. Voeg de citroenrasp en de chilivlokken naar smaak toe aan de courgette en bak nog 3 minuten. Rasp ondertussen de Parmezaanse kaas.
Giet de pasta af wanneer deze beetgaar is. Houd wat van het kookwater achter. Meng het courgettemengsel door de spaghetti. Warm nog 30 seconden en giet er eventueel wat kookwater bij om het smeuïger te maken. Dien dan direct op, bestrooid met Parmezaanse kaas en de pijnboompitten.
Net als het geloof heeft een tuin geduld, doorzettingsvermogen, en ook inspanning nodig.
Geduld is een mooie eigenschap. Het is geen berusting: je moet blijven geloven in de goede afloop en daar ook wat voor doen. Ignatius van Loyola (1491-1556), de stichter van de jezuïetenorde, schreef mooie dingen over geduld. Het bovenstaande is mijn omkering van zijn “Net als een tuin heeft het geloof geduld, doorzettingsvermogen, en ook inspanning nodig”.
“Naast geduld, doorzettingsvermogen en noeste arbeid vraagt het om openheid, om empathie voor wat zich in de tuin afspeelt. Ik zie de creativiteit van het tuinieren dan ook als een vorm van mede-scheppen.” schrijft Maaike de Haardt in Tuinieren als spiritualiteit.
Augurken, wie maakt ze nog zelf in? Van een collega kreeg ik vier augurkenplanten (Cucumis sativus) voor mijn nieuwe moestuin. Nu zou je denken dat dit lid uit de komkommerfamilie het moeilijk heeft buiten de kas, maar dat blijkt niet zo te zijn.
Ik herinner me mijn vreugdekreet toen ik in juni de eerste gele bloemen ontdekte. De planten vertonen nogal wat veroveringsdrift. Inmiddels heb ik al meer dan een dozijn potten ingemaakt.
Augurken in het zuur (Echte zure bommen)
Ingrediënten per pot:
1/3 zakje inmaakkruiden (Verstegen)
300 ml. natuurazijn of inmaakazijn
koffielepel zout
Verder nodig:
pot met schroefdeksel
borstel (bijvoorbeeld nagelborsteltje van Sorbo)
keukenpapier
vergiet (of diep bord)
soda
schone theedoek
Bereiding:
Was de augurken onder koud stromend water en borstel het vuil en de harde stekels eraf.
Dep de augurken droog met keukenpapier en leg ze in een vergiet of op een diep bord.
Bestrooi de augurken royaal met zout en laat dit minstens twee uur intrekken. Een hele nacht mag ook.
Steriliseer ondertussen de pot en het deksel met een beetje soda en kokend water. Eén keer naspoelen met kokend water en omgekeerd op een schone theedoek laten uitdruppen.
Dep de augurken weer droog met keukenpapier en doe ze in de lege pot
Breng de azijn even aan de kook met de kruiden en giet dit direct op de augurken totdat de pot volledig gevuld is.
Draai de deksel stevig op de pot en zet de pot op zijn kop.
Variaties
Dit basisrecept levert echt pittige, zure augurken op. Varieer door het toevoegen van verse kruiden, zoals: dille(bloemen), koriander (blad, bloemen en zaden), dragon of tijm. Was deze kruiden en laat ze even uitlekken op keukenpapier, voordat je ze tussen de augurken steekt.
Voor zoetzure augurken los je 60 gram suiker op in de azijn met kruiden. Hele grote augurken snijd ik na het inzouten in plakken en maak ik bij voorkeur zoetzuur in.
Met dank aan Mirjam Heinsbroek die mij opnieuw aan de zure augurk bracht. De bereidingswijze hierboven is een bewerking van haar beproefde familierecept.
IJsland is een ‘jong’ land, nog altijd zestien tot zeventien miljard jaar oud, maar geologisch gezien is dat jong.
Het land was “woest en leeg” toen de Vikingen het ontdekten. En het is nog steeds behoorlijk ruig en leeg.
Een groot deel van het land is bedekt met gletsjers of lavavelden. Op verschillende plekken borrelt de aarde, door geisers of vulkanen. Denk aan de uitbarsting van de Eyjafjallajökull, die in 2010 het vliegverkeer in heel Europa stillegde.
De naam Eyjafjallajökull lijkt onbegrijpelijk maar is eigenlijk heel eenvoudig:
eyja = eiland
fjalla = berg
jökull = gletsjer
Veel IJslandse plaatsnamen zijn genoemd naar natuurverschijnselen: Reykjavik betekent rokende baai (vik = baai, rokend vanwege de geisers).
Lavaveld op IJsland
Wat heb je in IJsland te zoeken op vakantie? Zeker als je bedenkt dat de temperatuur er nogal wisselvallig is. Zelfs in juli is het maar 10-17 °C – en soms kouder.
IJsland is een uitdaging. Soms loop je door een lavaveld dat eruitziet als een maanlandschap. Maar tussen de zwarte brokken komen alweer de eerste mossen, saxifraga’s en andere bloemetjes tevoorschijn.
Silene uniflora en Alchemilla alpina (Alpiene vrouwenmantel)
Als je dan na een tijd lopen uitkomt bij een donderende waterval, weet je niet wat je ziet. Eerst ben je onder de indruk van het geweld van het water. Daarna zie je hoe groen het er is en wat er allemaal bloeit: geranium sylvaticum, boterbloemen, lathyrus japonicus, Noordse nachtorchis.
Je moet wel goed kijken. Het zijn geen grote, uitbundige, niet-te-missen planten. Eerder bescheiden, nietige plantjes die zich er kunnen handhaven, en die je gemakkelijk over het hoofd ziet.
Platanthera hyperborea (Noordse nachtorchis) en Geranium sylvaticum
Op de gletsjers groeit niets. Daarvoor is de ijslaag te dik. Stukken gletsjerijs komen terecht in gletsjermeren of fjorden en drijven langzaam naar zee.
Een boottochtje tussen de ijsbergen is een indrukwekkende beleving. Soms hebben die ijsbergen een mooie blauwe kleur. Dat is een sprookjesachtig gezicht, maar het is niets meer dan de weerkaatsing van blauw licht. Door de grote druk is alle zuurstof uit het ijs geperst en wordt elke kleur uit het licht geabsorbeerd. Alleen het blauw wordt weerkaatst.
Blauwe ijsbergen
En overal vogels: langs de meren veel zangvogels en langs de kust krijsen de vele soorten meeuwen, stormvogels, jan-van-genten en de sterns.
De noordse sterns zijn berucht omdat ze mensen aanvallen die in de buurt van hun jongen komen. Ze vallen op het hoofd aan, het hoogste punt. IJslanders weten dit en houden een stok boven het hoofd, die vervolgens belaagd wordt door de sterns.
De meest ‘aaibare’ vogel is wel de papegaaiduiker. Waar meeuwen statig voorbij zeilen op de thermiek, lijkt de papegaaiduiker onbeholpen te fladderen. Maar vergis je niet: ze zijn ontzettend snel.
Papegaaiduikers en Salix lanata (Grijze dwergwilg)
IJsland is een land met weinig bomen. Hier en daar zijn bomen aangeplant. Maar in het wild kunnen ze zich nauwelijks handhaven en worden ze niet groter dan een struik. Zo duurde het een paar dagen voor ik die lichtbladige plant met pluizen herkende als een wilgensoort, Salix lanata. Ook de Salix herbacea wordt niet groter dan een struikje.
Ik moet het echt ook nog over de geisers hebben: overal in het landschap zie je stoom uit de grond komen. Soms als heet water, soms als blubberende modderpoelen.
In de omgeving van Reykjavik wordt dit water gebruikt voor kassen. Bij een van de geisers konden we zelfs tomaten kopen. Zeker zo leuk: je kunt er ook een zwembad mee verwarmen. Zo zwom ik in een buitenbad van 40 °C.
En ik kan wel doorgaan: over de schapen, de IJslander paarden, de wilde zwanen, de grote groepen ganzen, de turfhuizen met grasdaken enzovoorts. Nog eentje dan: de lupinevelden.
Ooit uit Alaska gehaald om erosie tegen te gaan, neemt de blauwe lupinus nootkatensis langzaam het hele land over en worden ze nu weer bestreden. Van deze lupine heb ik dan ook zonder wroeging zaad mee naar huis genomen. Wie weet lukt me het in Nederland ook wel: lupinevelden….
Lupinus nootkatensis (Alaska lupine)
Ik hoop dat jullie een beetje geproefd hebben hoe bijzonder een vakantie in IJsland is.
Dit is een eerste gastblog van Stien den Braber. Stien woont in Amersfoort en is gek van (moes)tuinieren. In haar vrije tijd wandelt ze graag en schrijft ze gedichten.
Mocht je zelf iets te vertellen hebben over planten, de moestuin, een natuurreis of een duurzaam project in jouw omgeving: neem gerust contact op . Moesblog staat open voor gastbloggers, andere verhalen en nieuwe geluiden.