De Volkstuin 24Kitchen

De Volkstuin: waar blijft het vervolg op ‘Ons Genot’?

Een van de leukste tuin- en kookprogramma’s van de afgelopen tijd was De Volkstuin bij 24Kitchen. Dat laatste is een kookzender waar ik anders nooit naar kijk. Maar aangezien het een realityserie betrof waarin echte volkstuinders van ‘Ons Genot’ zelf aan het woord kwamen hoopte ik er toch wat van op te steken.

De formule van De Volkstuin is eenvoudig: elke aflevering staat er één groente centraal. Er wordt een kijkje genomen bij de tuinenbezitters die vertellen over hun successen en mislukkingen. Dan komen we uit bij de groente van de dag. Die wordt geoogst en gaat in een mandje naar televisiekok Roberta Pagnier die er een lekker gerecht mee gaat koken.

Dan wordt er geswitcht naar het ‘panel van wijze volkstuinders’ die het telen van de groente bespreken. De voorzitter van ‘Ons Genot’ stelt zich daarbij onwetend op, zodat er tuindersgeheimen boven tafel komen.

Terug in de keuken legt Roberta de laatste hand aan haar gerecht. Dat bordje gaat vervolgens naar de leverancier van de groente én het panel – er moeten dus stiekem twee bordjes zijn – en die keuren het eindresultaat.

Volkstuinders van Ons GenotElke aflevering van pakweg een half uur heeft dus elementen van een tuinprogramma, een kookprogramma en een docusoap. Laat een volkstuinder praten over zijn tuin en zijn groenten en je leert de mens kennen!

Behalve televisiekok Roberta is de rol van de voice-over belangrijk. In de tuin geeft hij licht ironisch commentaar dat aan Frans Bromet doet denken. In de keuken doet hij jolijtige een-tweetjes met Roberta, die haar uitleg extra levendig maken.

Grappig zijn de inconsequenties die je soms opmerkt. De groente die in het mandje gaat is niet altijd dezelfde die in de keuken uit het mandje tevoorschijn komt. Of een teveel aan consequentie: het panel van wijze volkstuinders heeft steeds dezelfde kleren aan.

De Volkstuin werd blijkbaar vorig jaar in een korte tijd opgenomen en vanaf oktober uitgezonden. Ik heb het programma pas onlangs in de herhaling ontdekt, na de NPO-reeks Van Hollandse Bodem. Niet alles hoeft een wedstrijdelement te hebben. De Volkstuin was daarom leuker, minder opgesmukt en informatiever.

De herhalingen zijn alweer voorbij. Voorlopig moeten we het doen met de moestuintips en Roberta’s recepten op de website van 24Kitchen.

Na de tien afleveringen smaakt het naar meer. Ik heb het nagevraagd maar 24Kitchen antwoordt dat er geen nieuwe afleveringen gepland staan. Roberta Pagnier houdt het op een raadselachtig “Wie weet! ;-)”

Help! Hoe pak ik het ontwerp van een bestaande tuin aan? (2/4)

Na de publicatie van Stap 1 reageerde iemand al dat zij benieuwd was naar het volgende deel. Ik vrees dat ik sommige lezers teleur stel omdat ik hier niet diep in ga op ontwerpprincipes.

Een bestaande tuin heeft zich min of meer al bewezen. De vorige bewoners hebben de indeling beproefd. Ik ga dus niet uit van een make-over, maar van de noodzakelijke aanpassingen. Geheel tegen de mode in: dat heeft tijd nodig.

Stap 2: Maak je ontwerp

Een goed plan krijgt de tijd om te rijpen. Begin nu dus met ideeën te verzamelen en met schetsen. Een pad of terras dat verkeerd ligt of een indeling die nooit zal voldoen moet straks aangepast worden.

Voor het ontwerp van een tuin gelden allerlei wetmatigheden, maar het belangrijkste is dat het werkt voor jou. Ben je zelf helemaal blanco neem dan eens een kijkje bij de buren. Of raadpleeg een boek over tuinontwerpen. Dat laatste kan ook overweldigend zijn: teveel perfecte plaatjes van perfecte tuinen.

Durf te denken in termen van een jaar of enkele jaren. Van een boom die je nu plant kun je over vijf jaar de vruchten plukken. Genieten is vooruitzien.

Pin je niet vast op het allereerste idee. Maar haal ook weg wat je absoluut niet wilt. Kijk wat er gebeurt met de ruimte als je de meest gehate planten verwijdert. Bij mij gingen er geleidelijk zes ‘dwergconiferen’ uit van een meter of tien.

Anderzijds: een boom van twintig jaar is in tien minuten gekapt. Sta stil bij wat je doet: de opgekroonde conifeer die pal naast mijn huis staat vond genade. De bast is mooi roodbruin schilferend en hij geeft welkome schaduw op het heetst van de dag. Het is zo’n boom die menig kind naast een huis tekent: huisje, boompje…

De krulhazelaar (Corylus avellana ‘Contorta’) was het eerste dat ik eigenhandig omzaagde. Ik kan het verfrommelde blad niet aanzien. Daarnaast stond de volgende kandidaat: een stijve Hibiscus syriacus met dubbele mauvekleurige bloemen als verflensde proppen.

Maar ik blijf kijken: een Bergden (Pinus mugo) met lange, liggende takken die zich als slangen oprichten, mocht blijven. Bij nader inzien past hij misschien perfect in het toekomstbeeld van mijn ‘prairietuin’.

Ontwerpen komt vooral neer op kijken, kijken en kijken!

  • Zie wat de zon doet in de loop van de dag als hij om je huis draait. Een plek op het Noorden krijgt toch zon, en waar je de hele dag zon verwacht heb je schaduw van hoge bomen.
  • Kijk wat planten doen in de loop van een jaar. Een plant die in lente of zomer weinig voorstelt vlamt misschien op in de herfst of heeft een fraai wintersilhouet.
  • Kijk wat planten en combinaties doen in de tuin van een ander: laat je inspireren.

Volgende aflevering: Stap 3: Voer je ontwerp uit.

Link

IJsheiligen

Hoe zit het ook alweer met de IJsheiligen? IJsheiligen zijn de naamdagen van een aantal katholieke heiligen in de periode van 11 tot en met 14 mei. Deze ‘strenge heren’ zijn minder geliefd dan Sint Nicolaas, wiens naamdag ons op 6 december niet zal ontgaan.

Vandaag is het 11 mei, de naamdag van Sint Mamertus. De dagen daarna volgen Sint Pancratius (12 mei), Sint Servatius (13 mei), Sint Bonifatius (14 mei) en Sint Sophie. Koude Sophie (15 mei) is als IJsheilige een twijfelgeval, maar zij werd in Duitsland, Hongarije en Zwitserland als beschermelinge van de vorst meegerekend.

Over de vier ‘strenge heren’ is men het ook oneens. In sommige landen wordt Sint Mamertus niet meegeteld, in andere landen hoort Sint Bonifatius er niet bij. Want drie is een heilig getal, en “alle goede dingen bestaan uit drie”.

De volkswijsheid zegt dat na IJsheiligen het gevaar voor nachtvorst is geweken. Schade aan gewassen door late vorst komt dan niet meer voor. Zoals bij elke volkswijsheid is een korrel zout op zijn plaats. De kans is klein, maar in 2006, 2008 en 2013 was er nog nachtvorst in juni.

Door de opwarming van de aarde hebben we vaker een zacht voorjaar en is de verleiding groot om eind april al te gaan planten en zaaien. Met uien, prei, bieten, wortelen, kapucijners en tuinbonen loop je weinig risico. Heb je een besloten tuin of woon je in een stedelijk gebied dan kun je ook met meer warmte-minnende planten een gok wagen. Bij vorst dek je dan af met bijvoorbeeld glas, folie, omgekeerde bloempotten of stro.

Moestuinders die op veilig spelen wachten geduldig tot half mei.

Tot slot deze weerspreuk en geheugensteun:

Pancraas, Servaas, en Bonifaas,
brengen sneeuw en ijs helaas!

En deze:

Wie zijn schaap scheert voor St. Servaas
houdt meer van wol dan van het schaap.

Viola tricolor (Driekleurig viooltje)

Nagelschaartje

Viola tricolor (Driekleurig viooltje)

Er is waarschijnlijk niemand die zijn viooltjes te lijf gaat met een nagelschaartje. Maar ik doe dat. In april gaan de viooltjes in mijn potten in een groeispurt. Ze reiken omhoog, maken veel – en grotere – bloemen en smoren daarbij de oudere bloemen die onderop zitten. Die verleppen en maken zaad en trekken daarmee op den duur de kracht uit de planten. Als je ze verwijdert houd je dus langer plezier van al die andere vrolijke gezichtjes die je aankijken.

Het is een prutswerkje, maar je wordt er aardig Zen van.

Viooltjes zijn een duurzame investering. Ik koop ze laat in de herfst, meestal pas in november. Met achttien plantjes voor een euro of zes, zeven vul ik drie grote terracotta potten. In november ziet dat er nog niet erg gevuld uit. Ik laat ruimte naar het midden en naar de rand van de pot. Ik zet ze tegen het huis, zodat ze iets beschut staan en niet compleet verregenen. De potten zet ik op potscherven, zodat het overtollige water er onder uit kan.

In de winter zijn er momenten dat je denkt dat de viooltjes het niet overleven. Bij strenge vorst zie je ze krimpen. Als ze berijpt zijn zien ze er glasachtig en breekbaar uit. Maar als de temperatuur oploopt herstellen ze net zo gemakkelijk.

Zo heb je dus al wat kleine bloemen vanaf november en veel – heel veel – grotere vanaf april. Viooltjes bloeien zo door tot eind mei. Tegen die tijd heb ik het nagelschaartjesregime al opgegeven. Er is teveel werk elders in de tuin.

Door de zon en de hogere temperaturen zijn ze eind mei uit hun verband gegroeid. Het blad is hier en daar geel geworden. Bij de meeste mensen verhuizen de violen dan naar de afvalbak of naar de composthoop. Einde van het concert. Andere pottenvullers. Maar niet bij mij.

Nagelschaartje wordt heggenschaar. De snoei gaat er in, zo ver dat er nog net wat blad aan de steeltjes zit. Minder dan tien centimeter. Een beetje gedroogde koemest, een wat meer beschaduwd plekje, oppassen dat ze niet uitdrogen. En daar gaan de violen weer. Concerto No. 2 in D Majeur.

Naschrift:

  • In 2015 mislukte deze violentruc door de langdurige, zomerse droogte in mijn tuin. Violen gaan dus niet altijd een jaarrond mee.
  • In 2018 was mijn achtertuin in april en mei een tapijt van paarse viooltjes. Geen haar op mijn hoofd dacht nog aan een nagelschaartje. Dat is net zoiets als de wc-pot met een tandenrager…

Vertel: doe jij wel eens dingen in jouw tuin waarvan een ander zal denken: gekkenwerk!? Maar werkt het voor jou en je planten?

Help! Hoe pak ik het ontwerp van een bestaande tuin aan? (1/4)

Wie een tuin erft van een ander staat voor moeilijke keuzes: wat laat ik staan en wat haal ik weg? De echte tuinfanaat wil zijn stempel drukken en laat het liefst direct een shovel aanrukken. Hij wil een blank canvas voor zijn eigen ideeën!

Een ander verandert hier en daar wat, zet wat leuke plantjes, en dat is het dan. Maar het gevoel dat de tuin echt naar zijn zin is krijgt hij of zij niet. Tussen shovel en te voorzichtig zijn zit een middenweg.

Ik ben zelf sinds een jaar de eigenaar van een nieuwe tuin van 600 m2. Dit is nu de vierde keer dat ik aan een bestaande tuin begin. Elke situatie is nieuw en anders, maar een algemeen advies is niet zo ingewikkeld. Een 4-stappenplan, waarvan vandaag de eerste stap:

Stap 1: Start snel met het gewone onderhoud

Na een verhuizing zijn er veel andere prioriteiten. Maar een tuin die achterop raakt in onderhoud wordt een blok aan je been en meestal ongenietbaar. Dus:

  • word en blijf het onkruid de baas,
  • maai het gras met regelmaat en
  • doe het meest noodzakelijke snoeiwerk.

Onkruid dat de kans krijgt om zich uit te zaaien in de border of in het gazon zorgt later voor veel meer werk. Wied een plant niet als je twijfelt of het een sierplant is. Kijk het even aan.

De meeste hagen herstellen zich goed na een te late snoeibeurt. Wel is juni voor de meeste hagen de beste tijd. Op die manier krijgt jong schot voldoende tijd om uit te harden voor de winter.

Een coniferenhaag van Thuja of Chamaecyparis heeft veel moeite met verwaarlozing: de haag wordt van binnen onherstelbaar bruin en groeit niet meer aan. Rooien en wortels uitfrezen is dan de enige optie.

Volgende aflevering: Stap 2: Maak je ontwerp.

Vroege en late narcissen

Half april fietste ik op een ochtend langs een tuin en dacht “Hé, een vroege tulp!”. Met een uitroepteken. Alsof het heel bijzonder was.

Misschien klopt het dat er meer vroege narcissen bestaan dan vroege tulpen. Of lijkt dat zo omdat bij mij in Oosterhout de narcissen in april dicht opeengepakt bloeien in de bermen? Een narcis gedijt in grasland. Een tulp overleeft waarschijnlijk een vroege maaibeurt in mei niet, omdat het blad de tijd moet krijgen om af te sterven.

Net zoals vroege en late tulpen heb je vroege en late narcissen. Dat weet ik sinds ik een proef doe met drie verschillende narcissen. In het plan van mijn nieuwe tuin komt een strook grasland. En daarin wil ik een luchtige mix van drie hoge narcissen, in geel, zachtgeel en wit. Niet zo’n dicht pak als in de bermen, maar hier en daar een vlinder boven het gras.

Narcissus Peeping Tom

De test bestaat eruit dat ik half november drie soorten heb opgepot, de goudgele Narcissus ‘Peeping Tom’, de lichtgele ‘Tahiti’ en witte fazantenoogjes (Narcissus poeticus ‘recurvus’). Daar bovenop plantte ik wat kleine viooltjes in paars, lichtblauw en wit.

Ik had gehoopt dat de drie soorten narcissen een overlap in bloeitijd zouden hebben, zodat het in het toekomstige grasland wekenlang een veranderend kleurenspel zou opleveren. Het laat zich raden: dat is niet gelukt.

Narcissus Tahiti

De ‘Peeping Tom’ staat nu brutaal geel te bloeien. Alle tien de bollen zijn uitgekomen. ‘Tahiti’ heeft het lastiger en laat maar drie knoppen zien. Wat is er met de overige zeven gebeurd? De fazantenoogjes tenslotte geven nog geen enkel teken van leven. Maar dat is een echte late die pas bloeit in mei. Tot zover mijn narcissenexperiment.

‘Peeping Tom’ is overigens van het soort goudgeel waar ik het even moeilijk mee heb. Zoals de harde goudgele proppen van forsythia die je nu ook overal in de tuinen ziet. Niets tegen forsythia, maar dan luchtig tussen ander groen. Waar ik echt een hekel aan heb is het typerende roze van een hyacint.

Er is wel eens tegen mij gezegd dat ik moeite heb met geel. Dat is onzin. Ik vind de combinatie van geel en roze namelijk machtig interessant, waar veel mensen dit machtig vinden vloeken. Lekker consequent.

Link

De bloemetjes buitenzetten

Wie de bloemetjes buitenzet, is aan het feesten. Volgens het Junior Spreekwoordenboek verwijst de uitdrukking naar een vroegere gewoonte om huizen bij bepaalde feesten met bloemen te versieren of om bepaalde bloemen weer buiten te zetten als de winterperiode voorbij was. Kennelijk was het buiten de deur zetten van bloemen een veelvoorkomende bezigheid. Misschien markeerde dit inderdaad het (vrolijke) begin van de lente.

Genootschap Onze Taal