Solanum melongena (Aubergine)

Het moestuinplan: terugkijken

Het afgelopen jaar was voor mij de eerste keer dat ik me aan een moestuin waagde. Pas halverwege mei had ik de aanleg van de bedden klaar en die late start was niet direct de garantie voor succes. Wel had ik veel planten op de vensterbank voorgekweekt of buiten opgepot. Maar de grond was relatief arm en de zomer langdurig droog. Ik heb met heel wat gieters af en aan gelopen, en desondanks werd het niet de groene weelde die ik verwacht had.

Plussen en minnen

Nul of praktisch nul opbrengst had ik bij:

  • rode kool ‘Roodkop 2’
  • knolvenkel ‘Perfection’
  • pompoen ‘Uchiki Kuri’
  • aardbeien (drie stuks)
  • pastinaak ‘Gladiator’ (die er uit kwamen als Parijse worteltjes)

Iets beter deden het de:

  • pronkbonen ‘Pickwick’ en kievitsbonen
  • peulen ‘Norli’
  • wortelen ‘Nantaise 2’ (zaailint van de Lidl)
  • suikermais ‘Zoet Jan’ (drie kolfjes)
  • radijs ‘Flamboyant 3’ (alleen de vroegste zaai)
  • broccoli (van de Albert Heijn moestuintjes)
  • boerenkool ‘Blue Type’
  • snijbiet ‘Rhubarb Chard’

Succesvol waren de:

  • pittige snijsla-mengsel ‘Saladini’
  • tomaten (verschillende soorten, waaronder die van de moestuintjes)
  • aardperen (klein, maar veel)
  • courgette ‘Striato d’Italia’
  • eikenbladsla ‘Salad Bowl’
  • aubergine (van de Albert Heijn moestuintjes)
  • augurken

Lessen geleerd

Met name de augurken leverden gigantisch op. De vier plantjes die ik van een collega had gekregen waren voldoende om tientallen potten in te maken: zuur en zoetzuur, met dille, tijm of basilicum.

Solanum melongena (Aubergine)
Solanum melongena (Aubergine) van de AH moestuintjes in een zak potgrond

Ook de drie aubergines die ik oogstte van een paar planten in een zak potgrond vond ik een klein wonder. Reden voor mij om dit jaar aubergines in de volle grond te proberen.

In de lijstjes ben ik de overjarige broccoli ‘Sprouting Early Purple’ vergeten. Daarvan oogst ik misschien de komende maanden. Ik vind het onhandelbare planten die in de winter een gekwelde aanblik leveren. Ze zijn de speelbal van wind en regen. Ik plant en oogst liever broccoli in hetzelfde jaar.

Nog een les: de omrandingen van elk moestuinbed met kruiden zoals koriander, selderij, dille, bieslook en peterselie. Afhankelijk van de oriëntatie kwam het zaad ongelijkmatig of niet op. Dat droeg dus niet bij aan een fraai totaalbeeld. Komend jaar zaai ik dus gewoon in rijtjes, tussen de groenten in.

Nog even wachten

Vorige week heb ik het heikele probleem van de wisselteelt al besproken. In maart wordt de druk om in de volle grond te zaaien voor de moestuinder erg groot. Maar februari en maart zijn tot nu toe kletsnat en koud. En ik wacht liever een paar dagen totdat de grond normaal te bewerken is.

Pisum sativum var. saccharatum (peultjes)

Peultjes

Hoewel ik elk jaar woeker met de ruimte mogen peultjes in mijn tuin niet ontbreken. Om te beginnen: het is zo’n vrolijk gezicht, die vlinderachtige paarse bloemetjes. En dan: je kunt er al snel van oogsten.

Peultjes (Pisum sativum var. saccharatum) zijn een soort doperwten (Pisum sativum). Daarnaast heb je nog de sugarsnaps (Pisum sativum var. macrocarpon).

Het verschil met de doperwt is dat je de hele peul eet. Dat geldt ook voor sugarsnaps. Sugarsnaps worden wat dikker en kunnen langer blijven hangen. Peultjes zijn platter en kunnen daarom eerder geoogst en gegeten worden.

Het kweken van peultjes

Peultjes kun je zaaien vanaf maart, als de vorst uit de grond is. Wacht anders tot begin april. Binnen voorzaaien kan natuurlijk ook. Dan mogen ze in mei naar buiten. Ik zaai ze ter plekke. Een nacht voorweken in water helpt ze sneller ontkiemen.

Peultjes stellen weinig eisen aan de grond: goed losgemaakt, niet te nat, niet te droog, weinig mest. Teveel mest geeft veel blad en weinig peulen.

De planten groeien snel, ranken en worden bossig. Als ze niet gesteund worden vallen ze om. Dat steunen kan met een vlechtwerk, met stokken, langs draden enzovoorts. Zelf gebruik ik snoeihout. Vorig jaar heb ik eerst twee rijen takken in de grond gestopt en daartussen de peultjes gezaaid. Dat beviel goed. Zo voorkom je dat de kwetsbare jonge plantjes beschadigd worden als je er later stokken of takken tussen steekt.

Pisum sativum var. saccharatum (peultjes)
Peultjes in mijn tuin. De oranje bloemen zijn van Oost-Indische kers.

Alma Huisken adviseert in haar boek Van het land  precies het tegenovergestelde: zet rijshout pas tussen de rijen als de plantjes tien centimeter hoog zijn, omdat het anders teveel schaduw geeft. Zo heeft iedereen zijn eigen, meer of minder beproefde praktijken.

Oogsten en eten

Al drie maanden na het zaaien kun je de eerste peultjes oogsten. Door regelmatig te plukken stimuleer je nieuwe groei. Je eet de hele peul, er moet hoogstens een draad afgehaald worden.

In tegenstelling tot de meeste andere peulvruchten bevatten peultjes vitamine C. En wat zijn ze lekker! Verse peultjes hebben eigenlijk geen franje nodig: even blancheren en smullen maar. Ze mogen nog wat beet hebben.

Laat peultjes ook niet te lang hangen. Ze worden snel dik en zijn dan niet lekker meer. Maar geen nood als je bijvoorbeeld terugkomt van  vakantie: eet de te ver gerijpte exemplaren dan als doperwten.

Stikstofleverancier

Voor alle peulvruchten – dus ook voor peultjes – geldt dat ze stikstof in de grond brengen.

Om daar optimaal gebruik van te maken is het slim om de planten na de oogst niet uit de grond te trekken, maar ze boven de grond af te knippen. De stikstof bevindt zich namelijk in kleine knolletjes op de wortels van de plant en blijft op die manier in de grond.

Nog één peulvrucht te gaan. Dat is de mooiste, die bewaar ik voor het laatst…

Groentebedden

Wisselteelt met vier bedden

Wisselteelt of vruchtwisseling is belangrijk om ziektes en plagen in de moestuin te voorkomen. Verschillende planten stellen verschillende eisen aan de bodem, en als ze jaren achtereen op dezelfde grond worden gekweekt kan er bodemmoeheid optreden.

Vorig jaar maakte ik mijn allereerste moestuin en toen al viel me op dat het vinden van een juiste indeling geen gemakkelijke opgave is. Dit komt omdat er meerdere methoden bestaan. Bovendien spreken boeken, websites en moestuinfora elkaar hevig tegen.

Als er iemand de ultieme indeling weet voor wisselteelt met vier bedden: laat het weten en reageer op dit blog!

Misschien is de gemakkelijkste indeling die waarbij de plantensoorten losjes door elkaar gezet worden en jaarlijks van plek veranderen. In Engeland zouden ze het higgledy piggledy noemen, als een relatief rommeltje.

Hoeveel moestuinbedden?

Zodra je met rijen of vakken van dezelfde groenten start pas je eigenlijk al een vorm van intensieve teelt in je tuin toe. Bij het aantal vakken ontstaat de eerste twijfel: neem je drie, vier, vijf of zes moestuinbedden en ga je uit van drie-, vier-, vijf- of zesjarige vruchtwisseling?

Welke indeling in plantensoorten?

Een veelgebruikte ordening is die naar het deel van de plant dat door de mens gebruikt wordt:

  • koolgewassen
  • bladgroenten
  • vruchtgroenten
  • wortel- en knolgroenten
  • peulgewassen

Een tweede indeling gaat uit van plantfamilies die ongeveer dezelfde eisen aan de grond stellen:

  • kruisbloemigen (o.a. kolen en radijs)
  • vlinderbloemigen (o.a. erwten en bonen)
  • nachtschaden (o.a. aardappels en tomaten)
  • overigen (o.a. wortels, ui, prei, sla en mais)

Tenslotte bestaat er ook nog een indeling in drieën die uitgaat van waterbehoefte:

  • veel water (o.a. tomaten, pompoenen, courgettes en kolen)
  • minder water (o.a. wortels en sla)
  • weinig water (o.a. erwten, bonen en uien)

Bij de meeste schema’s wordt gerekend met een apart vak voor de aardappels, omdat die veel ruimte innemen en specifieke teelteisen stellen.

Vaste gewassen, zoals aardbeien, rabarber en asperges krijgen een apart vak en vallen uiteraard buiten de teeltwisseling.

Conclusie

Ik heb gekozen voor vierjarige wisselteelt op basis van plantfamilies. De beplanting schuift elk jaar een vak op: dus kruisbloemigen volgen op vlinderbloemigen, vlinderbloemigen op nachtschades enzovoorts.

Compost en bemesting

Goed om te weten is dat elke plantfamilie andere eisen aan de voorbereiding van de grond stelt. Met name kruisbloemigen stellen een ruime mestgift en compost op prijs. Nachtschaden willen een beetje mest en veel compost. De grond voor de vlinderbloemigen krijgt vooral wat extra kalk in het voorjaar. En de grond voor de overigen (wortels e.d.) heeft eigenlijk geen extra mest nodig omdat die nog meelift op de ruime mestgift van de kruisbloemigen uit het vorige jaar.

Behalve bij jonge zaailingen mag een laag compost altijd: als de bodemstructuur verrijkt moet worden of als mulchlaag voor het beter vasthouden van vocht.

Ik heb vorige week mijn moestuinbedden bekalkt en voorzien van organische mest. En geloof me: de bodem ziet er direct een stuk gezonder en smakelijker uit. Of is dat de tuinier in mij die zich teveel vereenzelvigt met zijn planten? 😉

De tuinboon (Vicia faba)

2016 is door de VN uitgeroepen tot het ‘Jaar van de peulvruchten’. Nu is 2016 ook het jaar van Jeroen Bosch en van nog het een en ander. Maar peulvruchten, daar kan ik wel wat mee.

Peulvruchten

Peulvruchten zijn voedzaam. Ze leveren eiwitten en vezels. Er zijn talloze soorten:

  • linzen
  • peultjes
  • kapucijners
  • kikkererwten
  • bruine- en witte bonen
  • pronkers
  • etc.

Je kunt er eindeloos mee variëren: roerbakken, in soepen, salades of curry’s. Je koopt ze vers, gedroogd of voor het gebruiksgemak in blik. Of je teelt ze zelf in de moestuin.

Niet alle peulvruchten doen het in ons klimaat. Maar als je een beetje een zonnige tuin hebt is het beslist de moeite waard om op zoek te gaan naar bijzondere rassen.

Bewezen soorten tuinbonen

Mijn tuin ligt op het noorden, ik houd het meestal bij een paar soorten die zich in mijn stadstuin bewezen hebben. Een daarvan is de tuinboon: de Vicia faba ‘Witkiem’ om precies te zijn.

In eerste instantie dacht ik bij het Jaar van de peulvruchten aan alles wat een peul heeft. Maar het blijkt dat de VN vooral de ‘droogbonen’ bedoelen. De tuinboon hoort daar niet bij.

Toch wil ik hier de lof zingen van de tuinboon. In Zeeland heten ze paardenbonen en werden ze vanouds gezien als veevoer. Maar een jong tuinboontje, vers uit de peul en kort gekookt, is voor mij een delicatesse. Als tuinbonen wat ouder zijn zijn ze soms minder zacht. Dan loont het de moeite van ‘dubbeldoppen’: het na het koken verwijderen van het harde velletje.

In tegenstelling tot de meeste boonsoorten kan de tuinboon goed tegen de kou, de ene soort iets beter dan de andere. Hij kan dus lekker vroeg de (koude) grond in. Zodra het in februari bij mij begint te kriebelen begin ik met het leggen van tuinbonen. Bonen zaai je niet, bonen leg je. Vraag me niet waarom.

De Vicia faba ‘Aquadulce’ kan zelfs al in november de grond in. Als het daarna nog gaat vriezen is dat geen probleem. Je kunt de grond eventueel afdekken met plastic, zodat ze wat vroeger ontkiemen. Het nadeel is dat slakken dat ook een fijne plek vinden…

Teelt van de tuinboon

De tuinboon wil goed losgemaakte grond die een beetje bemest is. De meeste soorten kunnen goed op zichzelf staan. Ze hoeven niet te klimmen, maar het zijn ook geen bossige planten zoals stambonen. Als ze erg hoog worden kun je ze aanbinden.

Tuinbonen zijn gevoelig voor zwarte luis. De kans daarop is kleiner als de bonen vroeg de grond in gaan. Vaak wordt geadviseerd dille tussen de rijen te zaaien om zo de luis op afstand te houden. Dat schijnt erg goed te helpen. Maar helaas komt dille bij mij slecht op.

Op tijd de toppen van de bonen eruithalen wil ook helpen. Toch ben ik daar meestal net iets te laat mee. Terwijl ik hoop dat ze nog wat doorgroeien, verschijnt dan toch de eerste luis. Er zit niks anders op: onmiddellijk toppen.

Volgende keer verder, er zijn nog meer peulvruchten.

Paaltjes maken voor verhoogde bedden

De moestuin in februari

In februari is er nog niet zoveel te doen in de moestuin. De grond is nog te koud en te nat om te zaaien. Een uitzondering is misschien de aardpeer, waarvan de knollen nu al de grond in kunnen. Ze zijn vorstbestendig en hebben baat bij een lang groeiseizoen.

Sommige groenten laten zich binnen op de vensterbank al voorzaaien, maar ook daarmee kun je beter even wachten: de lichtintensiteit is nog gering. De kans is groot dat je daardoor in april met spichtige, onhandelbare zaailingen zit.

Grondbewerking

Februari is wel een goede tijd  om de grond voor te bereiden. Maak de bedden schoon en vrij van blad en onkruid. Ik geloof niet zo in omspitten, maar tuinier wel op zandgrond. Op kleigrond ligt dat mogelijk anders.

Ik lees steeds vaker dat (diep) omspitten het natuurlijke bodemevenwicht verstoort. Misschien waait de wijsheid over een paar jaar weer anders, maar het enige dat ik doe is de bovenlaag loswerken met een drietand. En dan moet de grond niet kletsnat zijn, wat in deze maand nogal eens het geval is.

Ik verdeel organische mest over de stukken waar straks de groenten komen die veel van de grond vragen, zoals kolen. De bodemstructuur kan verbeterd worden door compost in de bovenlaag te werken. Maar eigenlijk doe ik dat het hele jaar door, door steeds dunne laagjes toe te voegen. Bijvoorbeeld bij het planten, of als mulch in de zomer.

Ook is dit de tijd om korrelkalk te strooien. Bonen en erwten houden daar bijvoorbeeld van. Uiteraard geen kalk en mest tegelijk. Het advies is om minstens zes weken te wachten met mesten na het strooien van korrelkalk.

Klussen waar je warm van wordt

Hoewel het voor sommigen nog te koud en te nat is, zijn er al dagen die geknipt lijken om te gaan timmeren buiten. Denk bijvoorbeeld aan het maken van kweekbakken of verhoogde bedden. Ook kunnen houten steunpalen en draadconstructies gezet worden voor fruitbomen en leifruit zoals frambozen en bramen.

Februari is ook een geschikte maand om de composthoop met een riek te keren. De lucht die je daarmee in de massa brengt is goed voor het verteringsproces.

Zaad en plantgoed bestellen

Als je in januari nog geen plan hebt gemaakt voor wat je het komende jaar wilt zetten dan wordt het daarvoor nu de hoogste tijd. Bestel op tijd wat je nog niet in huis hebt. Februari lijkt een luwe maand, maar voor een breed gesorteerde zaadwinkel zoals bijvoorbeeld Vreeken in Dordrecht zijn dit toptijden.

Iedereen moestuiniert op zijn eigen manier, maar ik probeer ziektes en plagen te voorkomen door teeltwisseling en combinatieteelt toe te passen. Teeltwisseling (of wisselteelt) lijkt niet gemakkelijk omdat er zoveel verschillende manieren zijn die worden toegepast en verkondigd. Ik kom daar binnenkort in een apart blog op terug.

Oosterse kerstroos (Helleborus orientalis)

De Helleborus

En dan ineens is ze er.
Alle kleur lijkt verdwenen
de laatste blaadjes,
de eerste sneeuw.
Dan laat zij zich zien,
kleuren van waterverf
tegen het wit en het grijs.
Een tere kracht 
in dit donkere seizoen.

Deze winter leek mijn gedicht minder van toepassing omdat de zomerbloeiers maar bleven bloeien, de narcissen al ver boven de grond stonden, en vorst en sneeuw uitbleven. Maar toch, elk jaar ben ik weer blij de Helleborus te zien. Ze herinnert me eraan dat er altijd kleur is, ook al is het nog zo donker.

Oosterse kerstroos (Helleborus orientalis)

De naam kerstroos voor Helleborus niger verwijst direct naar deze vroege bloei. Een andere naam is minder poëtisch: stinkend nieskruid voor Helleborus foetidus. De hier afgebeelde soorten zijn kruisingen van Helleborus orientalis.

Het tijdschrift De tuin in vier seizoenen plaatste in november 2014 een artikel over de Helleborus. Het artikel begint zo: “Boze tongen beweren dat de Helleborus zijn waarde alleen te danken heeft aan het vroege bloeitijdstip, maar als tuinplant verder niet zoveel voorstelt. Bestudering (…) leert iets anders en toont ons een boeiend en variabel plantengeslacht.”

Vervolgens komt een onuitputtelijke hoeveelheid variaties voorbij, met mooie foto’s.

Veel soorten hebben hangende bloemen. Voor het zicht is dat minder mooi en daarom worden er nieuwe soorten gekweekt waarvan de bloemen meer rechtop staan.  Dat oogt mooier, maar voor de plant is dat een nadeel: de hangende kelk houdt de meeldraden en stampers droog. Zouden er zelfs in de winter insecten zijn die stuifmeel of nectar uit de bloem komen halen en zo zorgen voor bestuiving?

Oosterse kerstroos (Helleborus orientalis)

Ik heb mijn Helleborusplanten gewoon gezaaid. Ze zaaien zich ook zelf uit en ze kruisen onderling, dus je weet nooit precies wat je krijgt. Als je per se eenzelfde plant wil dan kun je beter scheuren.

Als je zaad hebt geoogst is het belangrijk om dat zo vlug mogelijk uit te zaaien want de kwaliteit gaat snel achteruit. Het ontkiemen duurt vrij lang: er moet een winter overheen voor de plantjes echt opkomen. Maar eenmaal boven de grond groeien ze hard en zijn ze bijna onverwoestbaar.

Iedereen een kleurrijk tuinjaar gewenst, het begin is er!

Eric en Stien