Godinton House & Gardens

Op tuinreis met Romke van de Kaa

Ik reis al tientallen jaren met Garden Tours. Garden Tours is een kleine organisatie die zich specialiseert in tuinreizen. Bij mij gaan die reizen bijna altijd naar Engeland, het land waar tuinieren prime time tv is en tot hoge kunst wordt verheven.

Hoe is dat nu, zo’n tuinreis? Ik beschouw het als een schoolreisje voor 50-plus. Zodra ik in de touringbus zit bekruipt mij het schoolreisjesgevoel. Samen met de vriendelijke medereizigers kijk ik in mijn busstoel licht gespannen uit naar wat er komen gaat: een paar dagen andere cultuur, veel mooie tuinen, de luxe van een bijzonder hotel en lekker eten waar je niks voor hoeft te doen.

Over dat 50-plus valt wat op te merken. Blijkbaar hoort het genieten van tuinen op deze veilige manier – een ander zegt misschien: gezapige manier – bij de rijpere leeftijd. Bij een eerdere reis ging er wel eens een dame van dik in de tachtig mee, die slecht ter been was. Dat was geen succes. Door een tuin moet je kunnen wandelen, soms over smalle of steile paadjes. En kleine privétuinen hebben vaak geen aangepaste voorzieningen.

Een tuinreis is niet goedkoop. Ik reken soms uit wat het kost per dag of per tuin en die getallen moeten dan rationeel ondersteunen wat ik onbewust al lang beslist heb. Bovenop de reissom komt de ‘dagprijs’ van de entreegelden en de extra lunches, die je in de bus afrekent.

Tegenover die hoge kosten staan de speciale hotels die Garden Tours meestal uitzoekt. In een klassiek, ietwat ‘vergane-glorie-hotel’ in Bournemouth had ik ooit een soort diensterkamertje op de bovenste etage. Het was een veilig kraaiennest met krakerige vloeren en een coffee and tea maker. Door de openstaande ramen hoorde ik de branding en rook ik de zeelucht.

Afgelopen week was ik in Buxted Park, een 4-sterrenhotel met een rijke geschiedenis, statig gesitueerd in een park bovenaan een dal, met vele wandelmogelijkheden. Vier dagen Country Houses & Gardens in Sussex.

Romke van de Kaa en Eric van Oevelen
Met Romke in de eetzaal van Godinton House

Bij Garden Tours is de deskundige reisbegeleiding ook altijd een pluspunt. De grote trekker dit keer was Romke van de Kaa. Voor wie hem niet kent: Romke schrijft al jaren een column voor de regionale kranten in Nederland, publiceert in vele tuinvakbladen (bijvoorbeeld in Onze Eigen Tuin) en is auteur van vijf, meestal niet-geïllustreerde (!) boeken over de lusten en lasten van tuinplanten en de zin en onzin van tuinieren. Met Paul Geurts stelt hij elk jaar de tuinscheurkalender samen, vol wetenswaardigheden, gedichten en recepten.

Romke van de Kaa is het vlaggenschip van de Nederlandse tuinboekschrijverij. Gewapend met de nieuwste druk van Verwilderen in mijn rugzak, verwachtte ik dus veel van hem. Als gids praat Romke met veel eh’s die hij nodig heeft om zijn woorden zorgvuldig af te serveren. Laat je die eh’s weg dan heb je al bijna de volzinnen, anekdotes en kwinkslagen die zijn boeken zo kenmerken.

Romke’s botanische kennis is groot en de accenten liggen daarbij op de tuinplanten die hem van oudsher interesseren. In de jaren tachtig werkte hij samen met Piet Oudolf, nu een vermaard tuinarchitect. De twee gingen met ruzie uit elkaar. Van de Kaa begon een kwekerij in Dieren, die hij van de hand deed toen de schrijverij meer tijd ging vragen. De beste man is inmiddels zeventig en nog lang niet uitverteld.

Great Dixter plantencombinaties
Een plantencombinatie op Great Dixter

Het hoogtepunt van de reis was het bezoek met Romke aan de tuin van die andere geestige tuinboekenschrijver, Christopher Lloyd. Great Dixter staat bekend om zijn heftige kleurencombinaties. Lloyd – in 2006 overleden – hield van experimenten en deinsde er niet voor terug om zijn publiek te choqueren met een schikking in hardroze, knaloranje en felgeel.

De huidige head gardener Fergus Garrett zet de tuinen in de geest van Christopher Lloyd voort. Een interessant detail is dat Romke van de Kaa in zijn jonge jaren zelf een aantal jaren head gardener is geweest op Great Dixter. Hij heeft dus de nukken van Lloyd, die niet altijd zo beminnelijk was als in interviews mocht blijken, van nabij meegemaakt.

Een tuin als Great Dixter leidt tot heftige discussies over wat geoorloofd en smaakvol is in de tuinkunst. De een raakt in vervoering, de ander wordt er ongemakkelijk van of vindt het helemaal niets. Duidelijk mag zijn in welk kamp ik verkeer. Ik zal er nog eens een aparte blogpost aan wijden.

Great Dixter plantencombinaties
Een andere krachtige kleurstelling in de tuinen van Great Dixter

Op tuinreis babbel ik met iedereen over plantjes en het leuke van tuinieren. Ongeveer zoals ik dat hier doe op Moesblog. Maar dan in de longplay versie en de shuffle en repeat stand. Een tuinreis kan zo ontaarden in een dagenlange vergelijking van voorkeuren, opvattingen en ervaringen.

Dat kon bij eerdere reizen wel eens erg vermoeiend zijn. Een mens wil ook wel eens gewoon kunnen zeggen: “Ik wil dik boter op mijn witbrood, en verder niets”. Bij een tuinreis komen de medereizigers als het ware met allerlei smeerbare alternatieven, voorstellen voor beleg en onrustbarende feiten over de schadelijkheid van botervet en geraffineerd tarwemeel.

Na drie, vier dagen praten is zo mijn tuinemmertje meestal helemaal leeg. En dat van anderen ook. We kunnen verzadigd en welgemoed naar huis en zien er voorlopig geen been in dat partner thuis niets met tuinieren heeft.

Dat was dit keer overigens anders. Het reisgezelschap bevatte opvallend veel tuinarchitecten, groenontwerpers, kruidendeskundigen en stinzenplantenkenners. Behalve Romke van de Kaa’s plantkunde was er dus heel veel kennis aanwezig. Zo hoorde ik bijvoorbeeld over onderzoek van prof. dr. Marcel Dicke, hoogleraar entomologie in Wageningen, die onderzoek doet naar het samenspel tussen planten en insecten. Daarbij schijnen feromonen, geuren die planten uitscheiden, een grote rol te spelen.

En een tuinarchitecte doceerde mij haast over de belangrijke rol van Reginald Blomfield in 1902 voor het grondplan van Godinton House Gardens zoals het vandaag de dag is, na vier eeuwen van veranderlijke tuinmodes. Hoe strak opeengepakte oosterse tapijt-achtige bedding planting plaats maakte voor een losse en natuurlijk ogende border vol wuivende grashalmen.

In plaats van dat het leeg is zit mijn tuinemmertje dus boordevol nieuwsgierigheid en nieuwe inspiratie. En aangezien ik geen partner heb, laat staan een ongeïnteresseerde partner, giet ik dat emmertje mettertijd gewoon hier leeg, op Moesblog.

Meer over Romke van de Kaa:

Perfecte symmetrie

Je kent ze vast wel: die ramen met twee stoere, opvallende potten achter het glas. Vroeger was de vensterbank de plaats voor één pronkstuk, of een hele verzameling. In het moderne, strakke interieur van nu zijn het er: twee.

Ik weet niet in welk tv-programma dit statement ooit is ontstaan. Stilletjes verdenk ik Jan Des Bouvrie ervan, of zijn hoogblonde vrouw Monique. Zeker als het vierkante witte of vierkante zwarte potten zijn.

Wat er in die stoere potten zit doet er niet veel toe. Dat kan dood materiaal zijn: gedroogde schors, een kunstige bloem van hout, of zijdebloemen. Als het levende planten zijn is het zaak om het gespiegelde effect te behouden. Binnenshuis lukt dat meestal nog wel. En een frisse set kweekplanten is snel gekocht bij de tuinsupermarkt. Die overigens ook al die andere prullaria verkoopt.

Perfecte symmetrie in een tuin is een illusie, en wordt al gauw potsierlijk. Zeker als het bomen betreft. Twee bolacacia’s aan weerszijden van een oprijlaan is vragen om problemen. Ik heb ze ooit zien staan: een begon er na verloop van tijd te kwijnen en werd – na een langdurige, pijnlijke en troosteloze vergelijking – uiteindelijk gerooid. Weg was het statige statement.

Het lukt bijna niemand om hier een petit-Versailles aan huis te creëren. Simpelweg omdat de schaal waarop we in Nederland tuinieren te klein is. De macht der getallen bepaalt of de ogenschijnlijke symmetrie werkt. In een lange bomenrij valt het minder op dat een boom wat kleiner of schever uitvalt. En als er dan een doodgaat is dat maar een kleine spleet in een groot gebit.

Perfecte symmetrie bestaat dus niet in alles wat leeft. Overigens ook niet in verhoudingen tussen mensen, die van elkaar houden of met elkaar strijden.

Wat wel werkt in een kleinere tuin is herhaling. Een boomsoort die verderop nog een paar keer voorkomt brengt ritme of diepte in de tuin, en suggereert – in tegenstelling tot symmetrie – iets van natuurlijkheid: alsof de natuur toch nog de hand heeft in wat waar spontaan groeit.

Help! Hoe pak ik het ontwerp van een bestaande tuin aan? (3/4)

Stap 1 ging over het eerste, noodzakelijke onderhoud. Na Stap 2 weet je wat je wilt houden, ook in de harde elementen, zoals paden en muren. In het ontwerp geef je alle andere stukken een functie, vul je in, bepaal je de planten. Nu wordt het echt leuk en spannend:

Stap 3: Voer je ontwerp uit

Voor het ontwerp heb je de tijd genomen en je hebt nu een goed uitgewerkte tekening, liefst op schaal.

Als je zelf niet erg handig bent besteed je het grove werk zoals grondbewerking en bestrating uit. Ook de beplanting kun je door een hovenier laten doen, maar dat is juist de meest bevredigende klus.

Werk van groot naar klein, zegt Beth Chatto, zoals je een kamer inricht. Dus eerst de grote meubelstukken: de bomen.

Kijk op afstand, de punten van waaruit je veel de tuin inkijkt, zoals het woonkamerraam, of het begin van een pad. Schuif met de bomen voordat je ze definitief plant. Daarna volgen de struiken, daarna de kleinere planten.

Misschien heb je de neiging om vanaf vooraan alles van laag naar hoog te planten. Dat kan, maar de beplanting wordt spannender als je daar zo nu en dan bewust van afwijkt en een hogere plant vooraan zet.

Het is meestal verstandig om wat geld te besteden aan grondverbetering, bijvoorbeeld met compost of potgrond die je door de aarde in het plantgat mengt.

Geef direct na het planten water en vergeet de eerste tijd niet om dit te herhalen als het langdurig droog is. Hoe groter de plant, hoe belangrijker dit is. Een nieuw geplante boom kan op deze manier tot een half jaar extra zorg en aandacht nodig hebben.

En plant niet te dicht. In tuinprogramma’s op tv worden planten veel te dicht op elkaar gezet voor een instant resultaat. Goed voor het tuincentrum maar slecht voor je portemonnee.

Volgende aflevering: Stap 4: Doorgaan en een paar praktische tips

Sminkentuin 1

Sminkentuin houdt open dag

Als je het aan Gerda Smink vraagt wat haar tuin typeert krijg je dat in doordachte volzinnen te horen. Dan verraadt zich de onderwijzeres in haar. De prachtig aangelegde privétuin van Gerda op Venneweg nummer 8 is zondag 10 juni eenmalig geopend voor publiek, tijdens Rijen Ruikt.

Toen Gerda en haar man Leo een halve eeuw geleden de oude boerenwoning langs het spoor in Rijen betrokken was er nog weinig te zien van de huidige aanleg. De boerenwoning is gerenoveerd en uitgebouwd, waarbij de landelijke stijl is behouden. De tuin van nu was er misschien deels in oppervlakte – er is in de jaren negentig een stuk bijgekocht – maar zeker niet met deze uitstraling. Alleen de groentetuin voor de deur van het oude huis bestond vroeger ook al.

Sminkentuin 3

“Ronde lijnen” is het eerste dat Gerda te binnen schiet als ze begint te vertellen. De tuin is opgebouwd uit gebogen lijnen en cirkels. Als ik dat vergelijk met mijn eigen stijl neig ik juist naar hoekig. Dat interpreteren als typisch vrouwelijk en mannelijk – die neiging heb ik even – is te gemakkelijk. Want binnen de ronde vormen van Gerda’s tuin mag het soms best verwilderen. In combinatie met de strakke, gebogen snoeivormen van bijvoorbeeld buxus en taxus ontstaat zo een spanning tussen “ruig en netjes”, die zeker niet vrouwelijk romantisch aandoet.

Gerda werkt met grote vlakken van planten, waarbij de bloemkleur ondergeschikt is aan de uitstraling van blad en plant als geheel. Ook met herhaling van planten creëert ze zo samenhang en rust. Als tegenhanger wekt ze spanning door paden weg te laten lopen, zodat je niet alles in een keer kunt overzien. Lichtval en stevige kleurcontrasten – bijvoorbeeld tussen het geelgroene blad van Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’ en het bruinrode van Prunus niger – doen de rest.

Sminkentuin 2

Door de zichtlijnen kijk je waar Gerda wil dat je kijkt: naar de vele beelden van Ine Bollen die in de perken staan. Of naar de “grapjes” in de tuin: een gesnoeide zetel waarin je niet kunt zitten, de locomotief van buxus bij de ingang of de staaldraden duiker in de vijver.

In de Sminkentuin – door Gerda bewust vernoemd naar haar in 2009 overleden man Leo – is voor de echte liefhebber veel te zien. Bij de zoveelste rondgang viel mij op dat je dit levenswerk van Gerda steeds weer als nieuw kunt beleven.

Moestuinmentaliteit

Een interessant interview vandaag met filosoof Harry Kunneman in Trouw. Hij bedacht het ‘Dikke Ik’, een uitdrukking voor de alsmaar meer consumerende mens, die zichzelf beter voordoet dan de ander en zich weinig aantrekt van andermans ellende. Het Dikke Ik is kortom een morele tunnelvisie met drie kenmerken: steeds dikker worden, jezelf dik maken en een dikke huid hebben.

Nu is een tuinblog niet de meest voor de hand liggende plek voor filosofie en politiek. Maar ik moest denken aan staatssecretaris Jetta Klijnsma die door de politiek genadeloos geframed werd door de term moestuinsocialisme. Dat kwam omdat zij in juni 2014 het idee opperde dat ouderen hun AOW konden aanvullen door bijvoorbeeld een moestuin te beginnen. Haar suggestie gaf overigens voeding aan nog andere woordspelingen zoals ‘Aalmoestuin’ en de ‘Partij van de Aardbei’.

Zelf heb ik wel iets met die zelfredzaamheid waarop Jetta Klijnsma doelde. Een moestuin biedt beweging, ontspanning, contact met mens, dier, plant en aarde. De moestuin maakt ons bewust dat ons eten er niet ‘zomaar’ is. Het haalt op een kleine, menselijke schaal het Dikke Ik uit ons.

Dit jaar ben ik mijn moestuin begonnen. En ik heb al veel geleerd. Zaai bijvoorbeeld altijd meer voor dan je nodig hebt. Dan heb je een plant achter de hand wanneer er later een in de volle grond sneuvelt. De ‘extra’s’ die je niet nodig blijkt te hebben deel je uit.

De moestuinder weekt ook voor. Met name harde, grote zaden die buiten lastig kunnen ontkiemen, zoals bonen en maïs. Het was in Brabant droog en relatief koud. Dus na een maand in de volle grond heb ik de maïszaden weer eruit gepeuterd, binnen voorgeweekt en na het eerste kiemverschijnsel apart opgepot. Hopelijk wordt het nog wat met die maïs.

Op mijn werk is een levendige handel ontstaan in zaden en kiemplantjes. De goede adviezen gaan over en weer. We proeven van elkaars oogst. Er is zelfs een collega die natte bonen in een geseald zakje op haar borst draagt. En dat doet ze dan om mij nog kievitsboonplantjes te bezorgen.

De echte moestuinder kortom spaart, maar deelt ook rijkelijk uit. Hij beweegt mee met de tijd van het jaar en het weer van de dag. Hij weet dat niets vanzelfsprekend is maar dat er toch dagelijks veel te genieten valt.

Ik pleit dus voor het nieuwe begrip moestuinmentaliteit. Als tegenhanger van het Dikke Ik.

Maartens Moestuin
Link

Maartens Moestuin in de her-herhaling

Alle tien afleveringen van Maartens Moestuin zijn vanaf 1 juni 2015 opnieuw te bekijken op NPO2. Elke maandagmiddag om 14.30 uur wordt er een deel herhaald uit deze kostelijke serie. Maarten ’t Hart gooit zijn gebruikelijke anekdotiek in de strijd, deelt zijn zienswijze op de teelt van groenten en fruit en geeft tot slot een kook- en eet-demonstratie.

Maartens Moestuin is een voorbeeld van aangenaam trage televisie: klassieke muziek ondersteunt de strak gekaderde sfeerbeelden. Zo worden telkens twee of drie groenten door het jaar heen gevolgd van aanplant tot bord.

Aflevering 1 was gisteren, maar de VPRO doet niet moeilijk over terugkijken. Alle afleveringen van Maartens Moestuin staan gewoon op een aparte site.

De stelende tuinschrijver

Sinds een half jaar heeft Gerbrand Bakker een wekelijkse column in Trouw. Gerbrand Bakker is de schrijver van de bekroonde roman Boven is het stil. Daar kwam ik pas achter toen ik de man van de foto in Trouw matrassen zag slepen in de verfilming van zijn boek. Een figurantenrol als handtekening. Zoals Hitchcock altijd even opdook in de door hem geregisseerde films.

In het begin dacht ik dat er in Gerbrand Bakker een opvolger van tuinboekenschrijvers zoals Christopher Lloyd of Romke van de Kaa zou opstaan. Ik verwachtte dus geestige verhandelingen over botanische wetenswaardigheden. Maar Bakker is Bakker en schrijft veel meer over het buitenleven in de Eifel, zijn Duitse buren en de Duitse gebruiken.

Nu het lente is in de Eifel verandert dat en lees ik hoe hij – net als ik – tut in zijn tuin en grotere ingrepen doet. Zo maakt hij er ons deelgenoot van hoe hij nogal heimelijk een gat snoeit in de openbare beplanting aan de overkant van zijn tuin, zodat hij een mooie zichtlijn krijgt naar het landschap daarachter. Borrowed landscape, maar ook wel een beetje gestolen Gerbrand! 😉

Wat is het toch dat tuinieren voor ons gevoel strikt ophoudt bij de grenzen van ons perceel? Het zaaien of planten in openbaar groen voelt als een illegale daad. We hebben het niet voor niets over guerilla gardening. Andersom is het uitsteken van een mooie plant in de berm bijna diefstal.

Is het omdat we hiermee de buren het genot van die plant ontnemen? Het is maar de vraag of anderen die plant opmerken zoals jij dat doet. Een nuchtere buur redeneert waarschijnlijk dat er nog genoeg van over is. Maar toch…

Afgelopen maanden ‘stal’ ik zo een paar sneeuwklokjes en judaspenningen. Steeds ging ik op een rustig moment van de dag met de hond op pad, met een tuinschepje in een ondoorzichtige plastic tas. Nu mijn hond dood is wordt dat wandelen op de plaats delict helemaal verdacht.

Of ik berouw heb? Nee. En het schuldgevoel ebt ook weg. De sneeuwklokjes hebben de verplanting in volle bloei prima overleefd. De judaspenningen hebben een uitzonderlijk donkere roodpaarse kleur die mooi combineert met het rode blad van de Cotinus (Pruikenboom). Ik heb stille hoop dat het donker roodpaars blijft, omdat het gebruikelijke magentapaars van de judaspenning vaak een nogal verwassen indruk krijgt.

In mijn fantasie is deze judaspenning een variëteit die nog niet bestaat. Die kweek ik dan verder en breng ik met mijn naam in de handel. Zodat een daad van ‘diefstal’ een aanwinst wordt voor het plantenassortiment. Zoals het ooit met veel variëteiten is gegaan die we nu in het tuincentrum vinden.

P.S. Voor wie meer wil weten over Gerbrand Bakker: hij heeft ook een eigen weblog.