Link

IJsheiligen

Hoe zit het ook alweer met de IJsheiligen? IJsheiligen zijn de naamdagen van een aantal katholieke heiligen in de periode van 11 tot en met 14 mei. Deze ‘strenge heren’ zijn minder geliefd dan Sint Nicolaas, wiens naamdag ons op 6 december niet zal ontgaan.

Vandaag is het 11 mei, de naamdag van Sint Mamertus. De dagen daarna volgen Sint Pancratius (12 mei), Sint Servatius (13 mei), Sint Bonifatius (14 mei) en Sint Sophie. Koude Sophie (15 mei) is als IJsheilige een twijfelgeval, maar zij werd in Duitsland, Hongarije en Zwitserland als beschermelinge van de vorst meegerekend.

Over de vier ‘strenge heren’ is men het ook oneens. In sommige landen wordt Sint Mamertus niet meegeteld, in andere landen hoort Sint Bonifatius er niet bij. Want drie is een heilig getal, en “alle goede dingen bestaan uit drie”.

De volkswijsheid zegt dat na IJsheiligen het gevaar voor nachtvorst is geweken. Schade aan gewassen door late vorst komt dan niet meer voor. Zoals bij elke volkswijsheid is een korrel zout op zijn plaats. De kans is klein, maar in 2006, 2008 en 2013 was er nog nachtvorst in juni.

Door de opwarming van de aarde hebben we vaker een zacht voorjaar en is de verleiding groot om eind april al te gaan planten en zaaien. Met uien, prei, bieten, wortelen, kapucijners en tuinbonen loop je weinig risico. Heb je een besloten tuin of woon je in een stedelijk gebied dan kun je ook met meer warmte-minnende planten een gok wagen. Bij vorst dek je dan af met bijvoorbeeld glas, folie, omgekeerde bloempotten of stro.

Moestuinders die op veilig spelen wachten geduldig tot half mei.

Tot slot deze weerspreuk en geheugensteun:

Pancraas, Servaas, en Bonifaas,
brengen sneeuw en ijs helaas!

En deze:

Wie zijn schaap scheert voor St. Servaas
houdt meer van wol dan van het schaap.

Viola tricolor (Driekleurig viooltje)

Nagelschaartje

Viola tricolor (Driekleurig viooltje)

Er is waarschijnlijk niemand die zijn viooltjes te lijf gaat met een nagelschaartje. Maar ik doe dat. In april gaan de viooltjes in mijn potten in een groeispurt. Ze reiken omhoog, maken veel – en grotere – bloemen en smoren daarbij de oudere bloemen die onderop zitten. Die verleppen en maken zaad en trekken daarmee op den duur de kracht uit de planten. Als je ze verwijdert houd je dus langer plezier van al die andere vrolijke gezichtjes die je aankijken.

Het is een prutswerkje, maar je wordt er aardig Zen van.

Viooltjes zijn een duurzame investering. Ik koop ze laat in de herfst, meestal pas in november. Met achttien plantjes voor een euro of zes, zeven vul ik drie grote terracotta potten. In november ziet dat er nog niet erg gevuld uit. Ik laat ruimte naar het midden en naar de rand van de pot. Ik zet ze tegen het huis, zodat ze iets beschut staan en niet compleet verregenen. De potten zet ik op potscherven, zodat het overtollige water er onder uit kan.

In de winter zijn er momenten dat je denkt dat de viooltjes het niet overleven. Bij strenge vorst zie je ze krimpen. Als ze berijpt zijn zien ze er glasachtig en breekbaar uit. Maar als de temperatuur oploopt herstellen ze net zo gemakkelijk.

Zo heb je dus al wat kleine bloemen vanaf november en veel – heel veel – grotere vanaf april. Viooltjes bloeien zo door tot eind mei. Tegen die tijd heb ik het nagelschaartjesregime al opgegeven. Er is teveel werk elders in de tuin.

Door de zon en de hogere temperaturen zijn ze eind mei uit hun verband gegroeid. Het blad is hier en daar geel geworden. Bij de meeste mensen verhuizen de violen dan naar de afvalbak of naar de composthoop. Einde van het concert. Andere pottenvullers. Maar niet bij mij.

Nagelschaartje wordt heggenschaar. De snoei gaat er in, zo ver dat er nog net wat blad aan de steeltjes zit. Minder dan tien centimeter. Een beetje gedroogde koemest, een wat meer beschaduwd plekje, oppassen dat ze niet uitdrogen. En daar gaan de violen weer. Concerto No. 2 in D Majeur.

Naschrift:

  • In 2015 mislukte deze violentruc door de langdurige, zomerse droogte in mijn tuin. Violen gaan dus niet altijd een jaarrond mee.
  • In 2018 was mijn achtertuin in april en mei een tapijt van paarse viooltjes. Geen haar op mijn hoofd dacht nog aan een nagelschaartje. Dat is net zoiets als de wc-pot met een tandenrager…

Vertel: doe jij wel eens dingen in jouw tuin waarvan een ander zal denken: gekkenwerk!? Maar werkt het voor jou en je planten?

Help! Hoe pak ik het ontwerp van een bestaande tuin aan? (1/4)

Wie een tuin erft van een ander staat voor moeilijke keuzes: wat laat ik staan en wat haal ik weg? De echte tuinfanaat wil zijn stempel drukken en laat het liefst direct een shovel aanrukken. Hij wil een blank canvas voor zijn eigen ideeën!

Een ander verandert hier en daar wat, zet wat leuke plantjes, en dat is het dan. Maar het gevoel dat de tuin echt naar zijn zin is krijgt hij of zij niet. Tussen shovel en te voorzichtig zijn zit een middenweg.

Ik ben zelf sinds een jaar de eigenaar van een nieuwe tuin van 600 m2. Dit is nu de vierde keer dat ik aan een bestaande tuin begin. Elke situatie is nieuw en anders, maar een algemeen advies is niet zo ingewikkeld. Een 4-stappenplan, waarvan vandaag de eerste stap:

Stap 1: Start snel met het gewone onderhoud

Na een verhuizing zijn er veel andere prioriteiten. Maar een tuin die achterop raakt in onderhoud wordt een blok aan je been en meestal ongenietbaar. Dus:

  • word en blijf het onkruid de baas,
  • maai het gras met regelmaat en
  • doe het meest noodzakelijke snoeiwerk.

Onkruid dat de kans krijgt om zich uit te zaaien in de border of in het gazon zorgt later voor veel meer werk. Wied een plant niet als je twijfelt of het een sierplant is. Kijk het even aan.

De meeste hagen herstellen zich goed na een te late snoeibeurt. Wel is juni voor de meeste hagen de beste tijd. Op die manier krijgt jong schot voldoende tijd om uit te harden voor de winter.

Een coniferenhaag van Thuja of Chamaecyparis heeft veel moeite met verwaarlozing: de haag wordt van binnen onherstelbaar bruin en groeit niet meer aan. Rooien en wortels uitfrezen is dan de enige optie.

Volgende aflevering: Stap 2: Maak je ontwerp.

Vroege en late narcissen

Half april fietste ik op een ochtend langs een tuin en dacht “Hé, een vroege tulp!”. Met een uitroepteken. Alsof het heel bijzonder was.

Misschien klopt het dat er meer vroege narcissen bestaan dan vroege tulpen. Of lijkt dat zo omdat bij mij in Oosterhout de narcissen in april dicht opeengepakt bloeien in de bermen? Een narcis gedijt in grasland. Een tulp overleeft waarschijnlijk een vroege maaibeurt in mei niet, omdat het blad de tijd moet krijgen om af te sterven.

Net zoals vroege en late tulpen heb je vroege en late narcissen. Dat weet ik sinds ik een proef doe met drie verschillende narcissen. In het plan van mijn nieuwe tuin komt een strook grasland. En daarin wil ik een luchtige mix van drie hoge narcissen, in geel, zachtgeel en wit. Niet zo’n dicht pak als in de bermen, maar hier en daar een vlinder boven het gras.

Narcissus Peeping Tom

De test bestaat eruit dat ik half november drie soorten heb opgepot, de goudgele Narcissus ‘Peeping Tom’, de lichtgele ‘Tahiti’ en witte fazantenoogjes (Narcissus poeticus ‘recurvus’). Daar bovenop plantte ik wat kleine viooltjes in paars, lichtblauw en wit.

Ik had gehoopt dat de drie soorten narcissen een overlap in bloeitijd zouden hebben, zodat het in het toekomstige grasland wekenlang een veranderend kleurenspel zou opleveren. Het laat zich raden: dat is niet gelukt.

Narcissus Tahiti

De ‘Peeping Tom’ staat nu brutaal geel te bloeien. Alle tien de bollen zijn uitgekomen. ‘Tahiti’ heeft het lastiger en laat maar drie knoppen zien. Wat is er met de overige zeven gebeurd? De fazantenoogjes tenslotte geven nog geen enkel teken van leven. Maar dat is een echte late die pas bloeit in mei. Tot zover mijn narcissenexperiment.

‘Peeping Tom’ is overigens van het soort goudgeel waar ik het even moeilijk mee heb. Zoals de harde goudgele proppen van forsythia die je nu ook overal in de tuinen ziet. Niets tegen forsythia, maar dan luchtig tussen ander groen. Waar ik echt een hekel aan heb is het typerende roze van een hyacint.

Er is wel eens tegen mij gezegd dat ik moeite heb met geel. Dat is onzin. Ik vind de combinatie van geel en roze namelijk machtig interessant, waar veel mensen dit machtig vinden vloeken. Lekker consequent.

Link

De bloemetjes buitenzetten

Wie de bloemetjes buitenzet, is aan het feesten. Volgens het Junior Spreekwoordenboek verwijst de uitdrukking naar een vroegere gewoonte om huizen bij bepaalde feesten met bloemen te versieren of om bepaalde bloemen weer buiten te zetten als de winterperiode voorbij was. Kennelijk was het buiten de deur zetten van bloemen een veelvoorkomende bezigheid. Misschien markeerde dit inderdaad het (vrolijke) begin van de lente.

Genootschap Onze Taal

Van Hollandse Bodem

Heel Holland Moestuiniert

Vorig jaar was Maartens Moestuin een gewaardeerde tv-serie van de VPRO. Maarten ’t Hart babbelde voor de vuist weg over zijn successen en mislukkingen. Dat ging gepaard met enige ijdelheid, lachwekkende terzijdes en beelden van Maarten die je in een oogwenk zijn eigen bereide potje zag opeten. Erg vermakelijk.

Door toedoen van Nederlands grootstgrutter is de groentenkweek even een hype. De populaire ‘moestuintjes’ waren turfpotjes met een tablet aarde van kokosvezel en een zaadmatje, die je bij de kassa kreeg . Wat mij betreft een superactie. Albert Heijn heeft veel kinderen geleerd dat het leuk is om zaadjes op te kweken. En dat groente niet uit een plastic zakje hoeft te komen. Tegelijk vraag ik me af in hoeveel keukens en op hoeveel balkons er nu jonge plantjes staan te verpieteren.

De tv-wedstrijd Van Hollandse Bodem is de moestuin-variant van Heel Holland Bakt. Beide programma’s zijn ontleend aan de succesvolle BBC-formats The Big Allotment Challenge en The Great British Bake Off. Voor de Nederlandse series geldt steeds dat ze wat flauwer zijn dan de Britse voorbeelden. De rijke achtergrondinformatie over historie en bak- of teeltmethoden ontbreekt. De kandidaten zijn minder ervaren. En de jury’s zijn minder streng.

Zo zit in The Big Allotment Challenge een onderdeel bloemschikken dat door jurylid Jonathan Moseley met veel zwier naar een nieuw level wordt gestuwd. Meedogenloos is jurylid Thane Prince als ze in alle rust de inmaakproducten van de deelnemers proeft en de spanning opvoert: “I am sorry I have to say this. But this doesn’t work for me at all”.

Toch is Van Hollandse Bodem een leuk programma. Een beetje pauze-tv, waarvan je altijd iets opsteekt. De bijbehorende website is opgemaakt als een magazine, en heeft een wat tureluurs makende bediening met pijlen, schermpjes en schuifbalkjes. De gratis zaadpakketten zijn op, maar je vindt er nog kweek- en kooktips en een aardige zaaikalender.

In de finale van donderdag gaan Joop en Guusje uit de boot vallen omdat hun teamwork achterblijft.

De vraag is natuurlijk: wie gaan er winnen? Het vrouwenkoppel Lonneke en Gerdie Marian? Of de hippe lovers Saskia en Renon?

Ik gok op de eerste twee omdat ze culinair gezien steeds beter worden. Beide teams zullen het goed doen op de cover van het moestuin(kook)boek, dat ongetwijfeld na afloop zal verschijnen.

25-04-2018 De bijbehorende website bestaat blijkbaar niet meer. De afleveringen zijn terug te zien op npo.nl.

Pluk de dag: het is lente!

Lente – herfst – zomer – winter. Dat is de juiste volgorde. Voor mij is de lente het lievelingsseizoen in alle opzichten. De herfst is een goede tweede, met andere kleuren en geuren.

De lente doet het bij mij zo goed omdat na een lange periode van kilte en kaalte elk nieuw begin opvalt. Geen mooier wit dan dat van de eerste sneeuwklokjes. Geen mooier groen dan dat van de beuk, als de blaadjes als kleine zakdoekjes aan de takken verschijnen.

Het schouwspel van elke ontdekking duurt maar een paar dagen, soms een dag. De beuk is even later nog steeds een frisgroene boom. Maar het tere van de blaadjes is weg.

Niet iedere ontdekking is een genot. Even je ogen dicht en het pas geharkte gazon zit vol gele paardenbloemen. En de bloemenborder staat vol kweekgras, dat je daar weer niet wilt hebben. Dat zet de tuinier soms onder een koortsachtige werkdruk.

Deze week staan de magnolia’s overal in bloei. Meestal gaat het dan om Magnolia x soulangeana, met grote tulpachtige roze-witte bloemen. Ik geef de magnolia vijf dagen. In een droge, warme voorjaarsperiode – zoals we dat de laatste jaren vaak hebben – duurt het niet langer voordat de bloembladen massaal ter aarde storten.

De tulpenboom staat bij mij op de lijst van meest misplaatste en mishandelde bomen. Wanneer de jonge boom geplant wordt is er nog niets aan de hand. Daarna groeit hij net zo hard in de breedte als in de hoogte. De eigenaar grijpt ontredderd naar de snoeizaag. Met een eeuwig verknoeid boomsilhouet als gevolg.

De kracht van de magnolia zit hem eigenlijk in de dikke bloemknoppen. Vanaf de herfst, na het vallen van het blad, zitten die maandenlang als viltige voorboden aan de takken. De magnolia is een boom in verwachting. Mijn advies is om de kleiner blijvende Magnolia stellata te kopen. Zet die dicht bij huis of bij het raam. Zodat je de hele winter kunt zien dat er ook weer een lente komt.

Amelanchier lamarckiiMijn favoriete boom is Amelanchier lamarckii, de krentenboom. Boven het koperkleurige nieuwe blad verschijnt een wolk van enkele, witte bloemen. In mijn tuin staan er een paar op de erfgrens bij de buren, waar ik gelukkig van word.

Een krent groeit meestal als meerstammige boom of een struik. Hard terugsnoeien wordt goed verdragen. De vruchten in de zomer zijn eetbaar en smaken een beetje naar blauwe bes. Je kunt er jam van maken. In het najaar geeft de krentenboom nog een finale met oranjegeel herfstblad.

Wat is jouw favoriete seizoen of boom, en waarom? Leuk als je dat hier met ons wilt delen…